'Het was een weg van duizend kleine stapjes'

‘Na een psychose is het alsof je uit de dood bent opgestaan. Je gevoel moet opnieuw geboren worden. Iemand die nooit een psychose heeft gehad, begrijpt niet wat dat betekent. Er is in de maatschappij weinig empathie voor psychiatrische patiënten. Als je je benen verbrijzelt, houdt men de deur ook tien jaar later nog voor je open, maar voor een geesteszieke wordt hij dichtgesmeten. Het is een ongelooflijk hard bestaan. Toch is een psychose niet het einde van de wereld. Je kunt er zelfs op eigen kracht van genezen.

Toen ik een psychose had, heb ik op een gegeven moment het heft in eigen hand genomen. Ik koos niet voor de behandeling, maar voor het probleem: ik ben gestopt met de medicatie en heb de lange weg naar een onafhankelijk bestaan genomen. Medicatie gebruik je voor de omgeving: je lijkt aangepast, maar het is een schijnoplossing.

De farmacie heeft grote invloed in de geestelijke gezondheidszorg. Dat is al twintig jaar een sluipend proces. Psychiaters gingen vroeger op zoek naar de symptomen van een kwaal en stelden een diagnose. Tegenwoordig vragen ze zich vooral af: wat kan ik voorschrijven? Ik vind het belangrijk dat mensen die hetzelfde meemaken als ik zich realiseren dat je ook op natuurlijke wijze kunt genezen. Ik denk dat veel patiënten smachten naar een leven zonder medicatie. Het merendeel van de psychiaters zal zeggen dat je niet kunt genezen, maar ik gebruik nu al vijftien jaar geen medicatie meer en ik ben ook al vijftien jaar niet meer depressief geweest.

De psychose openbaarde zich bij mij in 1990, in een periode van veel drank en drugs. Ik heb jaren mijn longen zwart geblakerd met sigaretten en marihuana. Op mijn vijftiende was ik voor het eerst dronken. Ik dronk meer dan anderen en ik bleef altijd het langste op feestjes in plaats van naar huis te gaan om een tentamen te leren. Op mijn vierentwintigste was het alsof er in mijn hersens langzaam een deur naar het verleden openging die ik altijd had dichtgehouden. In mijn kindertijd heb ik een trauma opgelopen dat ik jarenlang had weggedrukt, maar dat toen als een boemerang terugkwam.

Ik ben al vroeg het volwassen leven ingegooid. Vanaf mijn zesde heb ik vijf jaar in een pleeggezin gewoond omdat mijn ouders relatieproblemen hadden. Daar ben ik misbruikt door de zoon en een vriend van hem, twee puberende jongens. Lang voelde ik het als een taboe erover te spreken. Ik had vanaf mijn zesde een emotionele stilstand. Op mijn vierentwintigste begon de herbeleving van het trauma. Ik raakte in een identiteitscrisis. Er waren momenten dat ik niet wist hoe ik heette.

Een psychose is een ontaardend proces. Je geest treedt in feite uit, raakt los van het lichaam. Je gaat irrationeel denken, fantasie en realiteit zijn niet meer uit elkaar te houden. Mijn geest kon de lichamelijke herbeleving niet aan en dat uitte zich in angst. Ik was de hele dag voor alles bang, ik had dat nooit eerder meegemaakt.

Ik ben toen één jaar opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis. Iedereen in zo’n inrichting heeft een beschadigd kindgedeelte. Ik wilde de herinnering aan het angstige jongetje in de grot van mijn hersenen niet erkennen. Mijn behandeling bestond onder meer uit praattherapieën, kleien en schilderen. Ik kreeg ook antipsychotica. De bedoeling is dat je de medicijnen op den duur afbouwt, maar ze veroorzaken vaak bijwerkingen die bestreden worden met weer andere medicatie, zodat je na een half jaar vijf pillen ’s ochtends en vijf pillen ’s avonds slikt.

Ik las dat 10 procent van de mensen ‘chemisch gelukkig’ is. Men leidt zogenaamd een gelukkig leven, maar in werkelijkheid legt chemische medicatie een deel van het gevoelssysteem lam. Het is geen geneesmiddel. De bijwerkingen brengen nieuw lijden teweeg. Medicatie maakt cynisch, wrang en achterdochtig. Je kunt er depressief van worden en zelfs een psychose krijgen. Bovendien vermeldt iedere bijsluiter dat de klachten na het stoppen erger kunnen terugkomen dan toen je begon. Negen van de tien patiënten vallen vroeg of laat terug, die hebben een abonnement op de inrichting en zijn afhankelijk van medicatie.

Je kunt je afvragen of medicatie de patiënt dient of vooral de farmacie. Hun belangen zijn conflicterend. Ik zeg niet dat iedereen met medicatie moet stoppen, maar eenmaal in de greep ervan is het moeilijk er vanaf te komen. Als men weet heeft van jouw psychiatrische achtergrond en je loopt met wallen onder je ogen rond, denkt men meteen aan medicatie, terwijl men bij een ander denkt: die heeft gewoon slecht geslapen.

