In Beeld

Moet het zaaigoed van boven komen? Dient het wellicht te gaan regenen? Of juist niet? De lucht ziet er geruststellend uit, ideaal weer om de spade in de grond te drijven, al gebeurt dat hier mechanisch. Grote vraag is wel wat hier verbouwd gaat worden en verondersteld wordt uit de grond te gaan schieten. Zand en zilte zee – groeizaam is het niet.

Nu ophouden met de onnozele hals uithangen, dit is geen boer, dit is Jan Dibbets. Kunstenaar, (1941), conceptueel als conceptueel can be. Hier bezig met de remake van zijn, op de maand af, veertig jaar geleden uitgevoerde ‘12 Hours Tide Object with Correction of Perspective’. De in het zand getrokken figuur lijkt, op film, dank zij perspectivische vertekening op een rechthoek. Extra attractie bij het optische bedrog: de vloed wist de vorens weg alsof ze nooit getrokken zijn.

Niets gemakkelijker dan dit bespottelijke gedoe te bespotten. Heeftie niets beters te doen, wat kost dit grapje, dit kan mijn kind ook. Moraal: alles moet nut hebben.

Nut! Nut! Nut!

Nee. Het is een perspectivische vertekening. We draaien het om. We denken ons in dat wijzelf Dibbets zijn. Wijzelf hebben ons leven in dienst gesteld van het perspectief. We zijn erdoor gefascineerd, geobsedeerd, we zien het alom. Alle denkbare andere activiteiten waarmee we ons leven ‘zin’ konden geven, hebben we gewogen, lichter bevonden, terzijde geschoven.

Dit – niets anders dan dit. Waarop niemand zit te wachten, behalve wijzelf. Zo 67 worden. Met een muts op, ’s ochtends vroeg op het strand gaan staan. In de kou. Daar euforisch van worden. Het gezicht heffen als in ‘het is volbracht’.

Geef het toe: ons ontbreekt de moed. Het geloof. De poëzie. Dit is het staatsieportret van een held.