Maanziek

De sciencefictionroman Clans of the Alphane Moon (1964) van de cultschrijver Philip K. Dick heeft een intrigerend uitgangspunt. Het verhaal speelt zich af op een maan in het stelsel Alpha Centauri, de ster die zich het dichtst bij onze zon bevindt. Tijdens een interstellaire oorlog is het contact verloren gegaan met een kolonie op die maan. Sindsdien heeft het leven zich daar zonder enige inmenging van buitenaf twee generaties lang kunnen ontwikkelen. Het verhaal begint als vanaf de Aarde een expeditie wordt gestuurd om in dit buitengewest poolshoogte te nemen.

Wat de premisse zo boeiend maakt is dat de oorspronkelijke vestiging een psychiatrische instelling was, bedoeld voor kolonisten die het harde bestaan in de verre uithoek van het heelal niet aankonden. In de tussentijd zijn deze patiënten uit de kliniek ontsnapt en hebben een maatschappij gevormd bestaand uit afzonderlijke clans. Iedere clan wordt gekenmerkt door een eigen psychische stoornis en heeft een eigen territorium en sociale rol verkregen. Ook al verklaren de verschillende kasten elkaar voor gek, het leven op de maan is in evenwicht zolang iedereen maar zijn rol speelt.

Zo bestaat de clan van de Pares uit staatslieden die allen aan paranoia lijden. Zij bedenken de lunaire ideologieën en sociale programma’s. Vanuit hun zwaarbewapende hoofdkwartier besturen zij de maan en voeren zij oorlogen ‘tegen tegenstanders die niet bestaan om een overwinning over niets’. Haat is het leidend principe bij al hun handelen.

De Manes zijn allemaal manisch

en vormen de militaire kaste. Zij zijn van nature gewelddadig, borrelen van energie, beginnen van alles, maar maken nooit iets af. Er gaat een constante dreiging van een staatsgreep van deze Samoerai uit, die echter nooit bewaarheid wordt.

Schizofrenie is het kenmerk van de clan van de dichters, de Skitzes, onder wie ook religieuze zieners leven. Wat zij in materiële zin tekortkomen compenseren ze in geestelijke vorm.

De handarbeiders op deze maan leiden allemaal aan gedesorganiseerde schizofrenie of hebefrenie. De Heebs leven in grote armoede in krotwoningen op vuilnisbelten. Deze paria’s hebben hun eigen variant van zieners, maar dan van een ascetische variant – zeg maar het type Gandhi.

Polymorfe schizofrenie is de aandoening van de Poly’s, de creatieve klasse met de oorspronkelijke ideeën, die aan de mildste vorm van psychische afwijking lijdt.

Een obsessief-compulsieve stoornis is het kenmerk van de clan van de ambtenaren en functionarissen. De Ob-Coms hebben geen enkel origineel idee. Als conservatief tegenwicht voor de creatieve Poly’s houden deze dwangneuroten de maanmaatschappij in balans.

De zevende en laatste clan wordt gevormd door de klinisch depressieven of Debs. Zij zinken weg in eindeloze lethargie.

De auteur heeft er veel plezier in het leven op de maan te beschrijven, de bewoners te laten botsen met de expeditie vanuit de aarde, en regelmatig tussen het normale en abnormale perspectief te wisselen. Zo gebruiken de ‘maanzieken’ hun vermeende psychische krachten om het bezoekende ruimteschip te laten landen, wat het toch allang van plan was.

De boodschap ligt er

duimendik bovenop. Is de aarde zelf geen gekkenplaneet, gezien vanuit het perspectief van een verre beschaving of gewoon vanuit de oplettende lezer? De geschiedenis pleit ons in dit opzicht zeker niet vrij.

