Waarom Nederland wel protesteerde, maar niet zo fel

Nederlandse politici zijn verontwaardigd, maar willen geen diplomatiek conflict.

De betrekkingen met Groot-Brittannië zijn belangrijk.

Een nieuwe oorlog met Groot-Brittannië was de kwestie-Wilders niet waard, zei Tweede Kamervoorzitter Gerdi Verbeet eerder deze week raillerend. Maar voor het overige was ze het volledig oneens met het besluit van de Britse regering de Nederlandse parlementariër niet toe te laten.

Verontwaardiging en berusting: het tekent de meeste politieke reacties op het Engelse inreisverbod voor Wilders, dat overigens terug valt te voeren op verscherpte wetgeving sinds de zelfmoordaanslagen in Londen in 2005. Aan mensen met denkbeelden die zo extreem zijn dat ze de nationale veiligheid kunnen bedreigen, kan sindsdien de toegang tot Groot-Brittannië worden geweigerd. Dit is sinds juli 2005 al 270 keer gebeurd.

Maar of het nu mag of niet, oneens is bijna iedereen het met de beslissing van de Britten. „Churchill zou zich in zijn graf omdraaien”, aldus het Tweede Kamerlid Hans van Baalen (VVD). „Een idiote situatie”, oordeelde zijn PvdA-collega Jeroen Dijsselbloem.

Toch voelen weinigen ervoor de zaak te laten escaleren tot een groot diplomatiek conflict. Daarvoor zijn de onderlinge betrekkingen te belangrijk.

Nog geen week geleden was premier Balkenende te gast bij zijn Britse ambtgenoot Gordon Brown op Downingstreet 10 en voerden zij, aldus een woordvoerder, „een goed gesprek dat in uitstekende sfeer verliep”. Beide premiers vonden elkaar in het pleidooi dat het als gevolg van de economische crisis oplaaiende protectionisme een halt moest worden toegeroepen.

Want als het om vrijhandel gaat, weten het Verenigd Koninkrijk en Nederland, die in de zeventiende en achttiende eeuw in totaal vier zeeoorlogen uitvochten, elkaar te vinden. De Britten zijn één van de belangrijkste handelspartners van Nederland. Zo’n 10 procent van de Nederlandse uitvoer (ruim 31 miljard euro) gaat naar Groot-Brittannië, de verhoudingsgewijs grote Nederlandse financiële sector is sterk vertegenwoordigd in de Londense City, Shell en Unilever zijn Brits-Nederlandse bedrijven.

Een kostbare relatie kortom, zeker in deze tijden van economische neergang. En dan telt het woord van de koopman toch zwaarder dan dat van de dominee.

Vandaar vooral verbaal protest. Minister Maxime Verhagen (Buitenlandse Zaken) meende afgelopen dinsdag, toen de weigering van Wilders bekend werd, al tot het uiterste te zijn gegaan – door telefonisch zijn ongenoegen over te brengen aan zijn Britse collega, David Milliband.

Op het niveau van de volksvertegenwoordiging deed Tweede Kamervoorzitter Gerdi Verbeet hetzelfde. Zij stuurde een brief naar haar collega van het Britse Hogerhuis, inclusief een afschrift naar de voorzitter van het Lagerhuis, met het verzoek alles in het werk te stellen Wilders alsnog toe te laten.

Maar hiermee zijn alle ‘normale’ middelen ook wel opgebruikt. Natuurlijk zou Nederland kunnen besluiten tot het terugroepen van de ambassadeur of het opschorten van de diplomatieke betrekkingen. Maar dat is wel een zeer vergaande stap.

Daar komt bij dat Buitenlandse Zaken toch al met tegenzin in de bres is gesprongen voor Wilders, hoewel dit nooit openlijk zal worden gezegd. De film Fitna van de PVV-politicus heeft het departement handenvol werk bezorgd, met in sommige islamitische landen zeer serieuze veiligheidsrisico’s voor Nederlandse ambassades.

De zogenaamde ‘stille diplomatie’ wordt door Wilders maar weinig gewaardeerd, althans dat is de ervaring van minister Verhagen. Toen Verhagen vorig jaar zomer achter de schermen bij zijn collega in Jordanië de in dat land aangekondigde strafvervolging tegen Wilders aan de orde wilde stellen, zocht Wilders direct de publiciteit.

Maar tegelijk weet de ras-politicus Verhagen hoe gevoelig alles wat met Wilders te maken heeft ligt op het binnenlands politieke terrein. In dat licht moet ook de aanwezigheid worden bezien van de Nederlandse ambassadeur, Pim Waldeck, op de Britse luchthaven Heathrow, toen Wilders daar gisteren aankwam. Hierdoor kan Verhagen, als hij volgende week in de Tweede Kamer over de jongste kwestie-Wilders verantwoording moet komen afleggen, zeggen dat Nederland zich tot het uiterste heeft ingespannen.

Voor het overige „betreurt Nederland ten zeerste dat het Verenigd Koninkrijk zijn besluit niet heeft willen herroepen om de heer Wilders de toegang tot het land te ontzeggen”, aldus een verklaring van Buitenlandse Zaken gistermiddag.

Betreuren. In het diplomatieke verkeer betekent dit: er wordt geen halszaak van gemaakt,