'Ik wil me vrij voelen om alles te laten zien'

Boek me maar vol, zei cabaretier Ronald Goedemondt tegen zijn manager. Dus speelt hij zijn nieuwe voorstelling avond na avond.

Tijdens zijn nieuwste, goed ontvangen programma Dedication, doet cabaretier Ronald Goedemondt uitgebreid belangrijk over futiele dingen. Met een uitgestreken gezicht gaat hij in op de achtergrond van de naam van z’n douchecrème, ‘Cashmere Moments’, of de duurzaamheid van kamerplanten. Actuele maatschappelijke of politieke kwesties komen in Dedication niet voor. Goedemondt houdt het persoonlijk.

Rode draad in Dedication is de manier waarop een man van 33 zich tegenwoordig staande houdt in de liefde en het leven. Goedemondt is spontaan, snel en gemeen, met steeds een prettige ondertoon van gevoeligheid. Hij heeft groot gevoel voor taal, modieuze woorden (‘kansloos’) en woorden die niet bij elkaar passen. „Ik hou van woorden die anderen niet zo snel zullen gebruiken”, zegt hij, op een ochtend in een Amsterdams café. „‘Soit’ is natuurlijk een verschrikkelijk woord, maar ik vind het erg leuk om dat op het podium ineens hard te roepen.”

Deze tournee is met 130 voorstellingen tot en met juni, de langste tot nu toe. Hoe ziet uw werkdag eruit?

„Voor het eerst speel ik nu vier à vijf keer per week. Dat is veel, dus ik moet zuinig zijn op mijn energie. ’s Ochtends doe ik regeldingen, Hyves checken, m’n management bellen, wat lezen. Of ik spreek af met een collega om koffie te drinken. Dan mag het bij momenten wel geanimeerd worden, maar zij weten ook: na anderhalf uur is het op, want vanavond moet ik werken.

„Om een uur of een vertrek ik richting de plaats waar ik ’s avonds optreed. De hele dag ben ik bezig om in de juiste concentratie te komen, ongeveer een uur voor aanvang begin ik na te denken over vragen als ‘Wat is de essentie van de subtekst van het verhaal’, en ‘Waar zitten de rustpunten’. Zo werk ik naar de voorstelling toe.

„Het was mijn eigen idee om Dedication zo vaak te spelen. Ik zei tegen mijn management: ‘Boek me maar vol’. Ik wilde één keer in mijn leven helemaal naar de klote gaan met werk.”

Waarom?

„Om de overgave die er in zit. Je helemaal op één ding richten, dat vind ik mooi. Op een bepaalde manier is het ook louterend. Je geeft de weerstand op, je denkt steeds minder na. Ik ben elke dag aan het werk, ik rijd elke dag naar het theater. Daar, in de kleedkamer, zet ik een hoed op, een zwarte hoed, en vanaf dat moment ben ik alleen maar bezig met de mensen in de zaal. De tijd verdwijnt, ik weet niet meer waar ik ben. Na afloop van de show ben ik van de wereld. Ik ben regelmatig de kleedkamer kwijt. „Door deze manier van leven voelt het alsof ik word opgenomen in iets groters, ik ga op in het leven van de cabaretier. Er zit veel helderheid in: dit is het, dit is mijn bestaan. Dat geeft rust. Ik heb geen twijfel meer. Tot en met juni, tenminste.”

Maakt u tussendoor ook nieuw materiaal?

„Ik werk aan nieuwe dingen om te gaan stand-uppen. Want dat moet ik blijven doen. Vroeger zag ik in comedycafé Toomler altijd bepaalde cabaretiers optreden. Later, als ze een eigen programma hadden, kwamen ze niet meer in Toomler. Dan vergaten ze het stand-uppen, of ze durfden niet meer. Dat vond ik stom. Nu dreig ik zelf zo te worden.”

Waarom is stand-up comedy belangrijk?

„Stand-up is de ultieme testcase voor je materiaal, want je staat voor een publiek dat niet per definitie geïnteresseerd in je is. Als je je eigen programma speelt, komen de mensen echt voor jou. Bij stand-up niet. Ik was gister in Toomler en hoorde dat er die avond een klas met zestienjarigen had gezeten. Dat is verschrikkelijk, voor de komiek, maar het is ook heel leerzaam. In die situatie ben je naakter dan waar ook. Ik heb cafétournees door het land gedaan waarbij ik de oude mannen aan de bar moest zien te overtuigen. Als het daar lukt, lukt het ook in Carré, Budel of Oostknollendam. Daarom moet je steeds terug naar die confronterende situatie.”

Hoe bent u cabaretier geworden?

„Ik wilde al comedy doen sinds ik klein was, maar na mijn middelbare school heb ik eerst allemaal stomme dingen gestudeerd. Een jaar werktuigbouwkunde en vervolgens HEAO Communicatie. Bij die HEAO moet je presentaties houden en zo. Dan heb ik tenminste nog iets van publiek, dacht ik.

