De stelling van Marnix van Rij: Alleen openbreken van het regeerakkoord kan het effect van recessie opvangen

Oud CDA-voorzitter Marnix van Rij ziet in zijn praktijk als fiscalist bij Ernst&Young dagelijks de omvang van de recessie uitdijen. Hij houdt Frank Vermeulen voor dat zijn partijgenoten in het kabinet het regeerakkoord moeten openbreken.

„Het kabinet moet afgelopen zomer serieus gedacht hebben dat het allemaal zou meevallen. Oké, er kwamen slechtere tijden aan. Maar de financiën stonden er prima bij: op Prinsjesdag was de staatsschuld minder dan 40 procent van het bruto nationaal product. Dat is historisch laag. Een opmerkelijk goede prestatie. Er was een hele lage inflatie, lage werkloosheid, een fors overschot op de betalingsbalans en een overschot op de handelsbalans. Kortom: alle signalen stonden op groen. Premier Balkenende (CDA) en vicepremier Bos (PvdA) hielden wel rekening met een teruglopende economie. Maar dat het begrotingstekort binnen drie maanden op -2 procent zou uitkomen? Dat heeft niemand kunnen voorzien. Het is een uitzonderlijke situatie en het Europees Stabiliteitspact staat in dat geval uitzonderlijke maatregelen toe.”

En daar is over nagedacht en gesproken deze week in de boezem van de coalitie. Maar PvdA en ChristenUnie willen verderstrekkende maatregelen treffen dan uw partijgenoten. Zo staat de hypotheekrenteaftrek onder druk, tegen de zin van Balkenende en CDA-fractievoorzitter Van Geel. Zij hebben toch gelijk in die zin dat uitzonderlijke maatregelen juist riskant kunnen zijn omdat de instabiliteit verder wordt aangewakkerd?

„Ik ben in principe wel voor koersvastheid. Maar je moet niet de ogen sluiten voor de uiterst belabberde conditie waarin de wereldeconomie zich bevindt. Nederland staat voor een totaal nieuwe situatie. Een regeerakkoord is nooit in beton gegoten. Zodra de inkt is opgedroogd, is de wereld alweer aan het veranderen. Het is, zoals de Amerikanen zeggen, een afspraak die principle based is en niet rule based. Dat wil zeggen: je hebt een aantal uitgangspunten vastgelegd op basis waarvan je samen vier jaar wil regeren, maar je hebt niet tot in detail vastgelegd hoe het land geregeerd moet worden. Al zou je het willen, dat kan nooit. Dat een regeerakkoord er zou zijn voor de hele vier jaar, daar geloof ik niet in.”

Dat klinkt een beetje als de tweedehandsautohandelaar wiens garantie niet verder gaat dan de eerste bocht. Is dat niet een tikkeltje al te pragmatisch?

„Ik wil niet de sombermans spelen maar wat we nu meemaken, heeft mijn generatie en de generatie boven mij nooit eerder meegemaakt. We zitten wereldwijd in een diepe recessie. En dat terwijl het tot voor kort common knowledge was dat een wereldwijde recessie niet mogelijk zou zijn: want als het Westen in een dip kwam dan zou het Oosten de wereldeconomie weer aanjagen of omgekeerd. Maar nu zien we de negatieve gevolgen van een global economy. Gebleken is dat ons financiële stelsel – hoe je het ook wendt of keert – voor een deel op drijfzand was gebouwd en helemaal onderuit is gegaan. Waar socialistische partijen decennialang tevergeefs om hadden geroepen, de nationalisatie van de banken, was binnen twee maanden een feit. Niet alleen in Nederland, maar overal om ons heen. Ook bleek dat de hele risicobeheersing ondeugdelijk was, want niemand had zicht op afgeleide financiële producten.

„Maar het meest zorgwekkend is de enorme vrij val waarin de economie is terechtgekomen. Die is redelijk beangstigend. Bij eerdere recessies in de afgelopen dertig jaren ging het om dipjes van -1.5 procent, nu gaat het om vele procenten. Je ziet bedrijven met een vraaguitval van 30 tot 50 procent. In mijn beroepspraktijk als fiscalist word ik daar dagelijks mee geconfronteerd. Bedrijven die een half jaar geleden top of the bill waren, leveren nu overlevingsgevechten. De consequentie daarvan is een enorm sociaal probleem dat opdoemt.”

Maar sinds jaar en dag heeft Nederland een trendmatig begrotingsbeleid dat juist in slechte tijden voor rust en evenwicht moet zorgen.

„IJsland is failliet. Het feit alleen al dat een land failliet gaat! In die fase zitten we. En dat is geen theorie, maar het gebeurt nu, hier, in West-Europa. We moeten rekening houden met het feit dat het niet bij IJsland blijft. Griekenland moet ineens veel meer betalen aan beleggers dan Duitsland. Het wordt nu ineens reëel dat ook een land als Griekenland geweldig in de problemen kan komen.

„De waarde van de euro en de positie van Nederland loopt in dat geval serieus gevaar. Dat zijn scenario’s die nu tegen het licht moeten worden gehouden. Tot nu toe was de euro een baken voor waardevastheid. Als we de euro niet gehad hadden, waren de oude, zwakke valuta als de Griekse drachme of de Italiaanse lire hoogstwaarschijnlijk al kapot gemaakt door valutahandelaren. Dat is nog niet gebeurd. Maar dat is geen enkele garantie dat dit ook voor de komende twee tot drie jaar het geval zal blijven. Want zo lang gaat deze crisis minimaal duren. Minimaal. Ik wil, nogmaals, absoluut niet de sombermans spelen, maar ik ben van die vrije val behoorlijk geschrokken. Dit is een diepe recessie en het is te hopen dat er geen deflatie optreedt, een algehele waardedaling van bezittingen, want dan kan er een hele nare spiraal ontstaan. Die kan tot faillissementen en zelfs een depressie leiden. Dat scenario is veel reëler dan tot nu toe wordt gezegd. De crisis die nu om zich heen grijpt, is veel ingrijpender dan menigeen denkt. Het is dus heel goed dat de coalitie nu een tussenbalans opmaakt.”

