Nieuw 'acteursgilde' Act geboren uit liefde voor het vak

In de Stadsschouwburg Amsterdam gaat maandag acteursvereniging ‘Act’ van start. Doel: gezellig samenzijn. Maar zorg over de staat van het acteervak is wel de ontstaansreden.

Van Georgina Verbaan tot Gijs Scholten van Aschat; meer dan vierhonderd acteurs hebben zich al aangesloten. Acteursvereniging Act gaat maandag officieel van start, met een feestelijke bijeenkomst in de Amsterdamse Stadsschouwburg.

Het is de eerste keer dat acteurs zich op zo’n grote schaal professioneel verenigen – eerdere initiatieven mislukten – en het was hoog tijd ook, vindt initiator Waldemar Torenstra, die vier jaar bezig was de vereniging van de grond te krijgen. Voorop staat dat het een gezelligheidsvereniging moet zijn, „gebaseerd op onze gedeelde liefde voor het vak”, aldus de acteur.

Torenstra zou graag zien dat de verenigde acteurs geregeld bijeenkomen en praten over hun vak, en kennis en inzichten uitwisselen. „Act zou ook gastsprekers uit het buitenland kunnen regelen, en bijscholing in de vorm van workshops organiseren bijvoorbeeld.” En als er tijdens die bijeenkomsten praktische problemen naar voren komen, op het gebied van salariëring of rechtenkwesties, dan kan Act daarvoor, in samenwerking met belangenorganisaties, een oplossing zoeken.

Het uitgangspunt is dus positief, benadrukt Torenstra. Maar natuurlijk is bezorgdheid om de staat van het acteursvak ook een motief. „Budgetten staan onder druk en je ziet dat daardoor in een productie soms maar even iemand van de straat wordt geplukt. Of een figurant krijgt een belangrijke bijrol toegewezen. Een scène kan dan energie verliezen, terwijl een goede acteur er iets heel leuks van had kunnen maken.”

Torenstra wil graag de kwaliteit bewaken; „in een klimaat waar zoveel producties worden gesubsidieerd zijn wij dat ook wel aan het publiek verplicht.” Zijn vereniging wordt er dan ook één van professionals, die zich al deels hebben bewezen. „De voorwaarde voor deelname is dat je óf een HBO toneelopleiding hebt genoten, of één of meer dragende rollen in het theater, gesubsidieerd of ongesubsidieerd, of in een film of televisieserie hebt gehad.”

Anders dan in Nederland is het acteursvak in bijvoorbeeld de Verenigde Staten en Groot-Brittannië wél beschermd. Torenstra: „Om rollen te krijgen moet je daar lid zijn van de Union, en om daar bij te komen moet je een erkende opleiding hebben gedaan.” Zo strikt hoeft de scheiding hier van Torenstra niet te zijn: „De charme van het Nederlandse toneelklimaat bestaat voor een deel bij de gratie van die informaliteit, daar komt ook creativiteit uit voort. Maar het kan geen kwaad om bepaalde ontwikkelingen kritisch te bekijken en daar als beroepsgroep een visie op te formuleren.”

Bijvoorbeeld over herhalingen van series bij de publieke omroep. „Daarvoor krijg je als acteur geen cent. Bij muziek is dat wel zo: ook de uitvoerende van een liedje ontvangt iets, elke keer dat het wordt gedraaid. Maar dat niet alleen: als je steeds met je hoofd op tv bent, word je ook weer minder voor andere dingen gevraagd. Je derft dus inkomsten. Dat zou op zijn minst moeten worden gecompenseerd. Wij zijn daarover nu met de publieke omroep in gesprek, samen met NORMA en FNV Kiem.”

Of neem de recente aanwas van MBO-toneelopleidingen. Torenstra: „Ik ben niet tegen MBO’s, maar waar gaan die acteurs werk vinden? Het moet niet zo zijn dat 70 procent van de afgestudeerden geen werk krijgt en van de weeromstuit zelf maar weer een opleiding opricht.

„Er moeten zoveel goede acteurs zijn als er werk is. Je kiest met hart en ziel voor dit vak, vaak tegen de wens van je ouders, werkt je op school te pletter, offert vriendschappen en relaties op. Dat doe je niet om vervolgens werkloos bij de telefoon te zitten wachten. Dan gaan er te veel idealisme en goede bedoelingen verloren.”