Shakespeare van de kleine man

Twintig jaar geleden werden in een afvalcontainer in Nashville 72 radioshows gevonden van countryzanger Hank Williams. Na jarenlang geruzie tussen zijn erfgenamen is dit materiaal nu toch uitgebracht op cd.

Stelt u zich voor dat deze krant vandaag was geopend met het bericht dat er achttien onbekende toneelstukken van Shakespeare waren ontdekt. Niet half leesbare aantekeningen en fragmenten die gereconstrueerd wellicht iets zouden kunnen opleveren waar een inventieve regisseur iets mee aan kan – nee, achttien puntgave manuscripten, onmiddellijk opvoerbaar.

Dat is ongeveer wat de liefhebbers van country&westernmuziek ervaren met het uitbrengen van het eerste deel van de 72 radioshows van zanger Hank Williams uit 1951, gered uit een afvalcontainer van het radiostation WSM-FM in Nashville. De eerste drie uur met hoogtepunten zijn zojuist op een cd-box uitgebracht, iets gepolijst, maar verder van een geluidskwaliteit die niet onderdoet voor het gebruikelijke niveau van die tijd. De uitgave bevat uiteraard nieuwe versies van de nummers die Williams wereldberoemd maakten; maar daarnaast ook vele tientallen songs waarvan geen uitvoering door hem bekend was; met de release van het totale volume van al dit ontdekte materiaal, voorzien in 2010, zal zijn totale gekende muzikale productie met ongeveer 50 procent vergroot zijn.

De vergelijking met Shakespeare mag in artistiek opzicht wat belachelijk zijn, voor de kenners van Hank Williams is zij dat niet. Hij werd de ‘Shakespeare van de kleine man’ genoemd – vermoedelijk omdat Shakespeare de enige naam uit de literaire canon was die de bedenker van deze vergelijking kende.

Sinds de introductie van de cd is het gebruikelijk geworden om, met name in de populaire muziek, de liefhebbers op zogenaamde outtakes, valse starts, gegiechel in de studio, en alternatieve versies te trakteren die in eerste instantie voor de afvalbak waren bedoeld. Maar wat de Hank Williams-liefhebber hier allemaal ineens in de schoot geworpen krijgt is iets heel anders dan restjes; het vervolmaakt het beeld van wie Hank Williams was in zijn (korte) hoogtijperiode en het complementeert de duistere kanten van zijn kunstenaarschap.

De opnamen dateren uit 1951,

toen Hank Williams sinds een jaar of twee een bestselling artist was. Bijna alles wat hij schreef en opnam werd in enorme oplagen verkocht in de zuidelijke staten van de VS; Lovesick Blues, Mind your own business, I’m so lonesome I could cry, Cold Cold Heart, de lijst is eindeloos. Maar ook in die tijd ging het erom die populariteit zo grondig mogelijk te gelde te maken, al gebeurde dat op een veel kleinschaliger manier dan nu. Het betekende vooral: vaak optreden, in kleine en grote steden in alle zuidelijke staten. Maar Williams had ook een contract met de Mother’s Best-meelfabriek, die elke ochtend van kwart over zeven tot half acht zijn kwartiertje sponsorde op WSM-FM, een radiostation dat weer nauw verbonden was met de Grand Ole Opry, het theater dat voor de country&westernliefhebber het equivalent was van de Scala in Milaan. (Het gebouw werd overigens al snel te klein bevonden en vervangen door de hedendaagse Grand Ole Opry, dat qua megalomane wansmaak alleen te vergelijken is met Amerika’s megakerken.)

Williams was contractueel gehouden aan een kwartier live optreden bij WSM, elke vroege ochtend. Maar naarmate zijn populariteit groeide en zijn toerschema hectischer werd, moest steeds vaker een reeks shows op de band (of toen nog op acetaten) worden opgenomen. Het is aan die omstandigheden dat we deze unieke opnamen te danken hebben. Alvorens met zijn band The Drifting Cowboys op toernee te gaan nam hij in de WSM-studio de kwartiertjes op die tijdens zijn afwezigheid als ‘live’ werden uitgezonden.

Hank Williams was de verdoemde rock-’n-rollheld avant la lettre. In de ogen van zijn bewonderaars, de bijbelvaste hoekstenen van de samenleving, was hij een held – maar dan moesten er wel enkele essentiële deeltjes van dat beeld weggeretoucheerd blijven. Zoals zijn drank- en drugsgebruik, dat al heel vroeg in zijn carrière zijn ontwikkeling ondermijnde. He drank without reserve, zoals een bandlid het uitdrukte. Het hoogtepunt van zijn faam viel helaas ook samen met de totale onmacht zich als een verantwoordelijk artiest te gedragen. Het relaas van de reeksen optredens die halverwege moesten worden afgebroken (of nooit zelfs maar begonnen) omdat de gevierde zanger onmachtig was op zijn benen te staan is in diverse biografieën geboekstaafd. De kennismaking met een dubieuze ongediplomeerde arts die naar believen uppers en downers uitdeelde, droeg veel bij aan zijn snelle teloorgang.

Ondertussen keken de magnaten die Hank Williams met dollars associeerden met lede ogen toe. Zijn platenfirma MGM wilde zijn populariteit uitvergroten tot een filmcarrière, maar Williams, al kaalhoofdig op jeugdige leeftijd, weigerde een toupet te dragen wanneer die onafscheidelijke witte cowboyhoed dan echt af moest. Geen filmcarrière dus.

Het einde kwam voor Hank Williams op 29-jarige leeftijd, op Nieuwjaarsdag 1953. Hij moest optreden in Canton, Ohio maar het weer was slecht. En omdat Hank te ziek was om zelf te rijden, huurde hij een chauffeur, Charles Carr, om hem van zijn woonplaats Montgomery in Alabama daarheen te rijden. Halverwege, in Tennessee, consulteerde hij een arts die hem mogelijk een te hoge dosis morfine gaf om zijn rugpijn te verlichten. Enkele honderden mijlen later werden ze aangehouden door een politieman, die zijn zaklantaarn op Hank richtte en zei: ik denk dat die man daar achterin dood is. Carr, die al die tijd bang was geweest de beroemde zanger in zijn slaap te storen, bleef met het lijk doorrijden tot Oak Hill, West Virginia. Daar werd Hank dood verklaard.

Country&western is altijd de muziek

geweest van de Grote Leugen, de getoonzette dubbele moraal. Voor een publiek dat zweert bij de Bijbel en family values, werd (en wordt, nog steeds) een repertoire gespeeld dat die waarden bejubelt; maar dat gebeurt door een tamelijk doortrapte kongsi van liedjesschrijvers, zangers en zakenmensen van diverse pluimage aan wie de ontwenningsklinieken en de echtscheidingsadvocaten goud verdienen. Geen recessie of economische crisis in zicht, in die contreien.

Je zou Hank Williams onrecht aandoen door hem als een vertegenwoordiger van die dubbele moraal te beschrijven, daarvoor is zijn repertoire te authentiek en liggen zijn teksten te dicht bij zijn biografie. Des te wranger dat het lange, complexe verhaal van Williams’ erfenis voornamelijk geschreven dient te worden in dollartekens. Als de platenmaatschappij een manier had gevonden om zijn vuile ondergoed tot vinyl te persen zou dat postuum zeker zijn gebeurd. De man is nu 56 jaar dood, maar om zijn nalatenschap is al die decennia bitter gevochten. Het is al twintig jaar geleden dat de acetaten van deze unieke vondst uit de afvalcontainer werden gered, maar een lange juridische strijd verhinderde dat ze eerder werden uitgebracht.

Meet the Williamses. Zonder in al te veel ranzige details te treden moet vermeld worden dat er na Hanks dood ten minste twee vrouwen zich Mrs. Hank Williams plachten te noemen – en ook onder die naam gingen optreden. Zijn eerste vrouw Audrey, met wie hij in 1944 bij een benzinestation in Alabama in het huwelijk trad, had de ambitie zangeres te worden en nam meerdere duetten op met Hank, die nooit een geheim maakte van zijn oordeel over haar gebrek aan talent. Het paar scheidde in de zomer van 1952, rond de tijd dat Hank Billie Jean Eshlimar ontmoette, met wie hij terstond trouwde. Maar de geldigheid van dat huwelijk werd door de nabestaanden betwist omdat de negentienjarige Billie Jean nog niet van mijnheer Eshlimar gescheiden zou zijn. Daarnaast waren er nog een moeder en een zuster die de erfenis betwistten, alsmede, jaren later, Jett Williams, de dochter die het product was van een kortstondige affaire.

