Het einde van Rusland

Rusland vlucht liever terug in het eigen heerszuchtige verleden dan dat het de eigen samenleving hervormt.

Bekend Russisch historicus (74). Studeerde onder andere aan de Sorbonne in Parijs. Was 37 jaar lid van de communistische partij en werkte mee aan de ‘glasnost’ van Sovjetpresident Gorbatsjov. Was lid van de Democratische fractie in het eerste gekozen parlement van de Sovjet-Unie (1989). Publiceert regelmatig in oppositionele Novaja Gazeta, waarvoor de in 2006 vermoorde journalist Anna Politkovskaja werkte.

De afgelopen maanden waren we getuige van een aantal daden van de Russische regering die op het eerste gezicht tegenstrijdig lijken. Ik noem de belangrijkste:

voor het eerst sinds de terugtrekking van het Sovjetleger uit Afghanistan begonnen en beëindigden de Russische strijdkrachten een ‘echte’ (geen ‘koude’) oorlog buiten Rusland – in Georgië;

voor het eerst sinds de val van de Sovjet-Unie zijn Russische strategische bommenwerpers en oorlogsschepen naar Latijns-Amerika gestuurd;

de terugkeer naar de Koude Oorlogsretoriek heeft het punt bereikt waarop de Russische minister van Buitenlandse Zaken in een gesprek met een buitenlandse (Britse) collega begon te schelden;

schepen van de Russische marinebasis in Sebastopol vochten in de Zwarte Zee tegen Georgië, hoewel de Oekraïense president dit heeft verboden als Oekraïne niet is ingelicht;

premier Poetin speelde de kaart van de atoomchantage tegen de Tsjechische Republiek en Polen, op zijn ‘speciale’ KGB-manier: geladen en raadselachtig met de flagrante en groeiende materiële ongelijkheid van de Russische bevolking is de militaire begroting met bijna 30 procent gestegen;

de Russische president begroette de verkiezing van de nieuwe Amerikaanse president met de belofte raketten te plaatsen in de Oostzee-enclave Kaliningrad, die een bedreiging zullen vormen voor de Europese bondgenoten van Amerika (al heeft hij zijn woorden nu weer ingetrokken).

De Russische ‘massa’ laat het optreden van de autoriteiten niet lijdzaam over zich heen komen. Er is zelfs sprake van bijval. Het erge is dat we dit eerder hebben gezien, die geestdriftige reactie van een massa die eerst gemanipuleerd en dan vertrapt wordt: zo ging het ook vóór en vlak na de Eerste Wereldoorlog. Het volk en de bolsjewieken waren toen zo hecht verbonden dat het nog altijd niet duidelijk is wie nu meer steun kreeg van wie en wie leiding gaf aan wie. Maar we weten wel waar deze omarming op uitdraaide. We weten dat ze lang duurde en dat ze beide partijen noodlottig werd – zie het jaar 1991.

Tegelijkertijd weten we ook dat het Russische volk de staat nooit als ‘vriend’ heeft beschouwd en dat de normale reactie op staatsdwang altijd heeft bestaan uit list en bedrog en omzeiling van de wet. Ogenschijnlijk liepen mensen onderdanig in de pas, maar in hun zakken hielden ze altijd de vuist gebald. Deze uiterlijke tekenen van onderdanigheid en gehoorzaamheid werden (en worden nog altijd) gezien als een neiging tot lijdzaamheid, en desgewenst kan die gewoonte als steun van het volk aan de regering worden uitgelegd.

Maar het blijft een massa, een menigte. Pas in de laatste twintig jaar heeft de amorfe, versplinterde Russische massa gaandeweg structuur gekregen. Maar het gevolg is helaas niet de ontwikkeling van een maatschappelijk middenveld, maar eerder iets wat lijkt op criminele clans.

Het gevoel van leegte wordt alleen maar erger als we proberen na te gaan welke stem Sovjetintellectuelen laten horen en wat hun maatschappelijke positie is.

Dan stuiten we op veel variatie, en hier en daar op een zeldzaam baken van licht. Maar ofwel het licht breekt door het duister, ofwel het wordt door het duister verzwolgen. Zo is het helaas in onze geschiedenis gegaan – en ook in onze tijd. De leegte werd nog erger na de moord op Dmitri Cholodov, Larisa Joedina, Galina Starovojtova, Sergei Joesjenkov, Anna Politkovskaja en Magomed Evlojev, nadat Andrei Pjontkovski van ‘extremisme’ was beschuldigd en Michail Beketov ernstig was mishandeld.

