Het raadsel van de Marokkaanse besnijdenis

Meisjesbesnijdenis komt ook in Nederland voor. Het is moeilijk te uit te bannen. De strijd wordt gevoerd met vervolging, voorlichting, contracten met ouders en oplettende hulpverleners.

Een vader wordt vervolgd voor het besnijden van zijn dochter. Dat werd begin deze week bekend. Dat is voor het eerst in Nederland en lijkt een overwinning in de strijd tegen besnijdenis.

Lijkt. Want de vader is een 29-jarige Marokkaan. In Marokko komt meisjesbesnijdenis niet voor. „Het is een atypische zaak”, zegt directeur Monica van Berkum van kenniscentrum Pharos. „Het is on-mo-ge-lijk dat het hier om een besnijdenis gaat”, zegt kinderarts Nordine Dahhan. „Ik heb geen idee wat er wel aan de hand is, maar ik wed om een mooie fles wijn dat er iets anders speelt.” Saadia Daouaeri, stafmedewerker bij DonaDaria, centrum voor emancipatie van allochtone vrouwen. „Ik kwam op mijn twintigste naar Nederland en hoorde hier voor het eerst over meisjesbesnijdenis. Het bestaat niet in Marokko. Ik kijk vaak naar Marokkaanse zenders op de televisie, er wordt over allerlei precaire onderwerpen gediscussieerd, loverboys, huiselijk geweld, verstoting, maar het onderwerp besnijdenis heb ik nog nooit langs horen komen.”

„Wordt er in Nederland eindelijk iemand vervolgd na een besnijdenis, blijkt het om een Marokkaan te gaan”, zegt Sadik Harchaoui, directeur van het multicultureel instituut Forum. In Frankrijk zijn 37 strafzaken geweest. Ook Sadik Harchaoui kent het niet uit Marokko. „Misschien is hij in de ban geraakt van een Saoedische imam”, oppert Saadia Daouaeri. Dat is ook het enige dat Fatma Bouchataoui, jarenlang hulpverlener en voorlichter aan Marokkaanse vrouwen, kan verzinnen. „Een enkele Marokkaan gaat naar een Somalische moskee. Of hij is gewoon niet goed bij zijn hoofd.”

Het heeft ons erg verbaasd toen we hoorde dat het om een Marokkaanse vader gaat, zegt Monica van Berkum. „Maar los van de identiteit van de man, de vervolging is erg belangrijk. We laten ermee zien dat besnijden een verminking is, een misdrijf, dat je er straf voor kunt krijgen.” Genitale mutilatie wordt in Nederland beschouwd als kindermishandeling. Er staat een maximale gevangenisstraf van 12 jaar op. Het is onbekend hoe vaak het voorkomt. De Raad voor de Volksgezondheid schatte in 2005 dat in Nederland jaarlijks minimaal 50 meisjes slachtoffer worden van besnijdenis. Ouders laten hun dochters besnijden omdat het haar huwelijkskansen vergroot en haar maagdelijkheid zou beschermen. In verschillende landen wordt het mooi gevonden en geeft het status. Soms wordt ten onrechte geloofd dat het een islamitisch voorschrift is.

Staatssecretaris Bussemaker (Volksgezondheid, PvdA) en minister Rouvoet (Jeugd en Gezin, ChristenUnie) vinden vervolging ook een belangrijk signaal. Zij stuurden vorige week een brief naar de Tweede Kamer. Zij vinden dat hulpverleners en slachtoffers van genitale verminking vaker aangifte moeten doen. Tussen het voorjaar van 2007 en 2008 kwamen bij hulpinstanties over 51 meisjes uit 27 gezinnen meldingen en adviesvragen binnen vanwege genitale verminking, of vermoedens daarvan. Maar het Algemeen Meldpunt Kindermishandeling (AMK) en de Raad voor de Kinderbescherming deden in geen van die gevallen aangifte. Het kabinet wil nu dat sneller ingegrepen wordt. Desnoods moet een kind onder toezicht worden gesteld. Van zo’n maatregel, evenals van strafrechtelijke vervolging, kan een preventieve werking uitgaan, vindt het kabinet.

Voorkomen van besnijdenis is veel beter dan ouders vervolgen als het al gebeurd is, zegt Monica van Berkum. Daarom moeten hulpverleners, leraren en artsen alert zijn als het om meisjes gaat uit risicolanden, zoals Somalië, Soedan, Egypte en Ethiopië. „Signalen kunnen heel subtiel zijn”, zegt Monica van Berkum. „Als een Somalisch meisje aan de leraar vertelt dat er binnenkort een groot feest voor haar komt, dan moet hij doorvragen en handelen als hij vermoedt dat ze risico loopt.”

Pharos heeft daar een protocol voor ontwikkeld. Zo’n leraar moet in elk geval eerst met de ouders en het meisje praten. Als het niet lukt om de ouders te overtuigen dat besnijdenis absoluut niet aan de orde is, moet de hulpverlener of leraar dat melden bij het AMK. Het AMK gaat dan onderzoek doen. Bussemaker kondigde eerder deze maand aan dat het AMK er vijftien deskundigen bij krijgt die gespecialiseerd zijn in het onderkennen van risico’s op meisjesbesnijdenis. Besneden wordt vaak in het land van herkomst, tijdens de zomervakantie. Bussemaker wil ouders uit risicolanden een contract laten tekenen waarin ze beloven hun dochters niet te laten besnijden.

Kinderarts Nordine Dahhan verwacht meer van gerichte voorlichting, omdat dan de ouders zelf hun gedrag veranderen. En dat bereik je niet in twee of drie jaar. De besnijdenis zit diep in hun cultuur. De sociale druk kan enorm zijn.” Die druk wordt minder als mensen zich uit de risicogroep zich publiekelijk uitspreken tegen besnjjdenis. Monica van Berkum „Dat is de beste preventie.”