Assistenten?

De oud-assistenten bij PSV (Lodeweges) en Feyenoord (Vlemmings) doen het goed als hoofdcoach na het vertrek van respectievelijk Huub Stevens en Gertjan Verbeek. Is dat toeval?

Foppe de Haan, voorzitter Coaches Betaald Voetbal (CBV): „Assistenten zijn goed maar dat zijn de vertrokken trainers ook. Hoofdtrainers hebben de pech dat als er frictie is, zij meestal als veroorzaker worden gezien. Ik vind het positief assistenten te laten promoveren, de continuïteit blijft dan gewaarborgd. Vlemmings en Lodeweges zijn relatief onbekende namen omdat ze kort hoofdcoach zijn geweest of leiding hebben gegeven aan een onbeduidende club. Maar gemiddeld beschikken die onbeduidende clubs over trainers met een hoog niveau. Eredivisieclubs scouten echter slecht. Wanneer zij beter om zich heen zouden kijken, komen waarschijnlijk meer onbekende namen op hoge posities terecht.”

Ton Boot, voormalig basketbalcoach: „Bij Feyenoord gaat het nog niet veel beter. Als je al kunt stellen dat de assistenten het goed doen, denk ik inderdaad dat het toeval is. Assistenten zijn vaak goede coaches, maar ik denk niet dat we een oorzakelijk verband moeten trekken tussen het aantreden van een assistent en betere resultaten.”

Youri Mulder, assistent-coach van de Duitse club FC Schalke 04: „Alle assistenten zijn beter dan de hoofdtrainers. Clubs zijn slecht in het scouten van hoofdtrainers en uiterst goed in het scouten van assistenten. Alle trainers moeten eruit en de assistenten moet aan de macht komen, dan ben ik zelf immers ook hoofdcoach. In Nederland worden veel goed opgeleide trainers voortgebracht. Als een coach weggaat, ruiken de assistenten hun kans en zijn ze niet loyaal. Daarom heb ik respect voor Wim Jansen die, omdat hij door Verbeek was aangesteld, ook opstapte bij Feyenoord. Bij PSV was Lodeweges minder loyaal, dat vind ik toch wel een beetje zielig voor Stevens. Maar Lodeweges is ook niet het type assistent. Hij is hoofdtrainer geweest bij Zwolle en FC Groningen, zo’n man moet geen assistent zijn. Ergens begrijp ik hem ook wel. Als Fred Rutten hier ontslagen wordt, zou ik ook niet loyaal zijn. Ik zou het boeltje bij elkaar pakken en kijken wat ik ervan kan maken.”

Adrie Koster, trainer Jong Ajax, voormalig assistent bij FC Eindhoven en Willem II en oud-trainer Roda JC en Ajax: „De assistenten bij topclubs komen niet voor niets op die positie terecht. De clubs willen hen hebben omdat ze kwaliteiten en ervaring hebben. Lodeweges en Vlemmings hebben zich in het verleden al bewezen. Dus dat het nu goed gaat, is geen toeval. Het zijn mannen die het gewend zijn om voor een groep te staan en die geen grote ego’s hebben. Ze kunnen zichzelf wegcijferen in het belang van de groep en daardoor goed communiceren met de spelers.”

Joop Alberda, oud-volleybalcoach en voormalig technisch directeur bij sportkoepel NOC*NSF: „Het succes van assistenten is door twee oorzaken te verklaren. Ten eerste zien spelers, als een trainer opstapt, in dat zij zelf iets moeten doen. Ze krijgen verantwoordelijkheidsgevoel en gaan vaak automatisch beter spelen. Ten tweede heeft een hoofdcoach slechts een beperkte houdbaarheid door zijn rol. Hij is namelijk degene die door middel van de opstelling als het ware over de toekomst van spelers beslist. Daardoor wordt hij vroeg of laat altijd de tegenpool van de spelers. Een assistent is eigenlijk de voornaamste bron van een trainer maar hij beweegt zich tussen de voetballers en de trainer in. Daardoor heeft hij een andere, soms betere, vertrouwensband met de groep. Maar assistenten kiezen niet voor niets voor die rol. Het is toch heel anders om hoofdtrainer en dus eindverantwoordelijke te zijn en daar ook op afgerekend te worden. Je zult zien dat de voormalig assistenten niet aanblijven als hoofdcoach. Ze gaan waarschijnlijk weer een assisterende rol vervullen, zonder hoge druk.”

Jacco Verhaeren, zwemcoach: „Ik denk dat de klik tussen de trainer en de spelers net zo belangrijk is als de inhoud van de trainingen. Een assistent kent de spelers even goed als de hoofdtrainer en heeft waarschijnlijk lering getrokken uit de fouten die de hoofdtrainer eerder maakte. Hij zal zijn systeem daarop aanpassen en het dus beter doen dan de oude trainer.”