Een andere, minstens even gevaarlijke gedachte kan mij echter niet loslaten. Leidt de wetenschap ook niet een beetje aan maanziekte? Hoe zit het eigenlijk met de ‘clans van de academische maan’, ontsnapt uit hun ivoren toren? Is het niet zo dat de verschillende wetenschappelijke disciplines om een eigen ‘prettig gestoorde’ instelling vragen, zelfs als we aan de karikaturen voorbij gaan? Deze gedachteoefening zal mij vast niet in dank worden afgenomen, maar ik nodig iedereen toch uit dit rollenspel mee te spelen. Het spel kan trouwens ook heel goed buiten de universitaire wereld gespeeld worden. Ik denk bijvoorbeeld aan de politiek, de zakenwereld of de kunst.

Zo zal menig zwartgallig

criticus van het universitaire systeem al snel in de clan van de Pares de bestuurdersklasse menen te moeten herkennen, diep genesteld in het pluche, vervuld van haat voor en van de onderzoekers, en misleid door intense hallucinaties over status en macht. Evenzeer zal men in de Ob-Coms de dwangneurotische ambtenaren zien die het geheel slaafs faciliteren. Maar spelen deze critici, voor wie alles alleen maar slechter wordt, dan niet zelf glansrijk de rol van de Deps?

Geesteswetenschappers, met hun

loden onderwijslast en afbrokkelende financiering, kunnen zich vast identificeren met de Skitzes, de visionaire maar armlastige dichters die zich gelukkig nog in de literatuur kunnen verliezen.

Ikzelf herken in de clan van de Manes wel iets van natuurkundigen. Zo heeft de theoretische deeltjesfysica een opvallend manisch-depressief karakter. Het is daar echt hollen of stilstaan. Men omarmt massaal een gouden idee, om dat na enkele jaren weer even gemakkelijk los te laten. En de revolutie? Die wordt dan weer even uitgesteld.

De promovendi en postdocs, ploeterend aan hun proefschriften en papers, zijn de werkpaarden van de academische wereld en kunnen in dit drama met verve de rol van de kastenloze Heebs spelen.

Voor de mild gestoorde Poly’s dacht ik aan opbloeiende interdisciplinaire terreinen zoals mediastudies, vakgebieden waarvan sommigen zich afvragen of ze, met een knipoog naar Niels Bohr, wel gek genoeg zijn om voor vol aangezien te worden.

Maar waarom met deze rolverdeling stoppen bij de zeven clans van Philip K. Dick? Er is in de cast of characters genoeg ruimte voor andere stoornissen. Wat dacht u van querulantenwaan? Velen buiten de academische wereld voelen zich zwaar miskend en willen ook graag meespelen. Voor hen is er de thuisdiagnose via de crackpot-index van de Amerikaanse wiskundige John Baez. Dat is een puntenschaal waarmee je eenvoudig het ‘revolutionaire’ karakter van je ontdekking kunt vaststellen. Zo krijg je bijvoorbeeld 5 punten als je Feynman verkeerd spelt of een woord met enkel hoofdletters schrijft, 10 punten als je je werk een paradigmaverschuiving noemt, 20 punten als je eigenlijk een Nobelprijs verdient of een vergelijking naar jezelf vernoemt (de ‘wet van Dijkgraaf’), 30 punten als Einstein in zijn latere jaren jouw vinding eigenlijk probeerde te bereiken en 40 punten als er een ‘samenzwering’ van het ‘establishment’ bestaat om je werk tegen te houden. Nu moet ik direct toegeven dat het knap lastig is een artikel te schrijven dat geen punten op de crackpot-index scoort. (Schrijvers van ingezonden brieven, pas op. De redactie past deze index ook toe.)

Andere varianten zijn

grootheidswaan, hypochondrie en narcisme. Kortom, mogelijkheden te over. Want, geef toe, om de wetenschap in te gaan moet je wel een beetje gek zijn. Maar misschien is er een sprankje hoop voor alle bewoners van de maan Academia. Aan het einde van Clans of the Alphane Moon worden de normale bezoekers als gestoord gediagnosticeerd en beginnen hun eigen clan, de Norms.