Eén van de redenen waarom ik de rit in de inrichting heb uitgezongen, is, denk ik, dat ik instinctief heb gekozen voor een hormonenkuur. Ik had de therapeut daar om gevraagd, omdat ik het gevoel had dat ik het zonder die extra kracht niet zou redden. Het leven in een inrichting is geen walk in the park. Het is een hel. In de gevangenis moet je gevangenen het idee geven dat ze zouden kunnen ontsnappen. Dat geeft hoop. Farmacie ontneemt de psychiatrische patiënt de hoop op een leven zonder medicatie. Sommige patiënten kunnen de realiteit niet aan. Ik denk dat het goed zou zijn als je bij wijze van krachtvoer een hormonenkuur in hun medicatie zou doen. Daardoor krijgen ze wat hoop en het gevoel dat er uitstel van executie is.

Tijdens de behandeling heb ik leren praten over mijn angsten. Je krijgt handvatten om ze te registreren en analyseren, maar de herbeleving komt later. Ik was dan ook niet genezen toen ik uit de inrichting kwam. Ik had zelf het idee dat ik misschien het syndroom van Asperger heb, een aan autisme verwante contactstoornis. Er waren allerlei signalen die daarop wijzen. Ik heb me twee dagen laten testen en uitgebreid vragen ingevuld. De conclusie was dat Asperger niet viel uit te sluiten, maar de therapeuten waren niet geïnteresseerd in de diagnose, omdat een behandeling voor mij als volwassene toch niet meer zou baten, zeiden ze. Ze wilden me alleen chemische medicatie geven. Dat heb ik geweigerd. Ik ben opgestapt en heb besloten mijn eigen weg te volgen.

Het was een weg van duizend kleine stapjes. Ik zeg weleens: ik huil geen duizend tranen in één keer, maar duizend keer één traan. Het was een kwestie van doorzetten. Mijn theorie is dat een geestesziekte veroorzaakt wordt door zieke organen. De geestelijke gezondheidszorg gaat uit van het omgekeerde: de hersenen sturen het lichaam aan. Ik denk juist dat als bijvoorbeeld longen, lever of nieren beschadigd zijn de bloedspiegel verandert, waardoor psychische problemen ontstaan.

Als je ervoor kunt zorgen dat zwartgeblakerde longen en een door alcohol beschadigde lever weer normaal functioneren, heeft dat naar mijn idee een positief effect op een stoornis in de hersenen. Daarom ben ik tien jaar geleden gestopt met roken en drinken. Om mijn leverbeschadiging te genezen, dronk ik dagelijks drie tot vier liter vocht zodat de blaas aan de gang zou blijven. Iedere dag ging ik vijf tot tien kilometer wandelen. Ik heb de drang mezelf naar binnen te richten, maar ik dwong mezelf naar morgen te kijken. Daarnaast heb ik allerlei alternatieve en homeopatische therapieën gevolgd.

Als je niet drinkt en rookt en niet afhankelijk bent van medicijnen, ga je doen wat je moet doen. Je blijft minder makkelijk in bed liggen. Ik had na verloop van tijd een baan als telefonische verkoper en daar bleek ik goed in te zijn. Ik heb eens vrijkaartjes gewonnen voor de Champions League Ajax-AC Milan in Wenen omdat ik op onze afdeling het meest had verkocht. Maar op een gegeven moment dacht ik: als je kiest voor een bestaan zonder medicijnen en kritisch bent over de invloed van de farmacie op de geestelijke gezondheidszorg moet je niet achter de telefoon producten verkopen, maar de handschoen oppakken en je verhaal opschrijven om anderen met soortgelijke problemen te bereiken.

Ik had al eerder detectives geschreven. Tijd geneest een psychose; waar ik nu aan gewerkt heb, is een autobiografisch verslag. Het ging mij daarbij in de eerste plaats om de boodschap. Ik wilde een tegengeluid laten horen. In het gedeelte ‘Geestziekte zit in het lichaam’ beschrijf ik hoe ik mijn weg naar genezing heb gevonden.

Dat heeft veel kracht gekost de afgelopen jaren. Een grote maatschappelijke carrière heb ik niet gemaakt. Dat vind ik jammer, maar first things first. Ik heb nu een uitkering, schrijf boeken en geef Nederlandse les aan asielzoekers en privéles aan buitenlanders. Ooit hoop ik eigen inkomsten te genereren. Als mijn boek, dat nu nog alleen op internet is te lezen, vaak wordt gedownload, vind ik misschien een uitgever die het wil publiceren. Ik ben gedreven, ik wil graag succesvol worden in dit leven. Bang dat de psychose terugkomt, ben ik niet. Ik weet hoe te overleven.’’

Noor Hellmann

De boeken van Joris van Huijstee zijn gratis te downloaden via www.tijdgeneest.nl