Zie ze vliegen

Wat willen mensen toch van vogels? Ooit waren ze bovenal jachtbuit of toonbeelden van Gods almacht, of een symbool voor vrijheid. Tegenwoordig staat hun bescherming voorop.

Tim Birkhead: De wijsheid van vogels. Een geïllustreerde geschiedenis van de ornithologie. Vert. Ed’ Korlaar en Joop Hart. De Bezige Bij, 490 blz. € 34,90

Robert Huxley (red.): De grote natuuronderzoekers. Vert. Amy Bais. Becht, 304 blz. € 34,90

Jeremy Mynott: Birdscapes. Birds in Our Imagination and Experience. Princeton University Press, 345 blz. € 20,-

Maria Quist: Troostvogels. L’Indépendance, 240 blz. € 15,-

Hans Peeters en Kim Wheeler: Vogels en de Wet.nl. KNNV Uitgeverij, 336 blz. € 24,95

Er gaat een golf van opwinding door een menigte van tientallen vogelaars, die in slagorde opgesteld staan op een landweg bij Oosterend op Texel. Verderop, aan de oever van een rond meertje, is een sneeuwuil neergestreken, een zeldzame wintergast uit Scandinavië. Het is november 2008. De komst van de vogel haalde de nieuwspagina’s en trok bekijks uit het hele land. Vogelaars staan dicht opeen, turend door hun verrekijkers en door imposante telelenzen. De uil met zijn lichtgespikkelde, sneeuwwitte verenkleed neemt een bad. Het is een vrouwtje wordt al snel vastgesteld De meesten hebben nooit eerder een sneeuwuil in het wild gezien. Wie zijn kop in het vizier krijgt ziet hypnotiserende, felgele ogen die hem recht aankijken. Er hangt een bijna religieuze extase.

Iedereen heeft wel een beeld van een vogelaar, een man in het groen gekleed, verrekijker in de aanslag, die in het weiland, tussen rietstengels of bomen naar vogelsoorten spiedt. Bij de waarneming van een zeldzaam exemplaar, zoals deze sneeuwuil of de zeearend die op de Oostvaardersplassen broedt, maakt zich een roes van hem meester.

De moderne vogelaar verschilt van die van vroeger. De zwijgzame man die voor dag en dauw koekeloerde in het vrije veld heeft plaatsgemaakt voor de twitcher, de soortenjager die met moderne technieken, zoals mobiele telefoon en GPS-meldingen, vogels spot. Hij houdt een lijst bij. Het vogels kijken is een wedstrijd geworden, een soortenjacht. Waarnemingen gaan per e-mail binnen een seconde de wereld door. Wie een bijzondere soort in zijn blikveld vangt, haalt een trofee binnen.

De Britse vogelkenner Jeremy Mynott voorziet de hedendaagse vogelrage van ironische kanttekeningen. In zijn boek Birdscapes vergelijkt hij op spitsvondige wijze de gemoedsgesteldheid van een vogelaar met de windkracht op de schaal van Beaufort. Hipt een merel of huismus voorbij, dan geeft de vogelaar geen krimp. Windstilte; 0 op de schaal. Bij een zeldzamer soort als de hop kom je al snel uit op windkracht 7, ofwel ‘harde wind’. In vogelaarstermen vertaald als ‘hevige emoties die zich uiten door met een telescoop achter de vogel aan te rennen’. Een orkaan, windkracht 12, neemt bezit van de vogelaar wanneer hij een zeer zeldzame of voor hem nieuwe soort waarneemt. ‘Hardnekkige waanvoorstellingen en zinsbegoocheling vallen hem ten deel’, aldus Mynott. Ook in Nederland is de jacht op soorten doorgedrongen. Een organisatie als Dutch Birding Association geeft een checklist uit waarin waargenomen soorten afgevinkt worden. Wie kan bogen op de meeste soorten, is kampioen.

In Birdscapes stelt Mynott vragen die niet eerder zijn gesteld. Zijn boek is een antidotum tegen verregaande vogelmanie. Waarom raakt een vogelaar in staat van extase bij het zien van een zeldzame soort? Wat zegt dat maniakaal bijhouden van lijsten over de vogelaar zelf? Waar komt het verlangen tot determineren vandaan? Mensen houden van vogels omdat ze kunnen vliegen, zo eenvoudig is het eigenlijk. Trekgedrag, zang, de pracht van het verenkleed en hun weergaloze vliegvermogen spreken tot de verbeelding. Ze vertegenwoordigen een ‘sense of freedom’, aldus Mynott, waarop de mens jaloers is. Als je een vogel door de verrekijker bestudeert, is het alsof het onbereikbare dichterbij komt. Van alle dieren leven vogels het dichtst bij de hemel.