Na die opleiding, zo’n tien jaar geleden, ben ik begonnen. Zonder iemand iets te zeggen ben ik vanuit het huis van mijn ouders naar Amsterdam gereisd om in het Comedy Café, op het Max Euweplein, op het podium te stappen.”

Waar gingen uw grappen toen over?

„Ik had iets over een nieuw snoepje, dat heette Nimm2, ofwel NimmZwei. Het werd ook in Nederland onder die naam op de markt gebracht. Ik heb daar toen een heel militaristisch snoepje van gemaakt.”

Waren de grappen net zo goed als nu?

„Graptechnisch was het er allemaal al, maar ik ben sindsdien gegroeid in timing. En ik heb geleerd om meer van mezelf te laten zien. Je moet jezelf durven tonen. Ik ken jongens die technisch betere grappen maken dan ik, maar als er geen open persoonlijkheid achter staat, heeft het publiek het na een kwartier wel gezien. Om avondvullend te kunnen boeien moet je open zijn, op het exhibitionistische af.”

Tijdens de voorstelling van Dedication, onlangs in Amstelveen, viel u vaak uit uw rol. U moest zelf steeds lachen. Op de dvd van uw vorige voorstelling, ‘Ze bestaan echt’, gebeurt dat nooit. Hoe zit dat?

„Toen ik de reprise deed van Ze bestaan echt zat op een avond mijn oudste zus in de zaal. Tenminste, dat dacht ik. Mijn zus heeft een ongelooflijk aanstekelijke lach. Ik moest op dat moment vechten tegen haar lach, tegen de neiging om mee te lachen. En op een gegeven moment kon ik niet meer. Ik kreeg de slappe lach met mijn zus, dacht ik – achteraf bleek zij het niet te zijn. Ik zei tegen de zaal dat ik niet verder kon spelen. Ik bleef maar lachen. Uiteindelijk heb ik de voorstelling toch afgemaakt. Achteraf zeiden de mensen: vanaf dat moment was je helemaal bij ons.

„Ik snapte er niets van. Tijdens de terugrit naar huis dacht ik steeds: ‘Hoe kan dat nou? Ik moet de spanningsboog toch vasthouden, ik moet mijn rol toch spelen?’ Uiteindelijk kwam ik tot een ander inzicht: juist als je af en toe de teugels laat vieren, kunnen mensen dichter bij je komen. Het geeft je een extra dimensie. Dat is die openheid, die ik steeds meer leer.”

Wat verstaat u onder een technisch goede grap?

„Dat is een grap waarin waarheid en verrassing samenkomen. En pijn.”

In Dedication vertelt u over Dzjengis Khan die met de Mongolen een groot gebied veroverde, helemaal tot de Donau. Toen ze daar waren, hadden ze ineens geen zin meer. Een van hen zei: ‘Dat veroveren... ik voel het niet meer. Ik denk dat ik iets met grafisch ontwerpen ga doen.’ Is dat een technisch goede grap?

„Ja. Het is verrassend, omdat je het hebt over Mongoolse veroveraars die grafisch ontwerper willen worden. En er zit waarheid in. Ik hoor heel vaak mensen zeggen ‘Ik denk dat ik iets ga doen met grafisch vormgeven’. Dat vind ik een nogal belegen opmerking. Dus van de mensen van tegenwoordig die zeggen ‘Ik wil iets doen met...’ maak ik het slachtoffer.

„Ik heb, wellicht door mijn opvoeding, een groot gevoel voor slachtofferschap. Daardoor gaan veel grappen ten koste van mezelf, en ik zie ook makkelijk waarin anderen slachtoffer zijn. Dat is een handige eigenschap als je grappen moet bedenken.”

Wanneer is een voorstelling geslaagd?

„Als ik het gevoel heb dat ik met het publiek kan praten zoals ik met mijn familie aan de keukentafel praat. Als dat lukt met een zaal vol vreemden, of het er nu 200 in Amstelveen zijn of 1.500 in Breda, dan heb ik mijn doel bereikt.

„Aan de keukentafel zitten, betekent voor mij dat alles kan. Dat je alles mag laten zien. Van positief naar negatief, van woede tot blijdschap, angst, vernedering, geluk. Je mag boos worden, met de deuren slaan, en daarna gewoon weer gaan zitten en verder kletsen.

„Andere cabaretiers hebben het over de actualiteit, of ze willen mensen confronteren met maatschappelijke kwesties. Mij gaat het uitsluitend om het gevoel van de keukentafel.”

Met welk doel? Dat wij u als mens leren kennen?

„Dat zou een mooi bijeffect zijn, maar het is niet mijn doel. Het gaat me om die vrijheid, die je normaal gesproken alleen hebt bij vertrouwelingen en verwanten.

„Soms lukt het me om diezelfde mate van vrijheid te voelen tijdens een voorstelling. Het streven naar die ervaring, daar draait het bij mij om.”