Kometenwolk rond zonnestelsel gloeit in gammastraling

Het zonnestelsel wordt omringd door een wolk van ijzige komeetkernen die zich uitstrekt tot bijna halverwege de meest nabije ster. Hoewel deze komeetkernen als gevolg van hun reusachtige afstanden volstrekt onzichtbaar zijn, produceren zij gezamenlijk een zwakke gloed van gammastraling. Dat concluderen twee Amerikaanse astronomen op grond van onderzoek naar het effect van de kosmische straling op deze kometenwolk, die ook wel – naar de Nederlandse astronoom Jan Oort – de Oortwolk wordt genoemd (Astrophysical Journal Letters, 10 februari).

De kometenwolk is het overblijfsel van de schijf van oermaterie rond de zon waarin 4,6 miljard jaar geleden de planeten zijn ontstaan. Vele overgebleven klonters van ijs en stof werden toen door de zwaartekracht van de reuzenplaneet Jupiter tot ver buiten het zonnestelsel geslingerd. Af en toe komt zo’n komeetkern toevallig weer in de buurt van de zon, waar hij door verdamping en weerkaatsing van zonlicht zichtbaar wordt, maar het gros blijft voor altijd onzichtbaar. En daardoor is het heel moeilijk te zeggen hoeveel ijsballen zich in de Oortwolk bevinden en wat hun grootteverdeling is.

Volgens Igor Moskalenko en Troy Porter zenden al deze donkere ijsballen echter constant een zwakke gammastraling uit. Dat komt doordat zij worden bestookt door deeltjes van de kosmische straling: de energierijke straling die uit alle richtingen van het heelal komt. Als zulke deeltjes in zo’n ijsklomp doordringen, ontstaan lawines van andere deeltjes en gammafotonen. De astronomen hebben berekend dat een flink deel van de diffuse gammastraling die wordt toegeschreven aan objecten in het diepe heelal, zoals (clusters van) sterrenstelsels, wel eens uit de veel nabijere Oortwolk zou kunnen komen.

Deze straling uit de kometenwolk zou gedetecteerd kunnen worden met de huidige of toekomstige gammasatellieten, waarna het spectrum van deze straling belangrijke informatie zou kunnen opleveren over de ruimtelijke verdeling en de grootteverdeling van deze ijsklonters in de Oortwolk. Maar ook de verdeling van andere, kleine objecten in het zonnestelsel zou op deze manier kunnen worden bestudeerd, zoals die van planetoïden en hun fragmentatieproducten in het gebied tussen Mars en Jupiter en de nog kleinere gruisdeeltjes rond het hoofdvlak van de planeten. George Beekman