VALENTIJNSKAART

Henriette loopt al de hele ochtend door de gang. Af en toe gaat ze even op de mat zitten bij de voordeur en kijkt naar de brievenbus.

„Wat doe je toch de hele tijd?” vraagt haar moeder. „Verwacht je post?”

Henriette schudt haar hoofd. „Nee hoor, maar je weet het nooit. En als er dan toch een brief komt, zie ik hem tenminste meteen.”

„Maar je bent toch helemaal niet jarig?” vraagt haar moeder. „En het is geen tijd voor kerstkaarten.”

Henriette geeft geen antwoord en kijkt naar de grond.

„Ik zal niet meer doorvragen”, zegt haar moeder. „Blijf jij maar lekker bij de brievenbus zitten als je dat wil.”

Henriette gaat op de deurmat liggen en na een tijdje dommelt ze in slaap. Ze schrikt wakker als er iets op haar hoofd valt. En nog iets en nog iets. Het zijn enveloppen. De een na de ander valt door de brievenbus. Henriette doet een stap opzij. Dan gaat de voordeurbel.

Haar moeder doet open. Het is de postbode. „Goedemiddag mevrouw, ik heb een envelop die niet door de brievenbus past, alstublieft!”

Mama pakt de grote roze envelop aan en kijkt er eens goed naar. „Jouw naam staat erop!” zegt ze en geeft hem aan Henriette. Er zit een grote kaart in de vorm van een hart in, maar Henriette kan niet zo goed lezen wat er op staat. Haar moeder leest voor:

„JOUW OGEN, JE GLANZENDE VACHT,

JE ROZE STRIK, EN HOE JE LACHT,

ALLES AAN JE IS EVEN MOOI EN LIEF

DAAROM BEN JIJ MIJN HARTENDIEF!”

„Wat een prachtig gedicht”, zegt de moeder van Henriette. „Ach ja, nu begrijp ik het. Het is Valentijnsdag vandaag. Daarom zat je bij de brievenbus!”

„Maar van wie is de kaart”, wil Henriette weten.

„Er staat geen naam bij”, zegt haar moeder. „En dat hoort ook zo. Dat maakt het extra spannend. Het is van een stille aanbidder. Weet je iemand die verliefd op je is?”

„Ik heb geen idee van wie de kaart is”, zegt Henriette. Maar daar gaat de bel alweer.

„Nog een valentijnsverrassing?” vraagt Henriette. Als mama de deur opendoet staan Rintje en Tobias voor de deur.

„Kom je buitenspelen?” vraagt Rintje.

„Weet je wat ik gekregen heb?” zegt Henriette. „Een valentijnskaart! Ik weet alleen niet van wie!”

„Vast van iemand uit de klas!” zegt Rintje. „Wie zou er verliefd op je kunnen zijn? Weet jij het Tobias?”

Tobias kijkt opeens naar de grond. En dan kijkt hij naar de lucht. En dan krabt hij eens achter zijn oor.

„Geen idee”, zegt hij bijna onverstaanbaar. Maar Henriette weet wel beter. Ze geeft hem een kus. En daarna Rintje.

„Jullie zijn mijn allerbeste vrienden, voor altijd!”

EINDE