Maar een ‘tussenbalans’ is Haags voor het openbreken van regeerakkoord. Met alle risico’s van dien. Is het middel niet erger dan de kwaal? Waar blijft de stabiliteit als er geen koersvast beleid is?

„De stabiliteit is al weggespoeld. Daarvan moet je je rekenschap geven, zonder dat je per se álles anders moet doen.

„Maar je moet je wel bewust zijn van de uitzonderlijke situatie die vraagt om nadenken over verschillende scenario’s. Ik hoop dat de ambtenaren die nu belast zijn met het onderzoek naar alternatieven de zwartste scenario’s meenemen in hun overwegingen.

„Want het signaal van het kabinet tot nu toe is niet op de huidige situatie toegesneden. Zo van: ‘Er is natuurlijk een serieuze recessie, maar we hebben het onder controle, want we doen het als Nederlandse economie redelijk goed’. Ja, als je dat écht gelooft, dan houd je jezelf voor de gek. Nederland is zeer afhankelijk van het buitenland en van de export. En dus kwetsbaar voor bewegingen in de wereldeconomie.”

Dus de discussies die nu in de coalitie gevoerd worden over afschaffen van hypotheekrenteaftrek, of aanrechtsubsidie of optrekken van pensioengerechtigde leeftijd, zijn geen antwoord op de huidige situatie?

„De coalitiepartijen zullen over hun eigen schaduw heen moeten springen. Dat vraagt een enorme inzet van de leiders in het kabinet en van het team zelf. Maar ik zou het anders willen benaderen. Dit kabinet heeft, als het goed is, nog twee jaar de tijd. In dat opzicht staan ze er in politieke zin veel beter voor dan bijvoorbeeld de Duitse coalitie. In Duitsland zijn in het najaar verkiezingen. En een half jaar voor verkiezingen wordt geen nieuw beleid meer gemaakt. Wij kunnen dat wel. Nederland heeft bij het opstellen van zo’n mid term review, zo’n tussenbalans, de kans om te zeggen: we hebben economisch een totaal nieuwe situatie. We moeten het regeerakkoord dus zeer grondig tegen het licht houden. En dan vanuit verschillende scenario’s een plan maken voor de komende twee jaar. Misschien leggen we wel de fundamenten voor een coalitie in de periode daarna. Want in de politiek zijn er op dit moment weinig alternatieven voor de huidige regeringssamenstelling. Als je toch strategisch denkt, dan kun je het in die context bekijken. Dat lijkt me beter dan in te zoomen op de beeldvorming van de dag.”

U schetst het beeld van een tsunami van economische en sociale instabiliteit die op Europa en Nederland afkomt. Zou een nationaal kabinet, waarin alle partijen vertegenwoordigd zijn, in uw eigen logica dan niet eerder voor de hand liggen dan dromen van voortzetting van de huidige coalitie?

„Er moet wel meer gevoel voor urgentie komen. We moeten financieel solide blijven. Ik zou zeggen dat Nederland in het midden moet gaan zitten. Financieel een stabiel beleid voeren, niet de zaak verder afknijpen. Maar het begrotingstekort ook weer niet te veel laten oplopen zodat we snel weer kunnen aanhaken als de economie weer opleeft. Tegelijkertijd denk ik dat we heel goed moeten nadenken over ons werkgelegenheidsbeleid en ons arbeidsmarktbeleid. Ik denk dat minister Donner (Sociale Zaken en Werkgelegenheid, CDA) recent de Kamer wel heeft overtuigd van de ernst van de situatie door als eerste van het kabinet echt inzicht te geven in een aantal cijfers.

„Ten derde denk ik, en dat is heel belangrijk: let goed op wat de VS doet en speel daar op in. Er komen belangrijke innovaties aan. We gaan een groene golf in. Over twintig jaar terugkijkend, zullen we vaststellen dat bijvoorbeeld de auto-industrie definitief de wissel heeft overgezet naar zuinig en schoon.

„We moeten vooral ook Europees denken. Er zijn op de wereld machtsblokken economisch in opkomst. In het Verre Oosten, maar ook Brazilië heeft kansen. Ik vertel niets nieuws, maar ik zie ook niet dat daarop wordt geanticipeerd. Binnen Europa heeft Nederland een goede startpositie. Het kabinet moet nationaal de dingen doen die nationaal kunnen, maar tegelijkertijd in Europa aan de slag gaan met goede ideeën.”

Er is het innovatieplatform waar Balkenende leiding aan geeft.

„In Finland is zoiets wel gelukt, hier nog niet. Dit soort initiatieven moet je ook, om heel eerlijk te zijn, op Europese schaal aanpakken. Misschien biedt deze crisis ons de kans om eens een keer de noodzakelijke transnationale investeringen te doen in baanbrekend onderzoek. Daarbij kan Nederland inspireren. We worden vanwege onze geringe omvang als minder bedreigend ervaren.”

Net als Singapore: slim, klein, maar groot in de handel en economie?

„Ja, of kijk naar de geschiedenis van dit land. Altijd gelegen tussen Duitsland, Engeland en Frankrijk. Zolang we onze kaarten op het terrein van handel en diplomatie goed speelden, ging het goed. Zo niet, dan leverde dat een rampjaar op: 1672.”