Rechter zelf zorgt voor de opwinding

Het grote proces over een reeks moorden in de Amsterdamse onderwereld, dat deze week begon, werd vooral gekenmerkt door wrijving tussen rechtbank en advocaten.

Hij was wel aanwezig in de rechtszaal: Jesse R., hoofdverdachte in het grote liquidatieproces dat deze in Amsterdam week begon. Maar je hoorde of zag hem nauwelijks. Ogenschijnlijk stoïcijns zat hij in zijn stoel te luisteren naar de beschuldigingen tegen hem, de benen in kleermakerszit, het gezicht meestal onder een capuchon.

De 40-jarige R. wordt verdacht van betrokkenheid bij vijf moordaanslagen, waarbij zeven doden vielen. Daarnaast is de hoofdverdachte met zijn bijna jongensachtige uitstraling – klein, lichtgebouwd, Aziatische uiterlijk, halflang zwart haar – volgens de tenlastelegging betrokken bij een aantal mislukte moordaanslagen in de Amsterdamse onderwereld.

Rechtbankvoorzitter Frits Lauwaars zorgde voor de meeste opwinding tijdens de openingsdagen van het proces. Zijn strenge, soms schoolmeesterachtige aanpak en vaak onbegrepen grappen wekten spanning en irritatie bij de advocaten. Het leidde tot geagiteerde dialogen tussen hem en de advocaten Nico Meijering en Marnix van der Werf over de onverwachte vervanging van rechtbankvoorzitter Dick van den Brink.

De spanning naderde het kookpunt toen Sander Janssen, advocaat van Jesse R., betoogde dat de rechterswissel door de gebrekkige informatie erover nader moest worden getoetst. Zoveel wantrouwen jegens de rechtbank had Lauwaars niet eerder meegemaakt: „Hier is een grens overschreden en dat is zorgelijk voor de Nederlandse rechtspraak.”

Alsof dat nog niet genoeg was, diende Peter Plasman, advocaat van Fred R., op de tweede dag van het proces een wrakingsverzoek in tegen Lauwaars. Ook dat had impliciet met de rechterswissel te maken. Justitie ziet Fred R. onder meer als opdrachtgever tot de moord op kroegbaas Thomas van der Bijl. Vier andere verdachten in die zaak werden vorig jaar al veroordeeld door een rechtbank, waarvan Lauwaars voorzitter was. Tegen de zin van R. verplaatste Lauwaars toen diens zaak, op verzoek van het Openbaar Ministerie, naar het grote liquidatieproces.

Volgens Plasman speelde bij die beslissing een rol dat een andere rechter de afgesplitste zaak van Fred R. zou behandelen dan de zaak van diens medeverdachten. Het Openbaar Ministerie zou dat hebben verklaard. Maar nu rechtbankvoorzitter Van den Brink is vervangen door Lauwaars, gebeurt dat dus niet.

Lauwaars verklaarde aan het begin van de zitting dat hij geen problemen voorzag. Daar dachten R. en Plasman anders over. Hun verzoek tot wraking werd echter afgewezen door een aparte rechtbank. Toewijzing van het verzoek had waarschijnlijk tot grote vertraging geleid. Toen hij de zitting vervolgde, sprak Lauwaars de hoop uit dat „we door de branding heen zijn die bij een groot proces hoort.”

Over tot de orde van de dag. Die schrijft voor dat de komende anderhalve week zogenoemde preliminaire verweren worden gevoerd. Daarbij gaat het om juridische kwesties die, worden de aangevoerde argumenten steekhoudend bevonden, ertoe kunnen leiden dat het Openbaar Ministerie het recht op vervolging ontvalt. Pas als vaststaat dat justitie mag vervolgen, komt de rechtbank toe aan behandeling van de feiten.

Tijdens de pleidooien die deze week werden gevoerd, kwamen twee kwesties naar voren die ook tijdens de rest van de strafzaak veelvuldig zullen worden besproken.

Zo beklaagden advocaten Janssen en Van der Werf zich erover dat het dossier niet volledig is. Volgens hen is afstel of uitstel nodig om dat op te lossen. Het Openbaar Ministerie erkende dat er problemen zijn geweest met het dossier, maar dat zou nu op orde zijn.

De andere kwestie betreft de betrouwbaarheid van Peter la S., de kroongetuige. Advocaat Meijering legde in een lang en gedetailleerd betoog uit dat in de verklaringen van deze man zoveel onjuistheden zitten, dat hij niet meer geloofwaardig is. Op basis daarvan vroeg Meijering de zaak tegen zijn cliënt te laten vervallen. Of de rechtbank dat verzoek honoreert, wordt op 9 maart duidelijk.

Het ligt echter voor de hand dat de rechtbank pas in een later stadium zal beslissen over de kwaliteit van de kroongetuige. Diens verklaringen vormen het hart van deze strafzaak. De rechtbank zal die zelf willen toetsen voordat ze iets zegt over de betrouwbaarheid ervan. De behandeling van de deal tussen justitie en Peter la S., die zijn verklaringen aflegde in ruil voor strafvermindering, en zijn verhoor staan vanaf 10 maart op het programma.