Grotere druk op FARC om ontvoerden

Het Colombiaanse leger en de politie hebben van president Uribe opdracht gekregen hun operaties te intensiveren om gijzelaars te bevrijden uit handen van de FARC. Uribe zei gisteren dat hij onderhandelen met de guerrillabeweging over een gevangenenruil afwijst.

Tijdens een werkbezoek in Medellín zei de president dat zijn standpunt over zo’n zogenoemde ‘humanitaire uitwisseling’ is, dat hij alleen een „unilaterale en onmiddellijke vrijlating van alle ontvoerden” accepteert. Uribe zei daarnaast dat leger en politie opdracht hebben gekregen hun „operaties te intensiveren”. „We houden permanente druk op de ontvoerende terroristen, totdat ze onze agenten en soldaten vrijlaten.”

Bevrijdingsacties zijn omstreden bij familieleden bij ontvoerden.

Naast de honderden Colombianen die de FARC de afgelopen jaren ontvoerd heeft voor losgeld, houdt ze enkele tientallen personen vast uit politiek motief. De afgelopen jaren zei de guerrillabeweging hen te willen ruilen tegen honderden door de regering opgepakte medestrijders.

In een poging de onderhandelingen een impuls te geven, liet de FARC begin vorig jaar in twee etappes zes ontvoerden gaan.

In reactie hierop voerde Colombia de militaire druk op de groep echter verder op. Twee topcommandanten kwamen om. En in juli bevrijdde het leger een groep van 14 gijzelaars, onder wie de Frans-Colombiaans politica Ingrid Betancourt en drie Amerikaanse militaire contractanten.

Deze maand liet de FARC opnieuw zes gijzelaars gaan. Naar eigen zeggen om de gesprekken over een ruil vlot te bespoedigen. Er zijn echter ook analisten die zeggen dat de FARC de ontvoerden (vooral) uit militair-tactische overwegingen vrijlaat. De groep is sterk onder druk gezet door het leger en zou hopen beweeglijker te worden met een kleiner aantal ontvoerden.

Gisteren meldde de Colombiaanse minister van Defensie, Juan Manuel Santos, dat de guerrillabeweging een nieuw militair plan heeft gelanceerd, genaamd ‘Renacer’ (Herboren worden). Onderdeel hiervan zou de recente moordpartij vormen op een gemeenschap van Awá-indianen. De rebellen zouden zeker 17 van hen hebben gedood omdat ze samenwerkten met het leger. (AFP, EFE)