In De wijsheid van vogels. Een geïllustreerde geschiedenis van de ornithologie geeft de Brit Tim Birkhead een sprankelend overzicht van de fascinatie voor vogels. De middeleeuwse mens kende aan bepaalde vogels negatieve connotaties toe. Als een ekster je tegemoet vloog, dan was rampspoed je lot. Hoorde je een raaf krassen, dan stierf je ter plekke. Een uil is brenger van onheil; om dat te bezweren moest je deze nachtvogel met gespreide vleugels vastspijkeren aan de deur van je boerderij. Het was alsof ‘een boze god tekens geeft’, aldus Birkhead. Vanaf de 16de eeuw kwam in deze folkloristische benadering een kentering. De empirische natuurwetenschap deed zijn intrede, en daarmee de serieuze studie van vogelgedrag. De ornithologie kwam op, de nauwkeurige waarneming van vogels in hun biotoop, hun natuurlijke leefomgeving.

In het begin van De wijsheid van vogels stelt Birkhead zich op de plaats van de ontvankelijke wetenschapper. Zijn studie opent met de inlevend geschreven weergave van zijn zoektocht naar de waterrietzanger in een Pools moeras. Hij komt tot de ontdekking dat tussen de seksen van deze teruggetrokken levende vogel geen band bestaat, behalve tijdens de paring. De partnerkeuze is willekeurig. Het vrouwtje brengt de jongen alleen groot. Birkhead concludeert dat deze kleine, lichtbruine moeraszanger sterk afwijkend gedrag vertoont: het mannetje zingt niet om een vrouwtje te verleiden en het territorium af te bakenen. Hij zingt om aan vrouwtjes zijn beschikbaarheid te tonen. Waterrietzangers zijn promiscue.

Deze observaties vormen de aanleiding tot Birkheads ornithologische geschiedenis. Hij noemt waarneming, herkenning, classificatie van de soorten en bestudering van gedrag de pijlers van de vogelkunde. Staand in dat moeras vroeg hij zich af waar onze drang om kennis van vogels te vergaren vandaan komt. Wat willen mensen toch van vogels? Birkheads antwoord luidt: ‘Vogels [...] hebben de mens door hun alomtegenwoordigheid en diversiteit gefascineerd’. Onze voorouders jaagden op vogels voor hun dagelijkse voedsel, waarbij kennis van gedrag en leefwijze beslissend is. Als je weet dat bijvoorbeeld ganzen jaarlijks dezelfde trekroutes volgen, dan is het makkelijk ze als buit te verschalken. Snippen verzamelen zich in het najaar, na de broedtijd, in het moeras. Daar kan de jager ze besluipen.

Het begrip ‘diversiteit’ is goed gekozen. Natuurvorsers zijn door de eeuwen heen verbaasd geweest door de veelzijdigheid der schepping. Wereldwijd zijn er zo’n tienduizend vogelsoorten. Dit aantal roept bij ornithologen als Mynott en Birkhead een soort religieus besef op. Daarom is het goed te begrijpen dat het boek van de laatste een eerbetoon is aan de briljante Britse natuuronderzoeker John Ray, die zich verzette tegen de folkloristische benadering van vogels. Ray (1627-1705) was ervan overtuigd dat een goedertieren God ‘verantwoordelijk is voor de natuur in al haar schoonheid en dus ook voor het samenspel tussen dieren en hun omgeving’. Na de Bijbel is de natuur Gods tweede boek.

Volgens Ray passen vogels in Gods ontwerp van een schepping, die veelzijdig moet zijn om zoveel soorten in de strijd tot overleving te behouden. Honderd valkensoorten bijvoorbeeld hebben een grotere kans als soort te overleven dan vijf. Overdaad is een goddelijk geschenk. Ray bestudeerde vogels in hun natuurlijke omgeving. Een breuk met eerdere onderzoekers, die vogels doodden om ze dan te onderwerpen aan autopsie. Als Ray wilde weten waarvan een hop leefde, dan bestudeerde hij de vogel in het wild. Andere wetenschappers sneden de krop open.

Een interessante ontdekking van Ray was dat gekooide nachtegalen in het najaar onrustig worden: deze vogels willen weg, met hun soortgenoten mee naar de zuidelijke overwinteringsgebieden. Als eerste had hij aandacht voor trek en trekroutes. Ray kwam erachter dat vogeltrek weliswaar een gevaarlijke onderneming is – denk aan onze boerenzwaluwen die de Sahel oversteken – maar noodzakelijk om de soort te behouden: vogeltrek maakt sterk. De promiscuïteit van vele vogels heeft een reden: een overspelig mannetje krijgt meer nakomelingen. Veel vogelvrouwtjes zijn polygaam. Zij zoeken aldoor naar het sterkste mannetje. Een promiscue vrouwtje pimpelmees legt meer eieren dan een monogaam vrouwtje. Vandaar de bastaardjongen in bijna elk vogelnest.

