Fiscaal gegoochel met het Franse tweede huis

Een tweede huis in Frankrijk kan in bepaalde gevallen een aftrekpost voor de belasting opleveren. Maar die is door een uitspraak van de Hoge Raad minder groot dan vroeger.

Een tweede huis telt mee bij de bezittingen waar men vermogensrendementsheffing over moet betalen. Dat is box 3 van de inkomstenbelasting. Kort geschetst is de heffing 1,2 procent van de waarde van het vermogen. Een soort vermogensbelasting al gaat het formeel om een onderdeel van de inkomstenbelasting.

U betaalt ongeacht de persoonlijke omstandigheden, 30 procent inkomstenbelasting over het rendement van het vermogen. De Belastingdienst schat dat rendement op 4 procent. Elk jaar weer, ongeacht de werkelijkheid. Op de lange termijn bezien is dat waarschijnlijk een redelijk percentage. Maar in de huidige laagconjunctuur is het onrealistisch hoog. De tijden zijn veranderd nadat staatssecretaris Jan Kees de Jager (Financiën) vóór de ondergang van Icesave deze 4 procent in de Tweede Kamer nog met het argument verdedigde dat men bij Icesave met gemak 6 procent rendement kon behalen.

Verkopers zullen weliswaar snel zeggen dat een tweede huis in Frankrijk in Nederland belastingvrij is of zelfs belastingvoordeel kan opleveren. Maar dat is toch te kort door de bocht. Het tweede huis moet namelijk in box 3 worden opgenomen. Terwijl het vervolgens daar toch weer mag worden uitgelicht. Maar het is niet hetzelfde als helemaal buiten box 3 blijven. In dit soort subtiliteiten zit vaak de fiscale kneep.

Het vakantiehuis komt als een waardebedrag in box 3, bijvoorbeeld 500.000 euro verkoopwaarde. Belastingheffing in Nederland zou dubbelop zijn, omdat de Franse fiscus ook zijn vizier richt op woonhuizen. Maar Frankrijk kent nauwelijks inkomensheffingen op niet al te dure huizen.

Om dubbele belastingheffing te voorkomen, hebben Nederland en Frankrijk afspraken gemaakt. Een belastingverdrag regelt dat Frankrijk belasting mag heffen over Franse huizen en dat de Nederlandse overheid haar rechten op het belasten van de Nederlandse eigenaar prijsgeeft. Dat doet zij door de Franse vakantiewoning uit box 3 te halen in de vorm van een aftrekpost op het belastingbedrag. In dit voorbeeld 6.000 euro. 500.000 euro waarde in box 3 en een aftrek op het belastingbedrag van 6.000 euro, werkt neutraal uit. Net alsof het huis helemaal niet in box 3 is geweest.

Dat wordt anders als iemand in Nederland of Frankrijk geld heeft geleend om het Franse huis te betalen. Stel dat op het zojuist genoemde huis een hypotheek van 300.000 euro is genomen. Misschien tegen een jaarlijkse rente van 24.000 euro. Die hypotheekrente is niet aftrekbaar in box 1 (de gewone inkomstenbelasting), want die geldt alleen voor het eerste huis. Het geleende bedrag is in box 3 als schuld aftrekbaar. Tenminste dat dachten bijna alle belastingadviseurs tot voorkort.

In dat geval komt er in box 3 500.000 euro, waar dan 300.000 euro als schuld afgaat. De vermogensrendementsheffing is dan 1,2 procent van 200.000 euro, dus een bedrag van 2.400 euro. Tegenover dat te betalen bedrag staat in die visie nog steeds de eerder genoemde teruggaaf van 6.000 euro. Dat leidt per saldo tot een belastingvoordeel van 3.600 euro als quasisubsidie op het tweede huis.

Dat was jarenlang de rekensom bij de aankoop van een tweede huis in Frankrijk. Ook de advocaat-generaal bij de Hoge Raad hanteerde in een procedure deze rekensom. Maar verrassend besliste de Hoge Raad zelf anders. De raad koppelt de schuld volledig aan het buitenlandse tweede huis, waardoor het in Nederland fiscaal buiten box 3 blijft. Voor de fiscale techniek is dat een knap lastige uitspraak. Het huis gaat nog steeds eerst in box 3. Door de nieuwe berekeningswijze van de Hoge Raad, is de aftrekpost niet 6.000 euro maar slechts 2.400 euro. Weg belastingvoordeel.

Op de belastingaangifte mag een tweede huis in Frankrijk dus niet buiten box 3 worden gelaten. De uitspraak van de Hoge Raad geldt ook voor landen waarmee Nederland een soortgelijk belastingverdrag heeft als met Frankrijk. Hierbij zijn onder meer Denemarken, Portugal, Italië en Oostenrijk.

Aertjan Grotenhuis

Meer informatie op: nrc.nl/geld