Met een hoge hartslag van 180 schieten

Herbert Cool is 24 jaar en nu al de beste biatleet die Nederland ooit voortbracht.

Morgen begint het wereldkampioenschap biatlon in Korea.

Herbert Cool is de enige Nederlandse deelnemer die meedoet aan het wereldkampioenschap biatlon, dat morgen begint in het Koreaanse Pyeong Chang. „Vorig jaar eindigde ik bij de sprint en de achtervolging als vijftigste op het WK en daarmee ben ik al de beste Nederlandse biatleet ooit”, zegt hij trots. „Bij dit toernooi is het mijn doelstelling om bij de eerste veertig te eindigen.”

Toen hij drie jaar oud was, begon Cool met langlaufen. „Mijn ouders waren helemaal gek van de sport dus ik kreeg al snel mijn eerste langlaufski’s.” De Rotterdammer bleek een talent en vier jaar later won hij al zijn eerste Nederlandse langlauftitel. Op zijn zeventiende werd Cool Nederlands kampioen bij de senioren. „Dat klinkt goed maar in het land der blinden is éénoog koning. Het was niet zo heel moeilijk om die titel binnen te slepen”, zegt hij lachend. In 2001 maakte Cool wegens veranderingen bij de Nederlandse Ski Vereniging (NSV) de overstap naar het biatlon.

Om zich volledig op zijn sport te kunnen richten en om als biatleet bij de wereldtop mee te doen, verhuisde Cool vier jaar geleden naar de Verenigde Staten. Daar trainde hij mee met de Amerikaanse junioren onder leiding van de Tsjechische Vladimir Cervenka, die voorheen de Nederlandse biatlonselectie trainde. „In Nederland had ik weinig concurrentie. In de Verenigde Staten ligt het niveau veel hoger dus daar kon ik vooruitgang boeken. Ik moest die stap wel maken.”

Een jaar later besloot de biatleet in Ruhpolding te gaan wonen. „Het biatlonmekka van Duitsland.” Zijn trainingsprogramma’s worden gemaakt door de Duitser Rico Gross, die zesmaal olympische biatlonkampioen werd. „Hij doet een trainersopleiding en heeft daarom ermee ingestemd om mij te ondersteunen en daar heb ik veel aan.”

Als enige Nederlander traint Cool vaak mee met teams uit andere landen die in Ruhpolding komen trainen. „Dat is toch fijner dan wanneer je in je eentje aan het werk bent. Tijdens het wedstrijdseizoen sluit hij zich aan bij het team van de Verenigde Staten. „Ik reis met hen mee en slaap in dezelfde hotels.” Maar het grootste voordeel is dat de begeleiders zijn ski’s waxen. „Zij gebruiken speciale waxtechnieken. Goed waxen is belangrijk om snelle tijden neer te zetten.”

In de zomer blijft Cool ook in Ruhpolding. „Dan train ik vooral mijn uithoudingsvermogen door bijvoorbeeld te mountainbiken in de Alpen. Maar ik moet zeggen dat het niet altijd de ideale situatie is. Ik heb alles over voor de sport, maar ik mis mijn vrienden en familie in Nederland natuurlijk wel.”

Ook financieel heeft de biatleet het soms lastig. „Ik krijg wel een vergoeding van de NSV en ik heb een aantal sponsors, maar dat gaat zeker niet om grote bedragen.” Omdat Cool geen B-status heeft, ontvang hij geen geld van sportkoepel NOC*NSF. „De sportkoepel wil bijna onmogelijke resultaten van mij zien, maar ik krijg niet eens een vergoeding van ze. Wel eisen en niet ondersteunen”, zegt de 24-jarige Cool geïrriteerd.

NOC*NSF heeft bepaald dat Cool bij een wereldbekerwedstrijd bij de eerste acht of twee keer binnen de top-20 moet eindigen om naar de Olympische Spelen in Vancouver te mogen. „Dat zijn extreme eisen, ik weet niet of dat er inzit. Het zou kunnen dat ik het haal maar dan moet het wel heel goed gaan. Biatlon is één van de zwaarste en meest extreme duursporten. Bij het langlaufen haal ik vaak een hartslag van honderdtachtig slagen per minuut. Met die hoge hartslag moet ik me vervolgens concentreren om raak te schieten. Daarom presteert een biatleet rond zijn dertigste pas optimaal. Op mijn leeftijd is het lastig om een dergelijk hoge plek te bereiken.”

Toch heeft Cool wel een sprankje hoop. Als een biatleet mist bij het schieten, moet hij strafrondes langlaufen. „Ik ben juist goed in schieten, dus dat is mijn voordeel. Hopelijk zit alles een keer mee en kan ik naar Vancouver, dat zou geweldig zijn. Maar ik ben nog jong, dus als het niet lukt moet ik gewoon nog wat geduld hebben.” Als hij er wel in slaagt, is hij de eerste Nederlandse biatleet op de Olympische Spelen.

Het WK wordt uitgezonden door Eurosport. De sprint van de mannen is morgen vanaf 11.00 uur te zien. Kijk voor het hele uitzendschema op eurosport.com