Birkhead beschouwt de zang van vogels als een voorspel tot seks. Dat vogelzang door de mens als mooi en schoon wordt beschouwd, is een te esthetische reden. Met John Ray is de ornithologie begonnen, aldus Birkhead. Deskundigen maar ook liefhebbers volgen, zij het vaak onwetend, nog steeds de weg die Ray vier eeuwen eerder effende: flora en fauna zijn de zichtbare tekenen van Gods wijsheid. Voor Ray en zijn tijdgenoten vormden wetenschap en religie geen onoverbrugbare tegenstelling. Ornithologie en ook botanie sterkten het besef dat de schepping een door God geschapen ordelijke samenhang heeft.

In het boek De grote natuuronderzoekers, samengesteld door Robert Huxley van het Natural History Museum in Londen, komen we John Ray opnieuw tegen in gezelschap van ondernemende onderzoekers, onder wie Aristoteles, Maria Sibylla Merian, John James Audubon en Charles Darwin. Wat hen bindt is de fascinatie voor de diversiteit van de schepping. En ook hier lezen we over Rays geloof in de goedertieren God. De grote Duitse natuuronderzoeker Alexander von Humboldt schreef halverwege de 19de eeuw: ‘Eenheid in verscheidenheid en in verband, gelijkenis en klasse, in geschapen dingen die zeer verschillend van vorm zijn, één mooi, harmonieus geheel’. Hoor hier de echo van Ray.

De beroemdste Amerikaanse vogeltekenaar is John James Audubon met zijn onovertroffen The Birds of America (1831-1839). Hoewel Audubon ook tekende naar dode, opgezette specimen, portretteerde hij de vogels toch het liefst naar de levende natuur, geheel in stijl van Ray. Zo zette hij een keer een vrouwtjeshavik naast zich neer op een stok en bond haar klauwen vast. Aan het slot van de sessie schoof de tekenaar het raam open en gaf het dier de vrijheid. Zijn fascinatie voor vogels had weer een andere oorzaak: voor hem vertegenwoordigen zij een parallelle wereld met menselijke ervaringen. Audubon identificeerde zich vooral met de jagers onder de vogels, zoals zijn levendige afbeelding van de roodschouderbuizerd laat zien die een stel kwartels belaagt.

De veelzijdigheid van vogels wordt niet alleen op natuurwetenschappelijke manier bestudeerd. Vogels bezitten nog altijd een symbolische functie. Maria Quist, antropologe en landelijk coördinator Werkgroep Roofvogels Nederland, schreef met Troostvogels een indringend verhaal over de steun die ze vond bij vogels na het overlijden van haar zeventienjarige zoon. Om haar verdriet te overwinnen en het verlies te verwerken, schreef ze over de volheid van de natuur, de levendigheid van een ochtend op het Franse platteland die begint met vogelzang. De vrije vlucht van vogels boven het Franse huis staat in subtiel contrast tot het levenloze lichaam van de jongen, begraven in Nederlandse grond. Wat voor Birkhead de ‘wijsheid’ van vogels is, is voor Quist de troost die zij bieden.

Een van de thema’s die in hedendaagse vogelboeken prominent aanwezig zijn, is de vogelbescherming. Dit is een ingewikkeld fenomeen: de beschermers van weidevogels staan op gespannen voet met de beschermers van roofvogels. Interessant in dit opzicht is het vooral praktische boek Vogels en de Wet.nl van Hans Peeters en Kim Wheeler, beiden werkzaam bij Vogelbescherming Nederland. Het is een onmisbare handleiding voor iedereen die overtredingen van de flora- en faunawet wil tegengaan. De mens heeft, aldus de auteurs, een ‘zorgplicht’ jegens de natuur. Niemand mag die beschadigen of dieren verontrusten. Misdrijven, zoals het doden van ganzen, vernietigen van nesten, vangen van eksters of schieten van roofvogels – het gebeurt helaas allemaal – dienen meteen gemeld te worden. Voor de vogelliefhebber of degene die wijsheid en troost zoekt bij vogels is Vogels en de Wet.nl een dramatische leeservaring.

De vier eeuwen vogelgeschiedenis van Birkhead eindigt met de bescherming van vogels. Van jachtbuit is de vogel geëvolueerd tot een kostbare verschijning die bescherming nodig heeft. Hadden de vroegste onderzoekers de beschikking over een overweldigende overdaad, tegenwoordig worden vele soorten in hun voortbestaan bedreigd.

Gelukkig staat daartegenover dat de toegenomen kennis over vogels de mens in staat stelt tot daadkrachtige bescherming. Sommige vogels die op de rand van de afgrond leefden, konden gered worden dankzij de kennis van ornithologen en inzet van vogelaars. Zelfs deze gedachte ligt in de lijn van John Ray, die schreef dat zonder vogels ‘heggen en bossen eenzamer en droefgeestiger zouden zijn’.