Franse Antillen staken tegen ?buitensporige uitbuiting?

De crisis heeft geleid tot een langdurige staking op de Franse Antillen. Parijs ziet er een koloniale erfenis in, maar vreest ook dat de onrust overslaat.

Om de schaarse benzine wordt gevochten, winkels zijn vrijwel leeg, en wie nog een potje linzen vindt, moet het koud opeten: gas en elektriciteit zijn mondjesmaat beschikbaar. De scholen zijn al weken dicht en ook hotels hebben hun deuren gesloten, waardoor de belangrijke toeristenindustrie is stilgevallen.

De economische crisis heeft in sommige uithoeken van Frankrijk ingrijpende gevolgen. Sinds drieënhalve week is het Frans-Antilliaanse eiland Guadeloupe, 451.000 inwoners, in de greep van een algemene staking tegen ‘la vie chère’, het dure leven. De protesten breidden zich deze week uit naar het naburige Antilliaanse eiland Martinique (401.000 inwoners) en naar La Réunion (784.000 inwoners), een Frans overzees gebiedsdeel in de Indische Oceaan.

De Franse autoriteiten zijn beducht voor besmettingsgevaar. De sociale opstand op de Antillen zou de Fransen in het moederland op ideeën kunnen brengen. Oppositieleider Martine Aubry van de socialistische PS waarschuwde gisteren dat de onvrede kan overslaan. „We moeten alles doen om te voorkomen dat dit niet gebeurt.”

Staatssecretaris Jégo van Overzeese Gebiedsdelen kreeg deze week geen toestemming van premier Fillon om in te gaan op de belangrijkste eis van de stakers. Zij willen een verhoging van de laagste inkomens met 200 euro per maand.

Maar 131 andere eisen van de stakers werden wél ingewilligd, na overleg met de werkgevers. Daartoe behoren een verlaging van de prijzen aan de pomp, een bevriezing van de huurprijzen tot eind 2010 en een algehele prijsverlaging in supermarkten met 10 procent.

Voldoende bleek het niet, toen Jégo, vergezeld van twee bemiddelaars, eind deze week terugkeerde op het eiland. Het Collectief tegen de ‘Pwofytasion’ – letterlijk: buitensporige uitbuiting – brak de onderhandelingen met de Franse autoriteiten gisteren af. Stakingsleider Elie Domota verweet de bemiddelaars een gebrek aan begrip voor de situatie op het eiland en sprak van „discriminatie van de Antillianen”, omdat „Franse Fransen” bij zulke omvangrijke acties meer gedaan zouden hebben gekregen.

Volgens regiopresident Vincent Lurel (PS) vormen gevoelens van achterstelling de basis van het verzet. Sinds 1946 zijn de Franse Caraïbische eilanden administratief geen koloniën, maar maken als afzonderlijke provincies deel uit van de Franse republiek. Negentig procent van de lokale economie is evenwel nog altijd in handen van zes oude blanke kolonistenfamilies, de béké. Economisch en bestuurlijk ligt het eiland aan het infuus van het moederland in Europa. De werkloosheid is 30 procent, de prijzen liggen 15 tot 20 procent hoger dan in Europa, waar de meeste producten vandaan komen.

President Sarkozy kwam gisteren met een verklaring, waarin hij de gevolgen van de economische crisis niet de enige oorzaak noemde van de onrust op de Franse Antillen. „De Antilliaanse samenleving, rijk aan verschillen, heeft altijd behoefte gehad een eigen identiteit op de bouwen. Nu heeft zij het gevoel niet gehoord te worden”, schreef hij.

De Franse president kreeg de afgelopen week kritiek op het uitblijven van een reactie op de situatie op Guadeloupe. Het onderwerp kwam niet aan de orde tijdens zijn anderhalf uur durende televisie-interview vorige week.