IJs maken in een beker

de proefjesfabriek

Met een flinke schep zout kun je tegelijkertijd ijs laten smelten en water laten bevriezen. In hetzelfde glas. Op hetzelfde glas. Het is tovenarij die niet kan mislukken.

Wat heb je nodig?

Een glas, sneeuw of een paar ijsblokjes, zout.

Wat moet je doen?

Gebruik een niet al te dik glas dat ook aan de buitenkant goed schoon is.

Als er sneeuw is: vul het glas voor driekwart met sneeuw.

Is er geen sneeuw, gebruik dan ijsblokjes.

Wikkel de blokjes in een zakdoek of theedoek en sla er voorzichtig met een hamer op tot het fijn gruis is geworden. Doe het gruis in het glas.

Schep een paar theelepels zout op de sneeuw of het gruis en roer het erdoor.

Kijk naar wat er binnen in het glas gebeurt: daar gaan sneeuw of ijsgruis smelten.

Kijk naar de buitenkant van het glas: daar begint juist ijs aan vast te groeien. Misschien zie je wel mooie ijsbloemen, als het glas goed schoon en een beetje vochtig was.

Wat gebeurt hier?

Wat hier gebeurt is eigenlijk wat er gebeurt als de gemeente zout strooit nadat het ’s nachts heeft gesneeuwd of geijzeld. Door het zout gaat de sneeuw of het ijs smelten. Tegelijk wordt dat smeltende papje veel kouder dan het was, maar dat merkt niemand omdat niemand er een vinger of blote teen in steekt. Als je goed roert in het glas met zout en ijs of sneeuw kan het daarbinnen ook wel meer dan tien graden kouder worden dan het was. Al gauw is ook de buitenkant van het glas koud en dan gaat dat ‘beslaan’. Dat betekent dat het vocht uit de lucht er als kleine schone waterdruppeltjes op gaat vastzitten. Wordt de buitenkant van het glas nog kouder dan gaan die druppeltjes bevriezen, want zij hebben geen last van dat zout. Als je niet beter wist zou je denken dat het ijs van binnen naar buiten is geklommen.

Karel Knip