Vrouwen staan vooraan

Vrouwenlevens stelen de show op het filmfestival in Berlijn. Maar wat is een interessant leven zonder mannelijk tegenspel?

Hollywood kende in een ver verleden een filmgenre dat women’s pictures heette: tranentrekkende melodrama’s die speciaal voor de vrouwenmarkt werden vervaardigd. Op de 59ste editie van het filmfestival van Berlijn lijkt het wel alsof elke film een vrouwenfilm is. Opmerkelijk veel films op het festival, dat morgenavond wordt afgesloten met de uitreiking van de Gouden Beer, gaan over vrouwen en vrouwenlevens. Mannen zijn duidelijk in de minderheid.

Dat is niet alleen maar te verklaren uit een ruime vertegenwoordiging van vrouwelijke regisseurs. Ook mannelijke collega’s lijken zich momenteel meer te interesseren voor verhalen over vrouwen. En films over vrouwen kunnen gaan over de bekende traditionele rollen van moeder, echtgenote en minnares, maar ook meer eigentijdse vrouwenlevens, in klassieke mannenberoepen als chirurg, soldaat of openbaar aanklager komen aan bod. Meest interessant is juist de mengvorm van traditionele en geëmancipeerde elementen in verschillende films.

De Franse regisseur François Ozon kwam naar Berlijn met Ricky, een film over de fabrieksarbeidster Katie die een wel zeer bijzondere baby krijgt. Het kind begint na enkele weken kleine stompjes op zijn schouderbladen te ontwikkelen, die vervolgens uitgroeien tot vleugels, en al spoedig vliegt de baby door de kamer.

Van Stephen Frears ging in Berlijn Cheri in première, gebaseerd op een roman van de Franse schrijfster Colette, over Léa (Michelle Pfeijffer), een rijke courtisane op leeftijd in de belle époque. Ze begint een affaire met een negentienjarige jongen (koosnaam Cheri), aanvankelijk uitsluitend om zich te amuseren, maar de liefde breekt door haar laag van frivoliteit en cynisme heen.

Dat lijken nog de bekende rollen die vrouwen in verhalen zo vaak vervullen: als moeder of als hoer. Maar wel met een draai. In de film van Frears zijn de rollen eindelijk omgedraaid: na in een werkzaam leven lang op de zak van oudere mannen te hebben geteerd, onderhoudt Léa nu een man die veel jonger is dan zij. De film onderstreept dat door haar een aantal keer te laten mopperen wat die decadente nietsnut Cheri haar wel niet kost.

Ook bij Ozon zijn de verhoudingen

niet volledig getekend naar traditioneel model. De vliegende baby Ricky heeft wel een vader, maar die is er meer niet dan wel. Katie, die al een dochter heeft uit een eerdere relatie, redt zich alleen met haar kinderen eigenlijk beter dan met haar vriend in de buurt.

Nog zo’n traditionele vrouwenrol is die van de mysterieuze muze. Regisseur Rebecca Miller speelt op een aardige, ironische manier met die rol in The Private Lives of Pippa Lee. De titelheldin (Robin Wright Penn) is getrouwd met een veel oudere uitgever. Aan het begin van de film wordt ze – door een man uiteraard – tijdens een diner geprezen als ‘de perfecte kunstenaarsvrouw’, omdat ze altijd voor haar man klaarstaat. Ze is alleen niet met een kunstenaar getrouwd, maar slechts met een uitgever.

Ze is het zat om een mysterie te zijn en beleeft een hevige, maar luchtig gepresenteerde midlife crisis. Ook deze vrouw legt het aan met een veel jongere man, die bij een naburig tankstation werkt (Keanu Reeves). Miller heeft wellicht enig inzicht opgedaan in de ingewikkelde positie van de muze, doordat ze de dochter is van de grote toneelschrijver Arthur Miller en getrouwd is met acteur Daniel Day-Lewis.