De leegte wordt nog weer erger als we onze hedendaagse intellectuelen niet zozeer als individuen maar als collectief proberen te beluisteren – als de stem van een bepaalde ‘ethnos’ of etnische groepering. Kort gezegd staan onze huidige intellectuelen (op een handvol hoogstaande mensen na) aan de kant van de overheid, niet aan de kant van de bevolking. Dit is de belangrijkste reden dat de bevolking nog altijd niet meer is dan ‘de bevolking’ en nog geen ‘volk’ is geworden.

Kijken we naar de Russische geschiedenis, dan wordt het veel duidelijker waarom de Russische intellectuelen zijn zoals ze zijn. Vanaf de 15de eeuw, toen Moskou met de bouw van zijn orthodoxe rijk begon, heeft territoriale expansie voorop gestaan, waarbij niet werd gekeken naar de gevolgen daarvan voor de interne ontwikkeling van het land. Omdat deze expansie van het rijk zich voltrok in zeer benarde economische omstandigheden, leidde ze tot een groeiende verschuiving van vrijheid naar slavernij: het laatste beetje sap moest met geweld uit de bevolking worden geperst.

Onze hele geschiedenis is die van een voorkeur voor buitenlandspolitieke annexaties boven de ontwikkeling van onze eigen maatschappij. Voor die aanhoudende annexatie waren nooit voldoende middelen, zodat de overheid ze met geweld aan het land moest onttrekken. Maar wie het onderste uit de kan wil, moet niet alleen over reuzenkracht beschikken. Die moet ook alle onvrede of verzet geheel de kop indrukken. Dat is het grondbeginsel achter de heerschappij van de staat over de persoon. Dat is de bron van de autocratie, de lijfeigenschap, de horde, het imperium.

Maar zodra er sociale gemeenschappen zijn – boeren, arbeiders – is er altijd een basis voor verzet. Stalin was de eerste ter wereld die ook voor dit probleem een alomvattende oplossing vond: door geen betrekkingen aan te gaan met de verschillende sociale gemeenschappen en er hoe dan ook geen enkele band mee te onderhouden, maar ze gewoon te vernietigen en het hele land te veranderen in een verzameling geïsoleerde individuen die rechtstreeks en volledig afhankelijk waren van de staat. Daarmee werd elke mogelijke behoefte aan verenigingen, politieke partijen of vakbonden weggenomen. Als de verhouding tussen staat en individu wordt bepaald door overheersing en onderwerping, met behulp van geweld en willekeur, dan verdwijnt de feitelijke noodzaak om de betrekkingen wettelijk te regelen. Rechtbanken worden in wezen overbodig en hetzelfde geldt voor politiek.

Er is geen dialoog tussen Rusland en Europa over onze gemeenschappelijke of gezamenlijke toekomst, aangezien we hebben besloten om van een totaal verschillende werkelijkheid uit te gaan en om die totaal verschillend tegemoet te treden. Anders gezegd: Europa’s voornaamste zorg is de omgang met de botsingen en conflicten uit het verleden. De belangrijkste taak die Europa zich heeft gesteld is: hoe kunnen we voortaan samenleven. Rusland daarentegen komt maar niet heen over het einde van de 20ste eeuw, zijn ‘geopolitieke rampspoed’ en de val van de Sovjet-Unie. Voor ons is het belangrijkste om te voorkomen dat de post-Sovjetruimte (waaronder onze eigen Russische ruimte) nog verder desintegreert. Wij willen vooral onze vroegere status terug – het ‘leiderschap’ van Rusland, maar dan in de moderne wereld.

Eind jaren 80, begin jaren 90 heeft zich de kans voorgedaan om van de aloude Russische weg af te wijken. De betrokkenen bij de gebeurtenissen van die tijd verzuimden echter de vereiste stappen te zetten. Ze begrepen niet eens wat er precies gebeurde. De mensen die samen met Jeltsin aan de macht kwamen, omschreven die gebeurtenissen als een ‘democratische revolutie’. Ze omschreven zichzelf als ‘democraten’ en ‘liberalen’. Ze spraken van een nieuw tijdperk in de geschiedenis van het land. Deze zelfbevestigende verklaringen werden verankerd in allerlei wettelijke stukken, waaronder de Grondwet, waarmee ze een officiële status kregen. Ook werden specifieke maatregelen genomen – voornamelijk op economisch, financieel en technologisch gebied. Maar de grondslagen van de sociale orde bleven onaangetast.

De steunpilaren van het regime, geweld en onderdrukking, bleven intact: leger, rechterlijke macht, justitie, politiek beleid, onderwijs, enzovoorts. De macht was nog altijd die van de horde, net als in de Sovjettijd en daarvoor. De macht bleef onafhankelijk van de bevolking, werd in het geheel niet gecontroleerd door sociale krachten of instituties en liet zich slechts leiden door haar eigen materiële belangen en haar wens tot zelfbehoud.

