Schilders van de Rijksakademie

Dat er in Nederland weer volop geschilderd wordt, was vorige week goed te zien op de kunstbeurs Art Rotterdam. In bijna elke galerie hing wel werk van een aanstormend of net gearriveerd schildertalent. Opvallend veel van die rijzende sterren, onder wie Tjebbe Beekman, Tim Braden, Helen Verhoeven, Heddy-John Appeldoorn en Pere Llobera, werden de afgelopen jaren opgeleid aan de Rijksakademie in Amsterdam. De kweekvijver is daar zelfs zo groot dat Galerie LUMC met gemak een volwaardige groepstentoonstelling kon samenstellen met louter schilders uit de lichting 2006-2007.

Acht kunstenaars doen er mee aan de expositie Nieuwe Schilders en de meesten van hen opereren nog geen twee jaar na hun Rijksakademieverblijf al op een internationaal podium. Het succesvolst is de Iraanse Tala Madani, die momenteel exposeert in galeries in Londen en New York en door Charles Saatchi naar voren wordt geschoven op de tentoonstelling Unveiled. Madani maakt grappige, provocerende schilderijen van behaarde en bebaarde Iraanse kerels die worstelen met hun mannelijkheid. In het LUMC toont ze het werk Cherries, waarop de figuren zijn gereduceerd tot een stel aandoenlijke suikertaartspookjes.

Grote vraag is natuurlijk of er zoiets bestaat als een Rijksakademie-stijl. Op Malin Persson na, die linten van stof plakte over een schilderij met verticale kleurbanen, schildert iedereen figuratief. Meestal gebeurt dat in een ietwat slordige, cartooneske stijl. Realistisch fijnschilderen is er op de Rijksakademie niet meer bij. De sfeer op de doeken is juist surrealistisch, sprookjesachtig, mysterieus.

Jasper Hagenaar schilderde een prachtige voorstelling van de veerman Phlegyas die de mythische rivier Styx oversteekt. Als toeschouwer kijken we van onderen tegen het bootje en Phlegyas aan, alsof we zelf vanaf de bodem van de dodenrivier omhoogkijken. Dreigend torent de man boven ons uit, op dramatische wijze uitgelicht door het tegenlicht van de zon.

Van Helen Verhoeven hangen er verschillende raadselachtige werken uit de serie Event One, waarop steeds sjiek geklede mensen in een deftig decor staan – een museum, een paleis? Een kroonluchter fonkelt oogverblindend en aan de wanden hangen grote vorstenportretten die bij nader inzien allesbehalve vorstelijk zijn. Op de een staat een koningin afgebeeld terwijl ze half ontbloot twee naakte kinderen onder haar armen klemt. Op de ander wordt ze omhelsd door een jammerende jongeman die zich krampachtig aan haar hoepelrok vastklemt.

Wat verder opvalt is dat deze schilders hun klassiekers kennen. De gruwelen van Goya, de knoestige vingers van Philip Guston, ja zelfs de mosselen van René Daniels vind je op hun doeken terug. En toch valt geen van de kunstenaars in de categorie epigonen. Daarvoor zijn hun composities te eigenzinnig, hun onderwerpen te onnavolgbaar.

Ze zijn niet in een stroming of hokje onder te brengen, de schilders die het LUMC aan ons voorstelt. Ze zijn vanuit alle uithoeken van de wereld naar Amsterdam gekomen. Twee jaar lang hebben hun levens elkaar op de Rijksakademie geraakt. Nu zullen ze weer uitwaaieren en de rest van de wereld laten zien dat de schilderkunst in Nederland aan een renaissance bezig is.

Nieuwe schilders. T/m 15 maart in Galerie LUMC, Albinusdreef 2, Leiden. Dagelijks 8-20u. Inl: 071-5263178, www.lumc.nl/galerie