Een compleet eigentijds vrouwenleven is te vinden in Sturm van de Duitse regisseur Hans-Christian Schmid. De film gaat over Hannah (Kerry Fox), een openbaar aanklager bij het Joegoslavië-tribunaal in Den Haag. Ze bijt zich vast in een poging een oorlogsmisdadiger achter de tralies te krijgen die zich schuldig heeft gemaakt aan stelselmatige verkrachting. Haar kroongetuige is ook een vrouw: Mira, gespeeld door Anamaria Marinca, die doorbrak met haar rol in Vier maanden, twee weken en drie dagen. De twee vrouwen ondervinden steeds meer obstakels op hun weg van de door politieke calculaties (en mannen) gedomineerde juridische bureaucratie van het Haagse tribunaal.

Bijna een karikatuur

van een vrouw in een mannenrol (maar toch indrukwekkend dankzij de geweldige actrice Trine Dyrholm) is het Deense Lille soldat (‘Kleine soldaat’) van regisseur Annette K. Olesen. Een soldaat keert terug na de oorlog, vindt een baan als chauffeur van een prostituee bij een escortbureau, heeft te doen met het gevallen meisje en probeert haar te redden. De soldaat, Lotte, is alleen een vrouw. Het escortbureau is ook nog eens eigendom van haar vader, die niet gelukkig is met het opspelend geweten van zijn dochter en de film eindigt met een bloedige en enigszins absurde confrontatie tussen vader en dochter.

Nog een vrouw in een klassiek mannenberoep: in Mammoth van de veelbesproken Zweedse regisseur Lukas Moodysson, gaat een van de verhaallijnen over de chirurg Ellen (Michelle Williams), die als chirurg levens redt bij de eerste hulp van een New Yorks ziekenhuis, maar ondertussen steeds treuriger wordt, omdat ze haar dochtertje mist, die goeddeels wordt opgevoed door een nanny uit de Filippijnen.

En dan nog dit: op afstand de grootste ster op het festival was een actrice: Kate Winslet, die de Europese première opluisterde van The Reader (naar Der Vorleser, een roman van Bernard Schlink); alweer een film over een oudere vrouw met een veel jongere minnaar.

De verschuivende maatschappelijke rol van vrouwen is kennelijk inspirerend voor filmmakers. Over vrouwen zijn meer nieuwe verhalen te vertellen dan over mannen, verhalen die niet al zo vaak zijn verteld. Maar gelijk opgaand met deze trend is er ook een nieuw probleem ontstaan: een schrijnend tekort aan interessante mannelijke personages.

Veel van deze films lijden onder een gebrek aan serieus, volwassen mannelijk tegenspel. Mammoth van Moodysson zou een aanzienlijk betere film zijn als de chirurg Ellen niet getrouwd was met het complete leeghoofd Leo (Gael García Bernal), die weerzinwekkend veel geld verdient met een website voor computergames. Ook de lieftallige Cheri (Rupert Friend) is bij Frears eigenlijk geen partij voor de intelligente en gevoelige Léa.

Dat gebrek aan evenwicht geldt helemaal voor Alle anderen van de Duitse regisseur Maren Ade. Zij ontleedt op Bergman-achtige wijze een liefdesrelatie tot op het bot. Hij is architect, zij doet de pr voor een platenmaatschappij. Hij heeft het dus verder geschopt dan zij, maar toch is hij een onuitstaanbare egoïstische snob. Zij is vitaal, slim en vol mededogen. De film roept meer irritatie dan betrokkenheid bij diit ongelukkige stel, dat met zichzelf wordt geconfronteerd tijdens een lang verblijf op Sardinië. Ga toch weg bij die nare kerel, wil de kijker naar het bioscoopdoek roepen.

Geen van deze films heeft een uitgesproken feministische agenda. Je zou ze eerder ‘postfeministisch’ kunnen noemen; vrouwen mogen sterke én zwakke kanten hebben, traditionele eigenschappen vertonen én moderne, maatschappelijke ambities hebben. De mannen zitten in de films veel meer vast in clichés, zoals daar zijn de strenge en zelfs gewelddadige vader, de afwezige vader, het eeuwige kind, de egoïst die alleen maar aan zichzelf kan denken. Mannen verdienen misschien niet beter, maar de filmkijker wel.