Gesjoemel met villabouw

In `Gesjoemel met villabouw` wordt ingegaan op de morfologie van de plattegrond van een Romeinse villa ter dienste van machtsvertoon. De in toenemende mate groeiende vrijheden van de plattegrond hadden echter ook een andere oorzaak. De Romeinen hadden namelijk in een periode van 300 jaar niet alleen de villa uitgevonden, maar ook geoptimaliseerd tot een niveau met architectonische kwaliteiten die na de val van het Romeinse Rijk anderhalve eeuw lang niet meer gezien zouden worden.Met de groei van het Romeinse Rijk groeide tevens de welvaart en de veiligheid buiten de stadsmuren. Steeds meer welvarende Romeinen hadden behoefte aan een (tweede) huis buiten de hectische steden. Echter, er bestond nog geen woningtypologie voor een vrijstaand huis buiten de stad. Er waren wel boerderijen maar die waren niet gebouwd voor het otium (het ontspannen buitenleven). De eerste villa`s waren dan ook letterlijk kopieën van het (atrium) stadshuis. Maar al snel kregen de Romeinen door dat deze starre, naar binnen gerichte, symmetrische plattegrond niet ideaal was voor een vrijstaande woning. Ze wilden kamers georiënteerd op het uitzicht, studeervertrekken op het koele noordoosten, tuinen waar een verfrissende zeewind waait. Hoewel in de plattegrond nog wel de elementen van een stadhuis te zien waren (atrium, peristylium, etc.) werd de symmetrie al snel terzijde gelegd en de plattegronden werden allemaal uniek omdat iedere locatie, oriëntatie en bewoner ook uniek was. Van een typologie/plattegrond die bedoeld was om te imponeren (het stadshuis) is een typologie ontwikkeld die ten dienste staat van het woongenot en een ontspannen buitenleven. Met de val van het Romeinse Rijk verdween echter ook de veiligheid op het platteland, en de ontstane villa verdween in de duistere jaren van de Middeleeuwen van het toneel. Toen in de Renaissance weer behoefte was aan dergelijke buitens was er geen enkel Romeins voorbeeld meer voorhanden (Pompeii lag nog onder het as). De bouwmeesters van toen (Scamozzi, Palladio, etc.) baseerden hun villa`s op de bewaarde geschriften van de Romeinse bouwmeesters (zoals Vitruvius) en op de ruïnes die er wel waren zoals in Rome. Het gevolg was dat ze symmetrische bouwwerken ontwierpen gebaseerd op de Romeinse tempelbouw met als doel te imponeren en hiermee heeft de villa als typologie een enorme stap teruggedaan. Pas in de 19de eeuw komen er weer `villa otiums` op het toneel die ontworpen zijn op vergelijkbare uitgangspunten als de villa`s ten tijde van Plinius de Jongere.