'Ik probeer niet in de weg te staan'

De Engelse trainer Steve McClaren (47) staat met FC Twente tweede in de eredivisie. „De goede organisatie bij de club heeft me verbaasd.”

Vraag Steve McClaren niet of zijn trainerschap bij FC Twente een kans op eerherstel is. „Rehabilitatie? Alsof ik een drugsverslaafde ben”, lacht de Engelsman, in november 2007 ontslagen als bondscoach en beschadigd door de gevreesde Britse tabloids. „No, I’m not in rehab. Het was teleurstellend, maar dat gebeurt nu eenmaal in het voetbal. Ik had de volgende dag weer aan het werk gekund. Je moet er van leren, jezelf afstoffen en proberen een betere trainer te worden. Dat hoop ik te bewijzen.”

Toch lijken de zestien maanden als bondscoach van Engeland sporen te hebben nagelaten. Hij houdt niet van interviews, stelt McClaren vriendelijk na een gesprek in het trainingscentrum van FC Twente in Hengelo. En hij houdt zeker niet van vragen over de mislukte kwalificatie voor het Europese kampioenschap van afgelopen zomer. Liever is hij in alle rust bezig met FC Twente, de ploeg waarmee hij nu tweede staat in de eredivisie. „Zelfpubliciteit is de slechtste publiciteit, is me eens verteld. Mijn voldoening haal ik uit winnen. Dat hoef ik niet van de daken te schreeuwen.”

McClaren (47) werd geboren in Fulford, nabij York, in een arbeidersgezin. Hij speelde als middenvelder voor de bescheiden profclubs Hull City, Derby County, Bristol City en Oxford United, waar hij zijn loopbaan als trainer begon. Via een rol als assistent bij Derby County belandde hij in 1999 bij Manchester United, als rechterhand van manager Alex Ferguson, die de wederopbouw van de voetbalgrootmacht leidde. „Het was de zwaarste baan in mijn leven”, zegt McClaren over de periode waarin de ploeg weer kampioen werd van Engeland en Europa.

Voor velen was de nieuwe assistent-trainer een volslagen onbekende, maar Ferguson zag in hem een staflid dat hem aanvulde. McClaren vestigde zijn naam als een vooruitstrevende trainer, die experimenteerde met videoanalyse en sportpsychologen. Nog steeds is hij geïntrigeerd door de gebruiken in andere, vooral Amerikaanse sporten. Hij prijst de biografieën van succesvolle coaches als Phil Jackson, Pat Riley (beiden basketbal) en Bill Belichick (American football). McClaren: „Ik lees veel boeken. Een eigen boek? Als ik genoeg ervaring heb en tijd voor reflectie doe ik het.”

Vernieuwingsdrang heeft McClaren al sinds zijn tijd bij Derby County. „Ik heb altijd anders willen zijn, maar wel op een productieve manier. Sinds we bij Derby experimenteerden met het videoanalysesysteem ProZone heeft voetbal zich snel ontwikkeld met wetenschap en technologie. Nu kunnen we elk aspect van een speler in een wedstrijd bekijken. De prestaties in het voetbal zijn verbeterd, omdat analyses niet meer op meningen, maar op feiten zijn gebaseerd. Op het mentale vlak kunnen we nog veel winst behalen, blijkt bij individuele sporten. Voetbal is meer dan fysiek en techniek. Coaches hebben lang alleen naar de hardware van voetballers gekeken, terwijl de software misschien wel belangrijker is.”

Mede door zijn reputatie als pionier werd McClaren in 2001 aangesteld bij Middlesbrough. In vijf seizoenen behaalde hij sterk wisselende resultaten, met een plaats in de UEFA-Cupfinale van 2006 als hoogtepunt. McClaren combineerde zijn baan bij Middlesbrough met de functie van assistenttrainer bij de Engelse nationale ploeg. Na het vertrek van bondscoach Sven-Göran Eriksson in 2006 polste voetbalbond FA eerst Luiz Felipe Scolari als opvolger. De Portugees zegde af, omdat de functie hevige inbreuk van media op zijn privéleven zou hebben.

McClaren, de verrassende volgende trainer op de shortlist van de FA, bleek wel bereid bondscoach te worden. Zijn aanstelling werd geprezen door collega’s en bekritiseerd door de meerderheid van de fans. Na anderhalf jaar onder McClaren verloor Engeland op het vernieuwde Wembley van Kroatië (3-2), waardoor de ploeg voor het eerst in veertien jaar een eindtoernooi zou missen. McClaren, al maanden onder vuur door onder meer het spelniveau, werd genadeloos aangepakt door Britse media. Een dag na de uitschakeling werd hij ontslagen, na het kortste dienstverband van een Engelse bondscoach ooit.

McClaren werkte nog even als assistent bij een Engelse tweededivisieclub en als co-commentator bij de BBC, tot in mei vorig jaar voorzitter Joop Munsterman van FC Twente kenbaar maakte in hem geïnteresseerd te zijn. De gesprekken leidden tot een tweejarig contract bij de club. „Het enthousiasme van Joop is aanstekelijk. Hij is de belangrijkste reden dat ik hier ben”, zegt McClaren over de topman van uitgeverij Wegener.

Van een vlucht uit Engeland wil hij niet weten, al geeft hij toe dat de clubs uit de Premier League niet voor hem in de rij stonden. „Natuurlijk zijn er omstandigheden die bepalen wat je doet en waar je heen kunt. Maar ik heb altijd al in het buitenland willen werken.” En: „Zo’n situatie doet iets met je. Ik hoop dat het uiteindelijk een gunstige uitwerking heeft. Ik had tot dan toe een redelijk vlekkeloze rit, misschien moest ik eens onderuit gaan. Ja, het was een harde val. Maar je leert ervan dat je bepaalde dingen niet meer moet doen. Welke? Lees dat maar in mijn boek, over een paar jaar.”

