Gewoontedieren in een ongewoon politiek spel

De economische crisis maakt dat niets meer zeker is in de coalitie. Conflicten dreigen, maar bij een breuk is niemand gebaat. „Dan hebben we geen bestaansrecht meer.”

Het motto van het kabinet gaat de koelkast in. ‘Samen werken, samen leven’ maakt plaats voor harde politieke gevechten. De coalitie moet pijnlijke besluiten nemen over de bestrijding van de economische crisis. En de partijleiders van CDA, PvdA en de ChristenUnie manoeuvreren zich naar de beste uitgangspositie om de onderhandelingen te winnen.

De Nederlandse economie krimpt sneller dan ooit is waargenomen, liet het Centraal Bureau voor de Statistiek gisteren weten. De Rijksbegroting voor 2009 staat onder grote druk.

Dit zijn geen tijden waarin politici van de coalitie openlijk hun tactiek bespreken of onzekerheid laten zien. Maar die is er wel. „Niets is zoals het was”, zegt een CDA’er. „En eigenlijk weet ook niemand wat er moet gebeuren.”

Ingrijpende beslissingen zijn onvermijdelijk. Voor dat proces bieden de politieke mores houvast. Eerst komen de „piketpaaltjes”, om aan de coalitiegenoten duidelijk te maken waar de grenzen liggen. Dat gebeurt in het openbaar en in krachtige bewoordingen. Dan begint het spel van loven en bieden. Elke partij komt met eigen ideeën, en bekritiseert de ideeën van de tegenstander. „Inleidende beschietingen om de geesten rijp te maken”, heet dat.

Deze politieke reflexen kunnen tot snel oplopende spanningen leiden. Dat irritaties op de loer liggen, bleek afgelopen week al. Zo verweet André Rouvoet, leider van de ChristenUnie, CDA-fractievoorzitter Pieter van Geel dat hij zoveel piketpaaltjes slaat „dat je er niet meer doorheen kunt lopen”. Vicepremier Rouvoet had het over de weigering van het CDA te praten over de hypotheekrenteaftrek en de begrotingsregels. Hij gebruikte de gelegenheid om zijn eigen paaltje te planten: de aanrechtsubsidie blijft wat zijn partij betreft ongemoeid.

Die werkwijze is geen garantie voor de beste resultaten. Wie zijn piketpaaltjes diep de grond in slaat, krijgt ze er maar moeilijk uit als dat nodig is. De coalitiepartijen moeten de crisis te lijf gaan met dezelfde mensen die ze via de media op de vingers tikken. En partijpolitieke belangen kunnen, zeker in uitzonderlijke tijden, het algemeen belang in de weg lopen. De betrokkenen zelf zien de risico’s van dit soort tactieken ook. „De marges worden steeds kleiner, ruzies zijn niet te voorkomen”, zegt een PvdA’er.

Is dit orthodoxe conflictmodel de beste manier om tot de noodzakelijke „onorthodoxe oplossingen” te komen waar premier Balkenende vorige week over sprak? Is het geen tijd dat politici over hun eigen schaduw heen stappen? Die vraag ontmoet onbegrip bij de betrokkenen. Zo wordt het spel nou eenmaal gespeeld. De CDA’er: „Dan weten andere partijen wat ze aan je hebben.” De politicus is een gewoontedier.

Wie aan politieke topsport doet, moet in goede vorm zijn. Het huidige kabinet, nu halverwege de rit, heeft al wat averij opgelopen. Twee jaar lang compromissen sluiten met andersdenkenden leidt onvermijdelijk tot vermoeidheid en oud zeer. Gedeelde ervaringen kunnen kracht geven: de verhouding tussen Bos en Balkenende ging na hun gezamenlijke aanpak van de problemen bij de vorige begroting, met sprongen vooruit.

Maar de frontale botsing van minister Piet Hein Donner (Sociale Zaken, CDA) en PvdA-fractievoorzitter Mariëtte Hamer over de hervorming van het ontslagrecht heeft de liefde geen goed gedaan. Daarover zegt een PvdA’er: „Daarvan hadden we kunnen leren dat je gevoelige ideologische geschillen binnen de regering beter niet openlijk kan uitvechten.”

In normale tijden vinden coalities houvast bij begroting en coalitieakkoord. Maar die zekerheden raken de partijen in snel tempo kwijt. De begroting voor 2009 heeft geen werkelijkheidswaarde meer, in 2010 zijn volgens uitgelekte schattingen ombuigingen van 20 miljard euro nodig. Zwaarbevochten compromissen uit het regeerakkoord zijn op weg naar de prullenbak. Niet alleen de begrotingsregels, maar ook de financiering van de AOW, de vliegtaks, het aanpassen van ministerssalarissen, de fiscale behandeling van het eigenwoningbezit, het over vijftien jaar afbouwen van de aanrechtsubsidie. Eigenlijk is een nieuw financieel regeerakkoord nodig. Dat maakt de zaak complex: het regeerakkoord is gebouwd op een reeks compromissen. Eén onderdeeltje aanpassen en het bouwwerk stort in.

Het zijn precies dit soort spanningen die tot een kabinetscrisis kunnen leiden. Daarin is Balkenende ervaringsdeskundige. Sinds 2002 maakte hij er vier. De commentaren over zijn leiderschap waren toen niet lovend.

De omstandigheden binden de coalitie ook. Want als CDA en PvdA, de twee ‘natuurlijke’ regeringspartijen, zelfs in een situatie als deze zichzelf niet kunnen overstijgen, waartoe zijn ze dan op aarde? „Als we nu breken hebben we geen bestaansrecht meer”, zegt een andere CDA’er. „Ruzie mag, maar een echtscheiding wordt het niet.” Dat is ook de mantra bij de PvdA: een crisis is zelfmoord. Zo komen landsbelang en partijbelang toch weer bij elkaar.