Wilders claimt rechten alleen voor zichzelf

Wie zich, zoals Wilders, beroept op mensenrechten, moet ook aanvaarden dat anderen dat met evenveel recht kunnen doen, vindt Thomas Spijkerboer. Ze zijn immers universeel.

De PVV van Geert Wilders wordt wel aangeduid als anti-immigratie partij. Dezer dagen blijkt weer eens hoe onnauwkeurig zo’n smeuïge aanduiding is. Immers, Wilders bepleit nu een recht op migratie op grond van een mensenrecht, de vrijheid van meningsuiting. Hij is zelf de immigrant en neemt daarmee een vrij gewaagde juridische positie in.

Staten hebben, als het gaat om de combinatie van immigratie en openbare orde, grote vrijheid. Zo weigerde Nederland de stervende Poncke Princen een visum. De reden hiervoor lag niet bij hem maar bij oud-strijders die ostentatief door het lint dreigden te gaan als Princen, een deserteur, in Nederland zou komen. Dat was voor de regering voldoende om hem de mogelijkheid te ontnemen zijn familie te ontmoeten. De soevereiniteit van staten gaat ver.

Desondanks staat Wilders sterk. In 1995 stelde het Europees hof voor de rechten van de mens de Duitse europarlementariër Dorothée Piermont in het gelijk. Frankrijk weigerde haar de toegang tot Nieuw Caledonië, toen Piermont daar wilde ageren tegen Franse kernproeven in Polynesië. De kwestie had in Nieuw Caledonië al tot ernstige rellen geleid, en de aangekondigde komst van Piermont verhoogde de spanningen. Het hof vond dat toch onvoldoende reden om Piermont te belemmeren om haar ideeën ter plaatse uit te dragen.

De Britse regering weigerde Wilders omdat hij een bedreiging zou vormen voor community harmony. Maar er is in Londen nog niet eens een klein relletje geweest. De bedreiging voor de openbare rust was weinig specifiek en erg algemeen van aard. De toegangsweigering van Wilders zou in Straatsburg zeker sneuvelen. Natuurlijk: Fitna staat al op internet, en Wilders kan ook best buiten het Verenigd Koninkrijk zijn opvattingen uiten. Maar dat zijn drogredenen. De vrijheid van meningsuiting omvat ook een vergaande vrijheid om te kiezen waar dat gebeurt.

In 2007 werd voor datzelfde hof een zaak van een Nederlandse moskee in der minne geschikt. De moskee wilde een Marokkaanse imam in dienst nemen. Nederland had geen enkel inhoudelijk bezwaar tegen de man, maar weigerde een vergunning omdat de moskee een procedurefout had gemaakt. De moskee vond het in strijd met de vrijheid van een geloofsgemeenschap om zelf een voorganger uit te kiezen. Het hof kwam niet toe aan een uitspraak, omdat Nederland de tewerkstellingsvergunning waar het om ging alsnog verleende.

Omdat Nederland geen bezwaar had op het gebied van openbare orde, goede zeden, of financiën, heeft de vrijheid van godsdienst voorrang boven de Nederlandse soevereiniteit. Het is misschien een „knettergekke” conclusie, maar voor Wilders en voor de imam gold dat op sommige mensenrechten een inbreuk gemaakt kan worden als daar dringende redenen voor zijn. Zonder dringende redenen kan dat niet.

Het is dus terecht dat Wilders meent dat het Verenigd Koninkrijk een onaanvaardbare inperking van zijn vrijheid van meningsuiting toepast. Maar wie zich beroept op mensenrechten, zal moeten aanvaarden dat anderen dat met evenveel recht kunnen doen. Je kunt niet doen alsof jij de enige bent die mensenrechten heeft. Mensenrechten zijn universeel, nietwaar. Zo is niet meteen duidelijk hoe Wilders’ recht op vrijheid van meningsuiting zich verhoudt tot zijn wens om de Koran te verbieden.

Zoals de vrijheid van meningsuiting in beginsel de vrijheid omvat zelf te beslissen waar die mening geuit wordt, zo omvat het recht naar eigen smaak een gezin te stichten ook de vrijheid om in beginsel zelf te bepalen waar dat zal gebeuren. Als daartegen bezwaren zijn, vanwege de openbare orde, of omdat het gezin een beroep op de openbare kas zal doen, dan kunnen die bezwaren doorslaggevend zijn. Maar zonder serieuze bezwaren zal het recht op gezinsleven het zwaarst wegen. Algemene bezwaren, zoals dat er een tsunami van een bepaald geloof dreigt, of dat de man in de straat zich ontheemd voelt met zoveel vreemd gezinsleven om zich heen – het is niet dat zulke ideeën ongeldig of fout zijn – leggen onvoldoende gewicht in de schaal.

In de afgelopen 25 jaar zijn het recht op gezinsleven en het recht op asiel in Nederland sterk beperkt, juist op grond van allerlei algemene overwegingen. Wie vindt dat de Britse argumenten te algemeen zijn, zal zich ook moeten bezinnen op dat steeds restrictievere vreemdelingenbeleid. Is de unanieme steun voor de stelling dat Wilders recht heeft op toegang tot het Verenigd Koninkrijk op grond van zijn recht op vrije meningsuiting een gelegenheidsargument? Of wordt de universaliteit van mensenrechten niet alleen met woorden, maar ook met daden beleden?

Thomas Spijkerboer is hoogleraar migratierecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam.