'Strips maken is controle krijgen'

Zijn tekenstijl is na 20 jaar nog steeds filmisch, naturel en vol emoties. Adrian Tomine zelf veranderde gelukkig wél: ‘Ik schaam me minder en ik heb vertrouwen in mezelf gekregen.’

Het zal de tijdsgeest zijn, waarin de genres ‘roman’ en ‘autobiografie’ in de perceptie van veel lezers synoniem lijken te zijn geworden. Toen Adrian Tomine (1974) eind 2007 Shortcomings uitbracht (in het Nederlands luidt de titel Tekort), werd de hoofdpersoon van deze graphic novel, Ben Tanaka, door lezers veelvuldig verward met de auteur. Beiden waren ze Japans-Amerikaanse mannen van begin dertig, beiden droegen ze een bril en beiden waren ze allergisch voor pinda’s. En dus, concludeerden critici, zou Tomine wel net zo’n cynische blik op de wereld hebben als zijn personage Tanaka. En net zo’n verknipt beeld van interraciale relaties – een belangrijk thema in het verhaal.

„Niets is minder waar”, zegt Tomine. „De manier waarop Tanaka in het leven staat, kan ik me weliswaar voorstellen, maar alsjeblieft, stel mij niet gelijk met mijn personage”. Een beetje zijn eigen schuld was het wel, want de meeste korte verhalen die Tomine eerder maakte, waren wél sterk autobiografisch.

Tomine was begin deze maand te gast op het stripfestival van het Franse stadje Angoulème, het grootste evenement in zijn soort. Tomine signeerde er zijn werk (bij graphic novelists, die steevast een originele tekening maken, kost dat wat meer tijd dan bij romanciers) voor een bescheiden rijtje fans. Hoewel de auteur in Amerika erg populair is – zijn tekeningen sieren regelmatig het omslag van The New Yorker – moet Europa hem nog ontdekken.

Na zoveel verwarring over de scheidslijn tussen zijn fictieve personage Tanaka en hemzelf, kan Tomine misschien beter een blonde vrouw als hoofdpersoon voor zijn nieuwe beeldroman kiezen. „Zo’n soort ingreep lijkt inderdaad wel verstandig, ja”, zegt Tomine, gezeten in de trouwzaal van het stadhuis van Angoulème. „In mijn nieuwe boek pak ik alles anders aan, tenminste voor zover ik daartoe in staat ben. In Tekort was iedereen nog begin dertig, net als ik. Nu ben ik bezig met personages die veel ouder of juist jonger zijn dan ik.”

Tijdschrift

Tomine was 15 toen hij in 1990 zijn eerste strip publiceerde in een voor dat doel opgericht eigen tijdschrift, Optic Nerve. Hoewel zijn tekenstijl zich in de daaropvolgende kleine twintig jaar nog flink heeft ontwikkeld, zit in dat vroege werk al veel wat Tomine kenmerkt: een tekenstijl die naturel en filmisch genoemd kan worden, en verhalen waarin de emotie nooit ver weg is. Emotie die zeer vaardig met gezichtsuitdrukkingen wordt getoond.

Het vroege werk draait nog erg om het krijgen van aandacht. „Iedere andere puber probeerde aandacht te trekken op feestjes, ik deed dat door mijn strips de wereld in te sturen. Maar omdat ik ze gebruikte om aardig gevonden te worden, was ik me te zeer bewust van mijn lezers.” Uit Tekort blijkt dat Tomine is gegroeid, het narcisme is gesleten. „Lezers voelen natuurlijk heel goed het verschil aan tussen een aansteller en een kunstenaar die werkt uit het verlangen om zich te uiten. Bovendien is de bevrediging op termijn minder: een narcistische artiest zit veel sneller zonder inspiratie.”

Om de toon van zijn verhalen zo persoonlijk mogelijk te laten zijn, probeert Tomine zichzelf nu steeds wijs te maken dat de pagina’s nooit gepubliceerd zullen worden. Het geeft hem meer moed, net zoals een van zijn voorbeelden, de romancier Philip Roth, hem moed gaf. „Bij het maken van Tekort heb ik veel van Roth gelezen en me laten inspireren door zijn onverschrokkenheid en onbeschaamdheid.” Zonder dat hij er zelf over was begonnen, werd in de besprekingen van Tekort de vergelijking getrokken met de Amerikaanse auteur.

Hoofdpersoon Ben Tanaka voelt in het boek een sterke aversie tegen ‘politiek correcte kunst’. „Ik reageer daarmee op het verlangen, zeker in Amerika, naar kunst die je bestaande ideologie bevestigt. Wat ik in Tekort wilde aanraken was het spanningsveld tussen enerzijds kunstuitingen waarbij je ziet dat de kunstenaar het hart op de juiste plek heeft, maar het resultaat verschrikkelijk is, en anderzijds kunst die goed is en je tegelijk tegen de haren in strijkt.”

Tomines ouders gingen uit elkaar toen Adrian twee jaar oud was. Hij woonde bij zijn moeder, een verhuislustige hoogleraar psychologie. „Als je met striptekenaars praat, dan blijkt heel vaak dat hun ouders gescheiden zijn, of dat ze een moeizame relatie met hun familie hebben”, vertelt Tomine. „Ik vind het niet verbazingwekkend: Bij strips heb je het universum zelf in de hand, nog meer dan bij een film, die je met een groep maakt, of zelfs bij proza, waar je geen lijnen en kleuren kan gebruiken. Strips maken is een manier om controle over het leven te krijgen, om letterlijk alles in kaders te plaatsen. Zo hoef je niet om te gaan met de chaotische realiteit.”

De volgende stap, erkent Tomine, is om als kunstenaar de veilige wetten van het medium weer los te durven laten, of in ieder geval naar zijn hand te zetten. „Ik ben op het punt waarop ik me minder schaam voor dingen. Ik heb vertrouwen in mezelf gekregen. Ik werkte altijd heel doelbewust, als een acteur die zijn scène duizend keer repeteert voordat hij op het podium stapt. Ik was zo bang dat ik het zou verpesten.”

Regels

En dus had Tomine – veiligheid boven alles – zijn ‘universum’ scherp gedefinieerd. In zijn strips vind je bijvoorbeeld geen gedachtenwolkjes, en ook geen vierkante kadertjes met opmerkingen van een alwetende verteller. Regels waar hij zich aan hield.

En dat is nu voorbij. Tomine: „Op de strip waar ik momenteel aan werk, pas ik eigenlijk helemaal geen regels meer toe. Ik gebruik kleur, er lopen verhaallijnen door elkaar, waarvoor ik verschillende stijlen gebruik. Ik heb totaal geen plan uitgezet. Het werkproces is erg plezierig, ik had er ook niet aan moeten denken om een tweede deel van Tekort te maken, weer 108 bladzijden in dezelfde stijl.”

Zijn nieuwe werk wil Tomine nog niet delen. „Ik maak eerst iets af, en dan pas laat ik het zien. Ik begrijp niets van tekenaars die iedere nieuwe pagina op hun blog zetten.” Wel kan hij iets zeggen over degene die hem in deze nieuwe fase heeft beïnvloed. „Chris Ware is voor mij, en voor vele anderen, een belangrijke bron van inspiratie. Hij heeft het genre vernieuwd, door allerlei slimme uitvindingen in verteltechniek, in compositie. Ik neem dingen van hem over, merk ik.”

‘Tekort’, de Nederlandse vertaling van ‘Shortcomings’, verscheen vorig jaar bij Oog & Blik, 108 blz. € 17,50. Tomine’s werk verschijnt in Amerika bij Drawn & Quarterly.