Dolfijn is keukenprinses

Dieren als keukenmeesters? Echt eten bereiden, zoals een kok dat doet met warmte, een snufje zout en kruiden, is er niet bij. Maar dolfijnen komen in de buurt. Stap voor stap zijn ze lang bezig met gevangen inktvissen. Ze maken ze makkelijker eetbaar en lekkerder. Australische onderzoekers hebben dolfijnen zo geduldig en precies aan het werk gezien.

Een dolfijn jaagt die inktvis eerst naar een kaal stuk zand. Dan gaat hij op zijn kop staan en pint het snelle weekdier met zijn snuit op de bodem vast. Weer even loslaten, op de beste plek toesteken – dood. De dolfijn pakt nu zijn prooi op, en brengt hem omhoog. En begint die te bewerken, door steeds opnieuw met de neus omhoog te slaan – zodat alle zogenaamde inkt uit de inktvis komt. Dat spul smaakt niet lekker.

De dolfijn gaat dan weer met haar schone prooi naar de zeebodem. Want nu moet die nog lekker zacht gemaakt worden, door hem met de huid over de bodem te vegen. Nu kan ze eindelijk eten.

Juist vrouwtjesdolfijnen zijn nu zo bezig gezien. Zij zijn sowieso handig. Ook met het opzetten van kunstneuzen. Ze jagen vaak op dieren op de ruwe zeebodem of het nog ruwere koraal. Die schurende ondergrond kan pijn doen. Daarom zoeken ze een zachte spons die precies op hun neus past, en zetten hem op. Een neusschoen.

Het is een echte uitvinding. De extra handige vrouwtjes leren het hun jongen met kleine neusjes. En wie pikken dat het beste op? Hun dochters.

De mannetjes maken er soms een zooitje van. Zonder spons en met geschaafde neuzen rukken ze woest inktvissen open. Kortom: vrouwen en meisjes zijn handiger, geduldiger en netter. Beschaafder, en cultureel ingesteld. Bij dolfijnen dan.

Frans van der Helm