Nu, na 20 jaar, wordt duidelijk hoe verkeerd de genomen beslissingen waren en hoe fundamenteel ze nu tekortschieten. We zien de vreselijke gevolgen van de fouten die zijn gemaakt door de mensen die deze noodlottige beslissingen hebben genomen. En het wordt steeds duidelijker dat de Russische macht en de Russische ‘denkende klasse’ (samen met de ‘creatieve intellectuelen’ die zich ten dienste van hen stellen) een historische keuze hebben gemaakt. Die keuze is een terugkeer (niet in vorm, maar in wezen) naar het Russische en het Sovjetverleden. Een verleden waar geen persoonlijkheid bestond, waar alles door de staat werd onderdrukt, waar geen plaats was voor politiek, maatschappelijke organisaties, recht, particuliere eigendom of vrijheid.

Daarmee gaat Rusland onvermijdelijk nieuwe rampspoed tegemoet, en nu waarschijnlijk voor het laatst. Wie zich niet op de toekomst richt, maar de weg naar het verleden kiest – ook al is dat verleden ‘glorieus’ – volgt een kortetermijnstrategie die gedoemd is te mislukken.

Ziehier mijn ideeën over de historische verantwoordelijkheid die Jeltsin en Poetin op zich hebben geladen:

Ten eerste werden hoognodige veranderingen in de Russische en Sovjettraditie opgeschort. Hiermee was de kans verkeken om Rusland uit zijn historische impasse te halen;

Daarna werden macht en bezit (ook van de bodemschatten) geprivatiseerd door de Sovjetnomenklatoera, hun familie, hun vrienden en de vrienden van hun vrienden. Zo werd de grondslag gelegd voor een corporatieve (oligarchische, patrimoniale) staat;

Ten slotte, in de tijd van Poetin, werd ons door de heersende kringen eens te meer verzekerd dat ons land ‘bijzonder’ was. Zonder het openlijk en duidelijk uit te spreken, besloten ze dat Rusland nog altijd een ‘missie’ had, die ons het recht gaf een universele rol op te eisen. Dus moesten we in de post-Sovjetsfeer onze invloed herstellen. We moesten overal ter wereld samenspannen met de anti-Amerikaanse krachten. Deze strategie – nog niet aangekondigd, maar al wel realiteit – is de enige verklaring voor de buitenlandspolitieke stappen die Rusland de laatste tijd heeft gezet.

Wel is het grote verschil tussen de vroegere en de tegenwoordige Russische imperialisten dat de vroegere leiders – waarschijnlijk met inbegrip van Stalin – zich persoonlijk met het imperium vereenzelvigden. Zij waren de gezalfden, oftewel de belichaming van de communistische wereldgedachte. Hun aanspraak op een mondiale rol voor Rusland was oprecht.

Maar de huidige machthebbers hechten alleen belang aan de ‘Russische staat’ als een middel tot diefstal – op nationale, of liever nog op mondiale schaal. Hun aanspraak op een mondiale rol is louter bluf, en dat weten ze. Die bluf is alleen bedoeld om de medespeler aan de pokertafel te misleiden.

Wie de hoofdbestanddelen van de sociale dynamiek in de post-Sovjettijd wil begrijpen, moet bedenken dat er in Rusland bij de val van de Sovjet-Unie geen maatschappelijk middenveld bestond en dat dit ook niet in de maak was.

Het instituut van een markteconomie en van particuliere eigendom werd aanvankelijk gedoogd en daarna (in 1991) gelegaliseerd. Het IJzeren Gordijn ging open en bovenop het traditionele politiek-bestuurlijke ‘Russische systeem’ kwamen de moderne sociaal-economische instituten te rusten. Daarna ontrolden de gebeurtenissen zich in het wilde weg: de sociale betrekkingen en overheidsinstituties werden primitiever en archaïscher.

Nu is ons land het vleesgeworden ‘vriendjeskapitalisme’, ‘het kapitalisme van ons kent ons’. Hoogste prioriteit heeft de particuliere winst op het maatschappelijke kapitaal, boven de nationale veiligheid, sociale dienstverlening of gezondheidszorg. De macht gaat over door vererving. Het staatsapparaat wordt veel meer door banden tussen vrienden en relaties bij elkaar gehouden dan het geval was in de Sovjet-tijd. De belangrijkste bron van inkomsten voor onze ambtenaren is niet hun salaris, maar het inkomen dat voortvloeit uit de persoonlijke exploitatie van hun officiële ambtelijke functies.

Uit de recente besluiten tot verlenging van de wettelijke zittingstermijn van president en parlement blijkt hoe vastbesloten de bezitters van macht en kapitaal zijn om hieraan vast te houden.

