Uit de pomp druppelt slechts een kopje geel water

In het midden van China verdrogen gewassen en dreigt grote drinkwaterschaarste.

‘Voor boeren kan deze droogte rampzalig worden’, zegt professor Zhao Guafang.

Geel is voor Zhang Ghuanying niet langer de kleur van vruchtbaarheid, maar van de uitdrogende graanvelden rondom haar dorp Yuan Gan en van de laatste druppels water uit de put op haar erf. De 48-jarige boerin beweegt de arm van de pomp krachtig op en neer. De pomp rochelt en gorgelt luidruchtig – de waakhond stuift geschrokken weg – maar meer dan een theekopje water komt er niet meer uit de grond. Bij haar buren in dit gehucht in de Chinese provincie Henan, is de watervoorziening net zo problematisch. Er is geen water meer om kippen, eenden en groente te koken, kleren te wassen, laat staan voor de zinken badteil in de schuur.

Het is al behoorlijk zweterig weer in het geografische en culturele hart van China, waar de zon veel eerder dan normaal in het seizoen de roodbruine gezichten doet verbranden. Er is sinds september geen regen van betekenis gevallen en het heeft ook niet gesneeuwd, zoals hier gebruikelijk is in januari of februari.

De graanoogst op tien miljoen hectare is daardoor in gevaar gekomen, rivieren en beken verdrogen en het grondwaterpeil is gedaald tot dieper dan twintig meter. Zelfs de Gele Rivier die door Henan stroomt, is gehalveerd. De watervoorziening voor naar schatting twintig miljoen dorpelingen in deze en zeven andere provincies stagneert.

Het enige water in Yuan Gan is levensgevaarlijk. De grijze stroom van de Yu Gan Qu die langs het dorp van lemen boerderijen loopt, schuimt en stinkt naar chemicaliën. Aftakkingen van dit riviertje zijn opgedroogd en worden gebruikt als wandelpaden.

Vervuiling door de chemische fabrieken en leerlooierijen stroomopwaarts van de Gele Rivier en de vertakkingen hebben de kwaliteit van het grondwater en dus ook van het putwater in Yuan Gan aangetast. „Van het water uit onze putten kan je als je het niet heel goed kookt heel erg ziek worden. En zelfs na het koken blijft er een gele stof in het water. Als je uit de rivier drinkt, ga je meteen dood. Gelukkig is het water in de putten op het land iets beter. Die hebben we dieper gemaakt. Daardoor kunnen we misschien de tarweoogst nog wel redden”, vertelt Zhang Ghuanying, terwijl zij het stof van haar zelfgebreide, roze trui slaat.

Haar schoonvader, Sun Kung Feng (76), is in de verte bezig het land te besproeien. Zijn tengere gestalte is in de weer met zware plastic slangen over de vaalgroene, hier en daar strogele wintertarweaanplant. Waren zijn vijf zonen, onder wie de man van Zhang Ghuanying, maar hier, want dan zou dit karwei veel sneller geklaard zijn.

Hoe eerder en vaker hij zijn zes mu (drie are) heeft besproeid, des te groter de kans dat er misschien toch nog geoogst kan worden over een paar maanden. Maar hij is somber, want de tarwe had al tot zijn knie moeten staan en reikt nu niet verder dan zijn enkel. Maar zijn zonen zijn, net als alle jongere mannen, nog voor het einde van het Lentefestival (Chinees nieuwjaarsfeest) weer vertrokken naar de 1.700 kilometer zuidoostelijk gelegen haven van Ningbo.

Dorpen als Yuan Gan worden een groot deel van het jaar bevolkt door bejaarden, vrouwen, kinderen en, kankert grootvader Feng, door „zieken, gekken en uitvreters”. Hij wijst naar een groepje jongens met geverfde punkkapsels die voorbij stuiven op hun scooters. „Dit is de ergste droogte die ik ooit heb meegemaakt. We hebben het nog nooit zo moeilijk gehad’’, vertelt Feng. Hij is veertig jaar boer op de vlakte van oostelijk Henan, waar ongeveer een kwart van de totale Chinese graanproductie vandaag komt.

Op de landbouwuniversiteit in Zhengzhou, de hoofdstad van de provincie Henan, met 100 miljoen inwoners, op 250 kilometer van Yuan Gan, worden de woorden van grootvader Feng bevestigd door professor Zhao Guafang. „Voor de boeren kan deze droogte inderdaad rampzalig worden, want zij moeten extra kosten maken en toch zal hun oogst vermoedelijk worden gehalveerd als het nog een maand droog blijft. Minder oogst staat gelijk aan minder inkomsten ook al stijgen de prijzen door het lagere aanbod”.

Hongersnood zal er in China niet snel ontstaan, want na vijf jaar van overvloedige oogsten zijn de Chinese graanschuren met strategische noodvoorraden overvol. Het gebrek aan drinkwater vormt echter een acute bedreiging. Zhao verwacht dat daardoor de drang om het platteland te verruilen voor de grote steden aan de oostkust onverminderd groot blijft, terwijl de vraag naar arbeidskrachten juist daar aan het dalen is als gevolg van de economische crisis. En omgekeerd: voor werkloze arbeidsmigranten is de terugkeer naar de boerderijen geen alternatief.

Voor Zhao staat verder vast dat boeren en de overheid veel meer moeten investeren in moderne irrigatiesystemen. „De tarweprijzen worden kunstmatig laag gehouden in verband met de voedselprijzen in de winkels en op de markten. De boeren hadden geen geld om nieuwe pompen of efficiënte sproeiapparatuur te kopen. Er wordt nu met oude pompen en slangen gewerkt die heel veel water verbruiken, veel meer dan nodig is”, legt Zhao uit.

Aangezien boeren geen eigenaren zijn van hun landerijen kunnen zij moeilijk aan leningen komen voor bijvoorbeeld wentelsproeiers. „Misschien zal deze droogteperiode leiden tot nieuwe, marktgerichte landbouwhervormingen en een schoner milieu. Dat is nodig, dat weet iedereen, maar ik ben maar een nederige professor en geen politicus in Peking”, zegt Zhao Guafang.

In Yuan Gan reageert grootvader Feng met een lachje op de vraag of hij al iets heeft gemerkt van noodmaatregelen en de hulp van de staat.

Van de toegezegde hulp om de waterputten te verdiepen, het sterk verouderde irrigatiesysteem te moderniseren en de boeren te voorzien van nieuwe pompen is in Yuan Gan niet veel te zien. De pogingen deze week om kunstmatig regen op te wekken, hebben de landerijen alleen oppervlakkig bevochtigd „Ik heb op de televisie gehoord dat de noodtoestand is afgekondigd. Ik heb ook gezien dat president Hu Jintao bezorgd is. Dat is heel mooi”.