De vloek van Hank Williams hangt nu al meer dan een halve eeuw over zijn nabestaanden en erfenis, en er zou een flinke bijlage bij deze krant nodig zijn om alle twisten en juridische verwikkelingen die zich in de vijftig jaar sinds Hanks dood voordeden te detailleren. Dat die vloek eigenlijk nooit helemaal verdween is bijvoorbeeld te zien aan het verloop van de carrière van zijn zoon Hank jr., het enige kind uit de verbintenis met Audrey. Hank ‘Bocephus’ Williams jr. werd ook zanger/gitarist maar zou nooit onder de doem van zijn vaders naam uitkomen. Nadat hij eerst jarenlang zijn faam als ‘zoon van’ had uitgevent, besloot hij in later jaren tot een steviger repertoire in de Lynyrd Skynyrd/ Southern Rock-traditie. Maar naar welke periode je ook luistert, eigenlijk klinkt het allemaal even beroerd. Zijn laatste wapenfeit was een optreden bij een campagnebijeenkomst van Sarah Palin: hij was zo ongeveer de enige muzikant van enige faam in Amerika die bereid was voor haar het podium te beklimmen. De familienaam wordt gelukkig in muzikaal opzicht nog gered door Hank jr.’s zoon die als Hank III ook een muzikale carrière is begonnen en een met veel punkelementen gekruid repertoire heeft opgebouwd waar zijn opa zich niet voor zou schamen (zie kader).

En dan is er nog Jett Williams, de onwettige dochter, die na een twintig jaar durende strijd samen met Hank jr. de rechten over de onderhavige opnamen verkreeg. Wie nog enige twijfel heeft over waar het in het post-Hank Williams universum werkelijk om draait, moet vooral haar voorwoord bij deze cd-uitgave lezen. Geld, familietwisten, nog meer geld en de heldhaftige rol van haar advocaat, met wie ze vervolgens uiteraard ook in het huwelijksbootje stapte. Het is allemaal tamelijk onsmakelijk, zoals ook andere teksten in het boekje dat deze cd-uitgave begeleidt het plezier van de muziek dreigen te vergallen. Nog steeds wordt, vermoedelijk om juridische redenen, de historische werkelijkheid grondig geweld aangedaan. Zo wordt gemeld dat ‘Hank afstand deed van zijn Mother’s Best-sponsorschap’ – terwijl in werkelijkheid de brave meelfabrikanten hem hadden ontslagen omdat hij te vaak dronken kwam opdagen – of helemaal niet.

Hank Williams was

‘a sensation at twenty-five, a wash-out at twenty-eight’, zoals een biograaf het samenvatte. Maar met een tamelijk ingenieuze redactionele ingreep wordt precies het laatste jaar van Williams’ leven en loopbaan weggemoffeld, waardoor de scheiding van Audrey, het huwelijk met Billie Jean en de gruwelijkste laatste details over zijn verslavingen onvermeld kunnen blijven.

Het neemt niet weg dat, te oordelen naar de drie uur die op deze cd-box te horen zijn, de legende van de ‘goudmijn in de afvalcontainer’ ook in muzikaal opzicht wel degelijk overeind blijft. We horen Hank op een ontspannen manier zingen en grappen, zijn eigen nummers introduceren. ‘Here’s a brand new one that nobody heard but me and the record company’ kondigt hij een van de ochtenden aan, ter introductie van I can’t help it if I’m still in love with you, een van zijn mooiste nummers. Er zijn verrassingen te over, als zijn versies van Blue eyes crying in the rain (dat later Willie Nelson beroemd zou maken) en talloze gospels. Bij de strategie bij het redigeren van de tapes zijn kritische aantekeningen te plaatsen (ik had graag nog veel uitgebreider aankondigingen van ‘de mens Hank Williams’ gehoord, en wat betekent dat snel weggedraaide gejoel toch na elk liedje?) maar de verbluffende geluidskwaliteit maakt erg veel goed.

Hank Williams was een van de allergrootsten in dit genre, hetgeen nog steeds jaar in jaar uit wordt bewezen door de talloze coverversies die van zijn liedjes worden uitgebracht. Williams hoort thuis in de reeks Jimmie Rodgers, Merle Haggard en Johnny Cash, muzikanten die hun eigen repertoire schreven en vertolkten en in hun eigen tijd een ongenaakbare status hadden. In het bloedeloze en harteloze country&westerngenre van sindsdien hebben ze al decennialang geen waardige navolgers. Zangeres Emmylou Harris, gevraagd naar wie ze in die traditie zou plaatsen, antwoordde: ‘Niemand – of het zou een totaal verschillende artiest als Bruce Springsteen moeten zijn.’

Toen Hank Williams stierf, op Nieuwjaarsdag 1953, stonden twee van zijn platen in de Billboard country&western topdrie: het nog steeds alom vertolkte Jambalaya, en vlak daaronder een nummer dat hij pas kort tevoren had opgenomen: I’ll never get out of this world alive. Het zou een mooi grafschrift zijn geweest, ware het niet dat de erven daar, uiteraard, heel andere ideeën over hadden.

Hank Williams, ‘The unreleased recordings’, Time-Life 80031-D.