'Roemenië geneest van zijn chronische ziekte'

Roemenië is de strijd tegen corruptie aan het verliezen, signaleerde de Europese Commissie gisteren. Justitieminister Catalin Predoiu betwist dat. „Het tij is aan het keren.”

Elf ministers! Er lopen al strafrechtelijke onderzoeken wegens corruptie tegen elf ex-ministers. Welk land doet ons dat na? Roemenië is volgens minister Catalin Predoiu (Justitie) duidelijk aan het ‘genezen’ van de chronische ziekte die corruptie heet.

Ja, er is nog van alles aan te merken op de Roemeense rechtsstaat, geeft Predoiu, partijloos en net veertig, toe. „Maar het tij is aan het keren. De cijfers laten zien dat er honderden aanklachten zijn voorbereid wegens corruptie. Ook tegen hooggeplaatste politici. „Officieren van justitie sparen niemand meer. De aanklagers staan niet langer onder druk.”

De 40-jarige Predoiu, van huis uit ‘corporate lawyer’ en de vierde minister van Justitie in vier jaar, was deze week even in Nederland om „de vooruitgang” in zijn land te melden. Den Haag volgt de pogingen om Roemenië op orde te brengen op de voet. „ Ik zie jullie kritiek als een teken van belangstelling en vriendschap”, zegt hij beleefd.

Zijn bezoek viel nagenoeg samen met de presentatie, gisteren, door de Europese Commissie van de halfjaarlijkse rapportcijfers aan Roemenië (21,4 miljoen inwoners) en Bulgarije (7,6 miljoen). Beide landen werden in 2007 opgenomen in de Europese Unie op voorwaarde dat ze zich extra zouden inspannen voor de hervorming van de rechterlijke macht, het openbaar ministerie en de aanpak van de georganiseerde misdaad.

Sindsdien maakt Brussel tweemaal per jaar de balans op. Aan het begin van het jaar in de vorm van een ‘technisch’ rapport, waarin de tekortkomingen worden opgetekend bij wijze van waarschuwing. Daarop volgt dan in het midden van het jaar een ‘politiek rapport’, waarin mogelijke sancties worden bepaald.

De twee landen delen de onderste plaats in Europa op de corruptie index van Transparency International, een index die aangeeft hoe mensen corruptie in hun eigen land ervaren.

Bulgarije kreeg afgelopen zomer straf van Brussel, omdat het land te weinig had ondernomen tegen de georganiseerde misdaad, maar Roemenië wist de dans te ontspringen en kwam weg met een waarschuwing.

Roemenië kent ook georganiseerde misdaad, maar niet op dezelfde schaal als Bulgarije. Het was echter vooral het krachtdadige optreden van Daniel Morar, hoofdofficier van justitie op het Anti-Corruptie Departement dat de Europese leiding vertrouwen inboezemde. Zolang hij het ene dossier na het andere samenstelde tegen de corrupte bovenlaag in de Roemeense politiek, zat het land op de goede weg, vond de EU.

Maar dat zat het niet, want juist de aanklachten tegen hooggeplaatste politici stranden in het parlement, dat volgens de Roemeense wet moet stemmen over de vraag of een politicus al dan niet vervolgd mag worden.

In het verkiezingsjaar 2008 raakten rechtsstaat en politiek meer dan ooit met elkaar verstrengeld. Ook Predoiu raakte in opspraak, omdat hij hoofdofficier Morar wilde vervangen, volgens critici om bevriende politici uit de wind te houden. Maar dat zagen ze verkeerd, stelt de Roemeense minister. „Ik wilde Morar alleen tegen zichzelf beschermen. Hij was in die tijd avond aan avond op de televisie en raakte steeds meer in debat met politici die hij wilde vervolgen. Het ging mij erom de persoon van de hoofdofficier en het instituut als zodanig zuiver te houden”.

Het lot van Morar heeft sinds de zomer aan een zijden draadje gehangen. Juist vorige week, aan de vooravond van het nieuwe rapport van de EU, kreeg Morar te horen dat hij mocht blijven. Predoiu geeft toe dat de aanwezigheid van de lastige hoofdofficier van groot belang is voor het imago van Roemenië in Europa.

Volgens Predoiu beginnen de Roemenen langzamerhand te beseffen dat het hebben van een transparante rechtsstaat in hun eigen belang is. „We begrijpen dat we de rechterlijke macht moeten vertrouwen, dat onafhankelijke rechters moeten bepalen of burgers schuldig zijn of niet, dat de dossiers niet langer in het parlement moeten blijven hangen. Anders zal altijd de vraag rijzen of de rechterlijke macht wel solide is.”

Predoiu is er trots op dat hij de afgelopen maanden te midden van al het politieke gekrakeel de laatste hand heeft weten te leggen aan wetgeving die een einde moet maken aan de verwarring in de Roemeense rechtsstaat. Het nieuwe wetboek van strafrecht en het nieuwe burgerlijk wetboek, inclusief alle uitvoeringswetgeving, ligt klaar om naar het parlement te gaan.

„Deze wetgeving is enorm belangrijk, omdat hiermee precies de competentie van de rechtbanken en het openbaar ministerie worden bepaald. Er staan nieuwe bepalingen in om zaken te bespoedigen, om jurisprudentie vast te leggen. Hiermee kunnen we aan het werk. We kunnen uitrekenen hoe groot het justitiële apparaat moet zijn, hoeveel geld er beschikbaar moet komen”.

Wat Predoiu betreft wordt de hele stapel wetgeving in één keer voorgelegd aan het parlement. „We zouden dat kunnen doen door het parlement expliciet om vertrouwen in onze aanpak te vragen.” Zijn grote schrikbeeld is dat het parlement zal eisen de nieuwe wetgeving artikel voor artikel te behandelen, want dat zou jaren kunnen gaan duren.

Terwijl Roemenië grote haast heeft. Over een half jaar komt de EU weer met zijn meetlat. En als de Roemeense rechtsstaat dan nog steeds geen nieuwe wetboeken heeft, zullen er mogelijk sancties volgen, financiële sancties. En dat is het laatste waar zijn land, dat toch al stevig te lijden heeft van de wereldwijde financiële en economische crisis, op zit te wachten.