nrc.nl/opinie expertdiscussie

Klassieke muziek onbekend

Kunstsocioloog Hans Abbing gooide een steen in de vijver door de laagdrempeligheid van klassieke muziek te bevorderen middels het afzien van een in zijn ogen ‘stijf protocol’ rondom de concerten (NRC Handelsblad, 2 februari). Maar in een bioscoop is het voor de kijker ook storend als andere mensen praten.

Waar het echt om gaat is de bekendheid met klassieke muziek in het algemeen en wie daarin vroeger en nu een belangrijke rol spelen. Daar is bij een relatief groot publiek weinig over bekend. Namen als voorheen Maria Callas en tegenwoordig Janine Jansen genieten nog wel bekendheid en spreken daarom een groter publiek. Maar als je over violist Vadim Repin spreekt, zegt dat veel mensen vrij weinig tot niets.

Grote orkesten hebben qua naam zeker wel een ruimere bekendheid, zoals de Wiener Philharmoniker van het Nieuwjaarsconcert en het Concertgebouworkest als een wereldvermaard toporkest uit ons land.

Maar het publiek van het Concertgebouworkest bestaat voor een groot deel uit abonnementhouders. En wanneer de Wiener Philharmoniker weer eens in Amsterdam is, ontgaat dat veel mensen volledig. Klassieke muziek zal dus meer in de actualiteit moeten worden gebracht.

Als een bijzonder orkest als de Wiener Philharmoniker, onder bijvoorbeeld een wereldberoemde dirigent als Bernard Haitink optreedt in het Concertgebouw, waarom is dat dan niet een item in het Achtuurjournaal? Met de Rolling Stones gebeurt dat wel als die komen optreden. Hier ligt dus een taak voor directeuren van orkesten en muziekcentra. En als daarbij het argument wordt ingebracht dat het toch niet wordt opgepikt door de media, dan moeten ze meer hun best doen en creatiever worden. Daarbij denk ik bijvoorbeeld aan Leonard Bernstein die in Berlijn bij de val van de muur de negende symphonie van Beethoven ten gehore bracht met de tekst ‘alle Menschen werden Brüder’.

Alexander Brink

Finance manager bij IBM Benelux. Vorig seizoen koppelde hij de vocale barokserie in het Concertgebouw van Fred Luiten aan IBM als sponsor.

Verhoog langzaam AOW-leeftijd

Het verhogen van de AOW-leeftijd met een maand per jaar is mogelijk, omdat de resterende levensverwachting voor mensen van 65 jaar trendmatig stijgt met zo’n maand per jaar. Jongere cohorten gaan weliswaar later met pensioen, maar genieten er toch net zo lang van als oudere generaties, omdat ze langer leven.

Het meest belangrijke aspect van ouderdom is niet de tijdspanne sinds de geboorte, maar de resterende levensverwachting. Door de norm van de AOW-leeftijd te koppelen aan de trendmatige stijging van de levensverwachting, blijft de bevolking cultureel en sociaal langer jong en verzilveren we de vergrijzing door het belangrijkste kapitaal van een kennisintensieve diensteneconomie te koesteren: de gezondheid en het talent van mensen.

Daar komt bij dat de gezonde levensverwachting nog sterker stijgt dan de feitelijke levensverwachting. Met betere hulpmiddelen, waaronder ICT, kunnen mensen met lichamelijke beperkingen hun talenten blijven inzetten. Ook de verschuiving van een industriële economie naar een diensteneconomie met minder fysiek belastbare arbeid speelt daarbij een rol.

Het geleidelijk verhogen van de AOW-leeftijd is de meest effectieve maatregel om de arbeidsparticipatie op termijn te verhogen zonder daarbij de overheidsfinanciën te belasten. Berekeningen van het Centraal Planbureau geven aan dat een hogere pensioenleeftijd de enige maatregel is die recht doet aan de ambitie van de Sociaal-Economische Raad om de budgettaire kosten van de vergrijzing voor een groot deel te dekken via een hogere arbeidsparticipatie.

Als mensen van de drie jaren extra levensverwachting tot 2050 er twee extra werken, betekent dat een stijging van het arbeidsaanbod (in uren) van vijf procent.

Lans Bovenberg

Hoogleraar economie aan de Universiteit Tilburg.

Dit zijn fragmenten uit expertdiscussies, te lezen via nrc.nl/expert.