En de overheid is in de verste verte niet aan controle van de bevolking onderhevig en is (of blijft) geheel patrimoniaal. Dit wil zeggen dat onder Poetin de staat precies zo wordt beheerd als een landeigenaar zijn bezittingen beheert. De overheid is veranderd in een tirannieke landeigenaar op nationale schaal, met biljoenen in de zak en ook nog eens atoomwapens.

Het bewind van Poetin haalde meedogenloos uit naar de pro-westerse aspiraties van de aanhangers van Jeltsin. Het was vastbesloten hen in diskrediet te brengen. Die campagne heeft het Russische publiek, dat nog altijd vrij traditioneel is, een andere kijk gegeven. Gaandeweg gingen de mensen geloven dat de val van de Sovjet-Unie en de daling van hun levensstandaard te wijten waren aan Jeltsins ‘democraten’. De reeks crises in de jaren 90, en dan vooral voor de ernstige crisis van 1998, was de schuld van de democraten. Democratische modellen voor de politieke orde verloren hun aantrekkingskracht. In het denken van de mensen werden de begrippen vrijheid en mensenrechten weer naar de marge verbannen.

In plaats daarvan indoctrineerde de overheid het volk met het begrip sociale orde, gekoppeld aan traditionele opvattingen over superioriteit als grootmacht, orthodoxie en militarisme. De ruimte waarin zich het politieke en maatschappelijke middenveld hadden moeten bevinden, werd ‘gezuiverd’. Politieke partijen, non-gouvernementele en publieke organisaties, onafhankelijke tv-zenders, het verkiezingsstelsel, de rechtbanken en justitiële instanties als zelfstandige organen – ze werden allemaal ontmanteld.

Wat overbleef werd onderdeel van het machtssysteem. De raamwerken van die politieke partijen, de rechtbanken, het openbaar ministerie, de media en de publieke organisaties werden werktuigen van dwang, repressieve organen of middelen tot vervulling van de economische, bestuurlijke en financiële taken van allerlei instanties en organisaties, banken, verzekeringsmaatschappijen, marketing en politieke en commerciële reclame.

Stroomden tot nu toe de olie- en gasinkomsten binnen, nu stroomt het kapitaal weg. De productie daalt, de werkloosheid groeit. Onopgeloste problemen in de volksgezondheid, het onderwijs en de woningbouw zijn drastisch verergerd. Nu de olieprijs is gezakt tot onder de begrote 70 dollar, zal de overheid geld uit de bevolking moeten persen, want het reserveringsfonds en de goudvoorraad zullen niet lang toereikend zijn.

Hoe moet het bewind zich hieruit redden, met behoud van zijn strategie om het Westen en Amerika af te bluffen? Hoe moet het de bevolking in bedwang houden als 40 procent in armoede leeft en 15-20 procent van deze 40 procent nagenoeg uit bedelaars bestaat? Meer dan 60 procent van onze medeburgers woont in kleine steden en dorpen. En daar, in de sociale marge, is de paternalistische houding het sterkst verankerd. Onze bevolking mist vrijwel geheel de materiële, geestelijke of sociale middelen om haar positie te veranderen en zich uit haar chronische depressie te verheffen.

Deze chaotische mensenmassa is het fundament van onze corruptie. Die is onvermijdelijk, omdat deze mensen steeds weer worden teruggedreven in de armoede en het leger werklozen doen groeien, terwijl ze elke politieke organisatie ontberen en geen enkele steun van een maatschappelijk middenveld krijgen.

De corruptie groeit bijna exponentieel. Ze beheerst bijna alle sectoren van de maatschappij en alle niveaus van de macht, waaronder (naar verluidt) de hoogste niveaus, met bovenaan de president en de premier. Ze is een van de meest verwoestende gevolgen van het gebrek aan structurele en functionele differentiatie in het hedendaagse openbare leven.

Beweging betekent leven, zoals iedereen weet. Het ‘God, tsaar en vaderland’ waarvan Poetin tegenwoordig de belichaming is, verlangt van ons dat we de ochtendgymnastiek op zijn Russisch (‘kniebuigingen’ bij trommels en fanfares) als beweging, als leven beschouwen. En iedereen gelooft hem. Werktuiglijk doen ze die ochtendgymnastiek. Met in hun zak een gebalde vuist. Klaar om iedereen die omvalt een pak slaag te geven.

Maar vállen gaan we – en wel met ons allen.

Als we zo doorgaan, beleven we zeer binnenkort het einde van het culturele en historische verschijnsel dat nu nog bekendstaat als Rusland.

Dit artikel verscheen eerder in Novaja Gazeta.