Van vreemde smetten vrij

Zou smetvrees besmettelijk zijn? Het is niet te hopen, want het lijkt me een vreselijke afwijking. Maar laat ik eerst even uitleggen waarom deze vraag bij me opkwam.

Ik zag deze week de interessante tentoonstelling Lekker fris! in het Schielandshuis te Rotterdam (vlak tegenover het beeld van Pim Fortuyn). Deze tentoonstelling gaat over honderd jaar ‘schoonheid, gezondheid en fatsoen in Nederland’. Onderliggend thema is de geschiedenis van de hygiëne, samen te vatten in de vraag: hoe voorkwamen we steeds beter dat we stonken en ziek werden?

Op de tentoonstelling is een filmpje te zien met ene Fred de Bruyne, een nog vrij jonge man die aan smetvrees lijdt. Als Fred op een stoel gaat zitten, veegt hij eerst de zitting met een papieren zakdoekje af. Over het toetsenbord van zijn computer legt hij een doorzichtig plastic vel voordat hij gaat tikken.

Een gang naar het toilet is een ware marteling voor Fred. Het lijkt op een door een duivelse Charlie Chaplin bedachte act. We zien gelukkig niet hoe hij zich ontlast – ik vermoed staande met zijn billen minstens een meter boven de bril en zijn handen hulpeloos in de lucht. Daarmee is het ergste nog lang niet voorbij. Want hoe de handen te reinigen? Aan de zeepdispenser en de kraan kleven uiteraard allerlei vervaarlijke bacillen, die het op Fred zijn kostbare gezondheid hebben gemunt.

Vooral zijn gevecht met de zeepdispenser zal ik niet vergeten. Om er zeep uit te krijgen moet een lipje naar achteren geduwd worden. Fred omwikkelt dit lipje zorgvuldig met een papiertje en slaagt erin het vast te zetten, zodat de zeep vrijelijk kan vloeien zonder tussenkomst van de vieze hand. Daarmee is hij er natuurlijk nog niet, want alles zou voor niets zijn geweest als hij de waterkraan niet omwikkelde met papier alvorens hem open te draaien.

Het filmpje duurt niet langer dan vijf minuten, maar voor een uniek kijkje in de hel is dat ruimschoots voldoende. Daarna voelde ik me niet meer helemaal de oude. Over mijn hele lijf begon het te kriebelen. Bacteriën, virussen? Vast.

Ik moest naar de wc, nota bene vijf meter van de plek waar Freds filmpje vertoond werd, maar ik durfde niet meer goed. De vergulde klinken glommen me gastvrij tegemoet, maar welke heimelijke gevaren moesten daar wel niet aan kleven? Al die mannen die plassen zonder na afloop hun handen te wassen!

Hoe zou Fred dat oplossen? Ik zag hem zwetend in de weer met zijn papiertjes, wrijvend en schurend tot de laatste onzichtbare vijand verwijderd was – een strijd waar per definitie nooit een einde aan kon komen. Eigenlijk zou je Fred kunnen beschouwen als een slachtoffer van ons verwoede streven naar betere hygiëne. Zou er eeuwen geleden al zoiets als smetvrees hebben bestaan? Ik kan het me niet voorstellen. Ons gezondheidsstreven werd bij hem een obsessie.

Waar zou het bij Fred begonnen zijn? In de biologieles op de middelbare school toen hij voor het eerst door een microscoop naar al dat onbekende krioelende leven mocht kijken?

Later die middag moest ik bij een zebrapad op het groene licht wachten. Ik kon de knop in de paal naast me indrukken. Zou Fred dat doen? Nee, althans, hij zou eerst een zakdoekje pakken. Ik keek opzij. Daar stond ook een man te wachten. Druk jij maar, dacht ik.