kwesties@nrc.nl

Weinig mensen lijken van plan een noodpakket aan te schaffen om op een ramp te zijn voorbereid. Veel briefschrijvers verwachten dat de overheid de bescherming goed organiseert. Ze pleiten voor „een goed getrainde rampenorganisatie.”

Blikken soep

Noodpakket? Nog iets erbij in een modern huishouden dat niet weet waar ze door de materiële overvloed spullen moeten bergen. Dat plastic tonnetje eindigt dan ergens in een kast op een plek waar je niet bij kan als je het nodig hebt. Achter de voorraad waxinelichtjes in tien kleuren met of zonder geur, naast de campinggasbranders die sinds de laatste kampeervakantie niet meer zijn gebruikt en waar nog voor drie weken koken gas in zit. Bovenop de oude slaapzakken en onder de nieuwe die voor de laatste Alpenvakantie veel handiger waren. Bij de rugzakken waar heel handig het thermo ondergoed in zit. Of moet het tonnetje in de schuur?

Of in de keuken in het kastje met de ijzeren voorraad blikken soep en ander langdurig houdbaar voedsel van de supermarkt en op voorraad gekocht non-food.

Ik geloof niet dat een ramp zich onaangekondigd binnen een half uur voltrekt. Als dat wel zo mocht zijn, dan helpt toch niets meer. Dus ons huishouden is een groot noodpakket, gegroeid uit overvloed en rijk genoeg om het lang genoeg te kunnen uitzingen.

Hans Lok

Potkachel

Ik ben van 1946. Dus ik heb op zolder een oude potkachel staan. Die sleep ik trouwens al mijn hele leven met me mee. Er staat ook een oliekachel met 40 liter brandstof paraat. Verder heb ik altijd veel zeep en lucifers in huis. Mijn oude dekens heb ik, toen de dekbedden in zwang kwamen, nooit kunnen weggooien. Je weet maar nooit. En natuurlijk zijn er kaarsen, een watertank, opwindbare zaklampen en een goed gevulde voorraadkast. Dit alles komt toch aardig in de buurt van het overlevingspakket van Binnenlandse Zaken. Misschien overleef ik wel een week overstroming.

Van de overheid verwacht ik veel, in ieder geval een goed getrainde rampenorganisatie. In een andere gemeente maak ik daar deel van uit. Ook niet voor niets.

Lex van Doorn

Polissen

Wij hebben geen noodpakket. Zaklantaarn, draagbare radio, mobiele telefoon, kaarsen, verband, lucifers, aansteker op gas zijn sowieso al in huis, evenals voor een paar dagen levensmiddelen en frisdrank. Wat minstens even belangrijk is, en dat heb ik wel voorbereid, is een documentenkoffertje waar alle paperassen in zitten die van belang zijn: verzekeringspolissen, eigendomsbewijzen, adressen, telefoonnummers, en niet te vergeten een creditcard. Niet alleen belangrijk bij grote rampen, maar ook bij een gewone brand.

Het zou verstandig zijn een checklist te maken van zaken die mee moeten bij evacuatie. Bij alle propaganda om een noodpakket aan te schaffen (lang leve de rampenangstcommercie) wordt daar geen woord aan besteed.

Wim Groenenboom

Drinkwater

Ik kan iedereen aanraden zoveel mogelijk voedsel, bouwmaterialen en andere nuttige zaken mee te nemen. Zelf beperk ik mij tot wat waterzuiveringstabletten, een paar busjes Superol en een flesje China-oil (pepermuntolie). Je stopt makkelijk voor 1000 liter drinkwater in je broekzak.

In hogere concentraties zijn de oplossingen te gebruiken om (brand-) wonden te ontsmetten en in het geval van Superol, gorgelen bij opkomende keelontsteking (waarna je het weer aanlengt tot drinkwater). De pepermuntolie is nuttig om het gezuiverde water, dat naar chloor of zwavel smaakt, drinkbaarder te maken, plaatselijk te verdoven, te inhaleren en de ergste lijkenlucht te onderdrukken.

Dus als we afspreken dat iedereen zijn noodpakket bestelt en meezeult, ruil ik met jou na een paar dagen wat ik nodig heb voor het water dat al na een paar dagen op bleek te zijn, voor een beetje extra voedsel ontsmet ik je etterende wonden en verdoof je beurse plekken, en mocht je kou hebben gevat omdat je huis er niet meer staat, ben ik de rotste niet en verlicht je symptomen met een paar druppies olie.

P. Lamers

Geheugen

Het goede en slechte van rampen is dat ze zich zo zelden voordoen. En dat het menselijke geheugen zo slecht is, natuurlijk. Toen er was ingebroken, sliepen we een week met de portefeuilles naast bed. Zeker twee weken gingen alle deuren op de knip. En daarna werd langzaam alles weer gewoon.

Na een vlam in de pan stond de brandblusser onder handbereik. Tot hij in de weg stond, naar de meterkast verdween en bij nadere inspectie over de datum bleek. Overigens is de rugzak die in de afgrond verdwijnt tijdens een bergwandeling altijd die met de EHBO-doos.

Dus hoe gaat het straks met dat noodpakket? Eerst op de schouw, dan in de keuken, misschien nog een tijdje in de hal. En uiteindelijk staat hij in de kelder bij watersnood, of juist op zolder bij brand. Het is duidelijk: wij zullen niet de laatste overlevers bij een kernramp zijn. Is misschien wel fijner ook?

Saskia Bons

Jammeren

Als ik weer eens hoor dat we het noodpakket moeten bestellen, krijg ik visioenen van broodmagere mensen en jammerende kinderen die op elkaar gepropt in een kille, vochtige kelder zitten te bibberen en te wachten op... ja, waarop eigenlijk? Waarom moet ik me voorbereiden? Explosies, stormen, een nucleaire aanval, overstroming? Voor dat laatste woon ik gelukkig aan de goede kant van Nederland; het uiterste oosten. En wanneer dit onverhoopt toch mocht gebeuren, dan wil ik het meemaken en me niet verstoppen.

Bij een nucleaire aanval wíl ik niet overleven. Een explosie komt per definitie zo onverwachts dat je je er niet op kunt voorbereiden. Dat risico neem ik dus maar. Komt die allesvernietigende storm, dan grijp ik snel een paar boeken en een schaakbord en zoek ik een veilig heenkomen. Als de storm geluwd is (dat duurt nooit langer dan een paar dagen), ga ik wel even kijken hoe de vlag erbij staat.

Ik ben geen doemdenker. Misschien wel wat naïef, maar liever dat dan me de hele tijd zorgen maken over al het dreigende onheil waarop de kans sowieso nihil is. Laat de overheid ons hoop bieden en niet onnodig angst aanjagen.

Jan ten Klooster