Het kabinet, de crisis en de rijksbegroting

Het vierde kabinet-Balkenende staat aan de vooravond van de moeilijkste opgave sinds zijn aantreden op 22 februari 2007: de rijksbegroting voor het jaar 2010. Zij moet worden opgesteld terwijl er een financiële en economische crisis woedt die totaal niet werd voorzien toen het kabinet van CDA, PvdA en ChristenUnie werd geformeerd. Principiële vraag is in hoeverre het kabinet moet worden gehouden aan de regels die het zichzelf heeft opgelegd: dat het begrotingstekort de 2 procent niet mag overschrijden.

Het contrast is groot. Begin 2007 toonde het kabinet in zijn regeerakkoord de ambitie om voor tien miljard euro te investeren, voor drie miljard de lasten te verlichten en zeven miljard aan intensiveringen te besteden. Het achtte het haalbaar in 2011 een structureel overschot van 1 procent te realiseren. Medio vorig jaar leek er ook nog geen vuiltje aan de lucht. Tot de kredietcrisis zich wereldwijd als een epidemie verspreidde. En die bleek heel smerig.

De stand van zaken nu: Nederland zit in een recessie. In september, in die totaal achterhaalde Miljoenennota van minister Bos (Financiën, PvdA), werd voor 2009 nog een overschot van 1,2 procent verwacht. Het verschil tussen dat overschot en een tekort van 2 procent bedraagt al 20 miljard. Maar volgens de jongste berichten zou er zelfs 20 miljard moeten worden bezuinigd om op een tekort van niet meer dan 2 procent uit te komen. Hogere uitgaven aan werkloosheidsuitkeringen en lagere belastinginkomsten zijn nu eenmaal onverbrekelijk verbonden aan een crisis. Het kabinet moet dus de kapitaalmarkt op om veel meer te lenen dan voorzien en zich vooral buigen over de vraag of het vervolgens bereid is zijn eigen begrotingsregels te schenden. Niet alleen de begroting voor 2010 is daarbij in het geding, maar ook de lopende begroting.

Achter de percentages gaat een politieke discussie schuil die de komende maanden heftiger zal worden. De ministeries bereiden nu hun begrotingen voor. In maart of april zullen ze van minister Bos – aan de hand van nieuwe prognoses, het CPB komt daar volgende week mee – horen wat er echt mogelijk is.

De rijksbegroting zal in het teken staan van crisisbestrijding en de vraag hoe schadelijk bezuinigingen zijn. Met de restrictie dat alles wat het kabinet kan doen om de economie te stimuleren van betrekkelijke betekenis is. Nederland is nu eenmaal zeer afhankelijk van de wereldhandel.

Overigens heeft het kabinet, welbewust en zonder dat het veel ophef veroorzaakte, voor een deel zijn begrotingsregels al verlaten. De steun die het de financiële sector (banken, verzekeraars) heeft verleend, beloopt inmiddels het duizelingwekkende bedrag van 85 miljard euro. De kosten en (gehoopte) opbrengsten van deze interventies worden buiten de begroting gehouden en geheel ten laste of ten bate van de staatsschuld gebracht. Dat is niet zonder risico.

De strikte begrotingsregels zijn met goede redenen afgesproken – voor goede én slechte tijden. Die redenen, de onwenselijkheid om schulden op toekomstige generaties af te wentelen en de toekomstige kosten van de vergrijzing, zijn niet verdwenen. Niettemin is de crisis een rechtvaardiging om minder rigide met de regels om te gaan. Mits het om maatregelen gaat die aantoonbaar de economie en de werkgelegenheid versterken en die daardoor in de toekomst alsnog bijdragen aan een verantwoord financieel overheidsbeleid.