Kier door IJzeren Gordijn

‘Hé, dat is Smyk”, roept mijn zoontje opeens. We zitten, in hartje Warschau, gekluisterd aan het Kaiserpanorama, in het Pools Fotoplastikon, een uitvinding uit de negentiende eeuw waarmee foto’s ‘in stereo’ kunnen worden bekeken.

We hebben net gekeken naar het vooroorlogse Warschau, met zijn romantische architectuur en joodse wijken, daarna zagen we Hitler een militaire parade afnemen in de Poolse hoofdstad. Vervolgens brandende kerken, verzetstrijders die vluchtend voor de nazi’s uit putten en gaten kruipen, de volledig tot puin gereduceerde stad.

En nu zijn we aanbeland in het communistische Polen, bij een foto van een groot glazen warenhuis, waar toen niets te koop was, maar tegenwoordig een grote speelgoedwinkel huist. De welbekende ‘Smyk’. Om ons heen wordt smakelijk gelachen.

Kaiserpanorama. Dat klinkt indrukwekkend, groots. Maar het is een cilindervormige, houten constructie in een kleine ruimte, in een achterafsteeg van de Jeruzalemallee, nummer 51. Rondom de twee meter hoge kijkdoos staan 24 krukjes, met daarboven koperen ‘brillen’, waar bezoekers hun ogen tegenaan drukken. In de doos schuiven 48 foto’s voorbij. Elke glazen plaat bevat twee vrijwel identieke foto’s, naast elkaar: het perspectief op de tweede foto is licht verschoven, waardoor een diepte-effect ontstaat.

Vandaag gaat de reis naar Warschau, maar op andere dagen kun je ook naar Parijs of Madagaskar, zonder een voet te verzetten. Dat was indertijd de charme van stereofotografie: je kon de wereld zien, in drie dimensies, in een tijd dat reizen voorbehouden was aan de elite en massatoerisme niet bestond. Het was een reismachine, op de kermis. Op het hoogtepunt van de rage was Europa 250 Kaiserpanorama’s rijk, nu slechts een paar, waaronder het Poolse exemplaar uit 1905, dat recentelijk gerestaureerd is. Het fenomeen werd overvleugeld door film.

Het Fotoplastikon staat al 104 jaar in diezelfde kleine ruimte, waar nu uit luidsprekers vooroorlogse Poolse chansons klinken. Dat het overleefde, op die plek, is ronduit miraculeus. Een blik op de Jeruzalemallee zegt genoeg: waar ooit statige herenhuizen stonden, staat nu het megalomane Paleis van Cultuur en Wetenschap, Stalins cadeau aan de Polen. Het pand waarin de reismachine staat opgesteld behoort tot de weinige huizen die na de oorlog nog overeind stonden.

Het overleefde ook, omdat reizen onder het communisme nog steeds geen vanzelfsprekendheid was. Het mocht niet of nauwelijks. Het Fotoplastikon was, zo zeggen de huidige uitbaters zelf, „een kier in het IJzeren Gordijn”. Dissidenten hokten samen in de kleine ruimte, draaiden jazzplaten, bespraken de politieke ontwikkelingen en drukten zich af en toe tegen de cilinder aan, om een blik op de buitenwereld te werpen, hoe oud en vergaan deze ook was. Alles was beter dan het heden.

Voor het apparaat staat een rij. Het is zondag, de entree is gratis. Af en toe komt een krukje vrij, het bekijken van de fotoserie duurt een klein kwartier. De mensen die net zijn geweest lopen langs met een wazige blik in hun ogen. Gelukzaligheid? Weemoed? Smart? Moeilijk te zeggen, maar de meeste bezoekers zijn vóór of tijdens de oorlog geboren. Zij komen al lang niet meer voor de reismachine. Ze komen voor de tijdmachine.