McClaren verhaalt liever over de voetbalnatie Nederland, die hij kent van het totaalvoetbal, Ajax, Johan Cruijff en andere topspelers. In zijn zoektocht naar vernieuwing was hij ook gestuit op de instructievideo’s over balbeheersing van Wiel Coerver, met zijn huidige assistent-trainer Kees van Wonderen als tiener in een hoofdrol. McClaren won voor zijn komst naar FC Twente informatie in bij Bobby Robson, ook voormalig bondscoach van Engeland en oud-trainer van PSV. „Go on your own, son. You’ll love it”, imiteert hij Robson.

De trainer volgde het advies op. „De reden dat de club in de afgelopen jaren zo succesvol is geweest, is niet het nieuwe stadion of andere faciliteiten”, legt hij uit. „Het komt door de mensen die al jaren bij de club werken, in het bestuur of de technische staf. Het heeft me verrast hoe goed de organisatie van FC Twente is. Daarom wilde ik geen eigen mensen meenemen. Ook werd de ploeg vorig seizoen omschreven als het best voetballende elftal in de eredivisie. Ze waren al ambitieus. Het enige wat ik kon doen, was niet in de weg staan.”

McClaren begon met dezelfde bescheidenheid als assistent-trainer bij Manchester United, halverwege wat het meest succesvolle seizoen voor de club zou worden. „De eerste wedstrijd dat ik op de bank zat, wonnen we met 8-1 van Nottingham Forest. Wat kon ik nog toevoegen? Ook daar was het belangrijkste te proberen niet in de weg te staan. De spelers van Manchester United waren nooit tevreden en eisten bij de staf dat ze beter zouden worden. Honger is wat hen zo succesvol maakte. Ze accepteerden wat de staf nodig achtte om te winnen en wisten precies wanneer ze geen profijt hadden van een training. Het enige wat Fergie deed, was eerlijk zijn tegen de spelers en hun vertrouwen geven zodra ze het veld opstapten. Dat betaalde zich terug.”

Een vergelijkbare mentaliteit trof McClaren bij de Nederlandse profs Jerrel Hasselbaink, Boudewijn Zenden, George Boateng en Michael Reiziger, met wie hij bij Middlesbrough werkte. „Allemaal nieuwsgierige mensen met uitgesproken meningen over voetbal. Daar houd ik van. Ze bleken allemaal ontvankelijk voor training, hadden steeds vragen en waren open minded. Het is niet voor niets dat honderd Nederlandse coaches in het buitenland werken, tegenover een handvol Engelse trainers. En over de hele wereld vind je Nederlanders in het bedrijfsleven.”

McClaren probeert zijn spelers op dezelfde manier als Ferguson te stimuleren. „Je kunt als coach schreeuwen wat je wilt, eenmaal op het veld kun je er niets meer aan doen. Vertrouwen is alles, in het voetbal en het leven. Aan het begin van mijn trainersloopbaan viel me op dat analisten, spelers, trainers en journalisten het alleen maar over vertrouwen hadden. Ik dacht: ‘dat moet het zijn’. Het is essentieel hoe je dat gevoel bij spelers opwekt.”

McClaren kreeg als bondscoach de kritiek dat zijn internationals met zelfoverschatting speelden. Na het recente gelijkspel tegen De Graafschap (2-2) zei spits Blaise N’Kufo dat FC Twente niet arrogant moet worden, maar juist hard moet blijven werken. McClaren: „Niemand bij FC Twente is arrogant. Het lijkt misschien zo, maar ik noem het gebrek aan concentratie. Dat leer je alleen als je ervoor wordt gestraft, zoals tegen De Graafschap, maar ook bij wedstrijden in de UEFA Cup. Het gaat om de juiste balans. Het coachen van een ploeg is als een duif in je hand houden. Als je te hard knijpt, dood je hem. Laat je hem te vrij, dan vliegt hij weg.”

De trainer die vooral niet in de weg wilde lopen bij FC Twente, heeft in een half seizoen de ploeg van zijn voorganger Fred Rutten op zeven plaatsen gewijzigd. Maar het spel is nog altijd goed. Smaakmakers als Orlando Engelaar en Karim El Ahmadi zijn vertrokken, maar de nieuwelingen blijken in staat de erfenis te dragen van de ploeg die vorig seizoen deelname aan de voorronden van de Champions League haalde.

McClaren: „Het was in de eerste wedstrijden nog goed te zien dat dit een nieuw elftal is. We moesten zoeken naar de juiste samenstelling. Met geduld en de goede mensen om me heen zijn de puzzelstukken in elkaar gevallen. Wout Brama is echt een openbaring. Vorig seizoen had hij nog niet eens een basisplaats. Ook Eljero Elia, Marko Arnautovic en Ronnie Stam ontwikkelen zich snel. En Kenneth Perez is heel belangrijk geworden.”

Met de eredivisieduels PSV-AZ en Ajax-Feyenoord van dit weekeinde kan FC Twente tegen nummer achttien FC Volendam goede zaken doen in de strijd om de kopposities. Komende week speelt de ploeg van McClaren de eerste van twee UEFA-Cupwedstrijden tegen Olympique Marseille. McClaren: „FC Twente is geen stap terug, het is een uitdaging. Ik wil ook vast naar volgend seizoen kijken. Wie weet wat er mogelijk is als het ons geen tien duels kost om op stoom te komen.”