Chávez zet alles op alles voor toekomst na 2012

Venezuela stemt zondag opnieuw of de president oneindig herkozen kan worden. President Chávez zet het staatapparaat in om ditmaal wel te winnen.

Drie weken lang is Gustavo Pérez elke dag om 5 uur ‘s ochtends opgestaan. Vroeg voor een 20-jarige student in Caracas. Maar zijn geweten liet hem geen andere keuze. De stad moest hij in, met medestudenten, de hele dag, om zijn landgenoten te wijzen op het belang ‘nee’ te stemmen. ‘Nee’ tegen de eventuele mogelijkheid voor de president om zich oneindig te laten herkiezen.

En morgen is het zover. Dan mogen de Venezolanen opnieuw via een referendum bepalen of de grondwet zo gewijzigd wordt dat een president zich keer op keer herkiesbaar kan stellen. Eind 2007 legde president Hugo Chávez hun dit voorstel ook al voor, als onderdeel van een veel grote grondwetswijzing. Hij verloor nipt.

Pérez’ oranje shirt toont een open hand. Symbool voor vrijheid van meningsuiting, respect en democratie. Waarden die volgens de student onder druk staan. „De regering heeft de studentenbeweging de laatste tijd proberen te intimideren. De politie heeft campussen bezocht. Een vriend van ons is aangehouden, vastgezet. Zijn computer namen ze mee. Waarom? Om ons bang te maken.”

Studenten waren in 2007 de grote gangmakers van de succesvolle campagne van het ‘nee’ tegen de grondwetswijziging. En dit keer hebben ze opnieuw het voortouw genomen.

Tot ongenoegen van Chávez, die bevreesd is voor een herhaling van 2007. Hij waarschuwde de studenten deze maand in het openbaar: de politie, en eventueel het leger, zou traangas gebruiken als protesten uit de hand dreigden te lopen. En agenten en militairen die weigerden in te grijpen, zei Chávez, zouden worden ontslagen.

Als ‘ja’ morgen wint, kan Chávez zich na 2012 opnieuw herkiesbaar stellen. Hoewel de president aan de macht is sinds 1999, zegt hij meer tijd nodig te hebben om zijn socialistische project te voltooien. Mocht hij winnen in 2012, dan kan hij regeren tot begin 2019. Hij heeft er dan twintig jaar opzitten.

Anders dan in 2007 stonden de actievoerende studenten de afgelopen weken tegenover een geolied overheidsapparaat. Dat stond volledig – en in strijd met de kiesregels – in dienst van de ‘ja’-campagne.

In de hoofdstad Caracas zijn de ja-affiches onontkoombaar. Boven het woordje ‘sí’ staat steevast de naam Chávez. Alsof er presidentsverkiezingen zijn, en niet een referendum over een essentiële verandering in de grondwet. Op locaties waar de staat bouwt, staan billboards die melden dat de overheid opdrachtgever is en dat zondag ‘ja’ moet worden aangevinkt.

Ook in openbare gebouwen domineert het ‘sí’. Het postkantoor, de metro, overal staan standjes met supporters van de president die actie voeren. Rijksambtenaren, van onderwijsdepartementen tot genationaliseerde oliebedrijven, zijn gedwongen om mee te helpen. Gehuld in een rode T-shirts van PSVU, de verenigde socialistische partij van Chávez, moeten zij de straat op, ook als zij zelf ‘nee’ stemmers zijn. De nationale kiescommissie laat het allemaal toe.

Het parlement (gedomineerd door de PSVU) heeft een maand vrij gekregen, ter voorbereiding op het referendum. Oftewel: om campagne te voeren.

Ondertussen heeft de ‘kleine‘ grondwetswijziging, zoals Chávez haar noemt, een breder karakter gekregen. De mogelijkheid van oneindige herverkiezing geldt voor alle gekozen politieke posten. „Zo heeft Chávez er voor gezorgd dat zijn gouverneurs en burgermeesters zich nu wel inzetten voor het ‘ja’. In 2007 was dat niet het geval. Het is een ongelijke strijd”, zegt Feliciano Reyna, voorzitter van Sinergia, een non-gouvernementele organisatie die democratische deelname propageert.

Reyna signaleert een zekere moeheid onder de oppositie en een gebrek aan geld en eenheid. Venezuela heeft net regionale verkiezingen gehouden (in november), waardoor de fondsen van de politieke partijen zijn opgedroogd. „Nadat Chávez aan de macht kwam, is de overheidsteun voor partijen afgeschaft. De PSVU heeft daar geen last van, de oppositie wel. Die is afhankelijk van donaties. Maar er zijn veel bedrijven die niet durven te geven omdat ze zaken doen met de overheid.”

Daarom spelen de studenten nu weer een prominente rol, ondanks de druk van de regering. Na hun protesten in 2007 zijn volgens de gerenommeerde mensenrechtenorganisatie Provea 500 à 600 studenten vervolgd door de openbare aanklager. Zij moeten zich nog elke 15 dagen melden bij de rechtbank, mogen niet naar het buitenland reizen, protesteren of verklaringen in het openbaar afleggen.

„De politie grijpt in toenemende mate in bij antiregeringsbijeenkomsten”, constateert Marino Alvardo, van Provea. In het verleden mochten arrestanten vaak na enkele uren naar huis. „Tegenwoordig worden ze meteen naar de rechtbank gestuurd. De afgelopen weken zijn circa 100 mensen gearresteerd bij protesten. Demonstranten, en niet alleen studenten, krijgen vervolgens steeds vaker een behandeling alsof ze criminelen zijn”, zegt Alvarado.

Ondanks de toegenomen intimidatie zullen de studenten zich niet laten afschrikken, zo voorspelt de 23-jarige Eleazar Mora van de Universidad Metropolitana. „Chávez zou zich beter moeten verdiepen in zijn grote held, de 19de eeuwse vrijheidstrijder Simón Bolívar. Die waarschuwde al dat het gevaarlijk is wanneer macht te lang in handen blijft van één persoon. Dat moeten we de mensen duidelijk blijven maken.”