's Nachts lig ik te piekeren'

De arbeidsmarkt wordt hard geraakt door de gevolgen van de wereldwijde kredietcrisis. Hoe vergaat het mensen die bang zijn om hun baan te verliezen of al ontslagen zijn? NRC Handelsblad volgt drie van hen in. Vandaag deel 2: „Als ik er echt over na ga denken, word ik gillend wakker.”

Fred Levering (61), alleenstaand. Werkt op uitzendbasis als sjorder in de Rotterdamse haven. Heeft steeds minder werk sinds het uitbreken van de kredietcrisis.

‘Vannacht heb ik kunnen werken. Er lagen genoeg schepen. Maar of ik komende nacht aan de slag kan, weet ik nog niet, misschien bellen ze af. Er is nog steeds weinig werk in de haven. Er zijn weken dat ik niet mijn volledige rooster kan draaien. Dan kun je zeggen: geniet ervan, je krijgt toch je geld wel. Maar zo zit ik niet in elkaar. Ik werk liever. Bovendien kost elke nachtdienst die niet doorgaat geld, omdat je toeslag vervalt.

„Het is rommelig op de Maasvlakte. Van alle kanten hoor je sombere verhalen. Er is geen havenbedrijf dat geen last heeft van de crisis. Er is geen enkel zicht op verbetering. Ik werk al meer dan dertig jaar in de haven en heb wel vaker een slechte tijd meegemaakt, maar dit keer is het echt heel erg.

„Eén van de concurrenten van mijn uitzendbureau Transcore, de havenpool SHB, is al omgevallen. Ze konden de salarissen niet meer betalen. Ik geloof niet dat het zo slecht gaat met mijn werkgever, maar je weet het niet. SHB gaat waarschijnlijk een doorstart maken. Dan moeten die jongens ook weer werk hebben en er is al zo weinig te doen.

„Het kan alle kanten op, voor mijn gevoel. We moeten het maar afwachten. Wat er met mij gaat gebeuren? Ik weet het niet. Er wordt me van alle kanten verzekerd dat ik me geen zorgen hoef te maken, maar dat is makkelijk gezegd.

„Ik praat er niet over met vrienden en bekenden. Ik laat m’n werk het liefst op het werk. Met collega’s in de haven hebben we het er wel over. Iedereen is pessimistisch en de sfeer is bedrukt. Wat wil je ook: we hebben al een heleboel collega’s zien verdwijnen. De jongens met tijdelijke contracten zijn al weg of gaan binnenkort. De allerbesten krijgen verlenging, maar hooguit voor een half jaar.

„Soms lig ik ‘s nachts te piekeren over de problemen in de haven. Maar wat kun je doen? Ik kan geen ijzer met handen breken. Ik moet nog drieënhalf jaar werken tot m’n pensioen. Dat zou ik graag in de haven doen.”

Patricia Veldhuis