'Ik denk dat er sprake is van klassejustitie'

Het Hof heeft in de fraudezaak rond Ahold drie bestuurders schuldig bevonden, maar niemand hoefde naar de gevangenis. Peter Greve vindt het tijd voor een voorbeeld.

Advocaat-generaal Peter Greve van het Ressortsparket in Amsterdam speelde afgelopen maanden een hoofdrol in het hoger beroep tegen vier voormalig bestuurders van het supermarktconcern Ahold. In niet malse bewoordingen liet hij zich in zijn requisitoir uit over de rol van de verdachten in die strafzaak.

Hij eiste tot zestien maanden celstraf, maar het Gerechtshof sprak twee weken geleden in hoger beroep oud-commissaris Roland Fahlin vrij en veroordeelde de andere verdachten ‘slechts’ tot geldboetes en voorwaardelijke gevangenisstraffen. Alleen oud-bestuurder Michiel Meurs kreeg daar bovenop nog een taakstraf.

Greve vindt het niet gepast om tegenover de media op het oordeel van het Hof te reageren, maar in het algemeen wil hij wel ingaan op de bestrijding van bedrijfsfraude door het Openbaar Ministerie (OM).

„Ik ben in het algemeen niet iemand van hoge straffen, maar ik vind wel dat er in sommige gevallen toch een voorbeeld gegeven moet worden”, zegt Greve in zijn werkkamer in het Paleis van Justitie aan de Prinsengracht in Amsterdam. „Gevangenisstraf geeft altijd een bepaald stempel; dan heb je echt iets gedaan wat niet mag. Bij het grote publiek bestaat het beeld dat de gevangenis er is voor echte criminelen en niet voor witteboordcriminelen, die komen er vanaf met met een geldboete of een taakstraf. Dat beeld is niet juist, maar als daar aanleiding toe is, zou ik best vaker een bedrijfsbestuurder of een adviseur zoals een advocaat, accountant of notaris tot gevangenisstraf veroordeeld willen zien.”

Is gevangenisstraf in dit soort zaken in Nederland een reële optie? U heeft het ook geëist in de Aholdzaak, maar wordt bijna nooit daadwerkelijk overgenomen in de veroordeling.

„Als je naar het arrest van het Hof in de Aholdzaak kijkt, dan vindt zij ook dat onvoorwaardelijke gevangenisstraffen op zich op zijn plaats waren. Bijvoorbeeld het oplichten van de accountant is immers een ernstig feit. Maar door specifieke omstandigheden van de zaak of een verdachte kan het Hof daarvan afwijken, wat zij ook heeft gedaan.

„Ik vind dat je bij fraude ook moet kijken naar de maatschappelijke kosten. Als accountants niet meer op de letters of representation van bedrijven kunnen vertrouwen, moeten zij extra controleren, wat extra controlekosten met zich meebrengt. In het geval van Ahold ontstond er onzekerheid bij beleggers, financiers en leveranciers. Dat leidt ertoe dat zij hoger dividend eisen, hogere rente berekenen, of minder snel bereid zijn kredieten te verstrekken. Het gevolg is dat het bedrijf veel meer werkkapitaal nodig heeft.”

Geldt er voor witteboordencriminaliteit een andere strafmaat?

„U vraagt eigenlijk, is er sprake van klassejustitie? Ja, ik denk van wel. Mensen in dit soort zaken komen er vanaf met relatief milde straffen. Dat komt doordat het gaat om bekende Nederlanders of om mensen die door de zaak bekend geworden zijn. Vaak zijn zij door alle publiciteit al voor een groot deel gestraft. Je moet bedenken, deze verdachten zijn met naam en toenaam bekend; de carrière en privacy van deze verdachten wordt in de volle omvang aangetast. Zowel het OM als het Hof houdt daar rekening mee, denk ik. Het OM zit iets meer op de lijn van generale preventie, terwijl het Hof zich meer op de persoon van de verdachte concentreert; is er herhalingsgevaar, heeft de verdachte persoonlijk onder de vervolging geleden.”

Weegt u ook mee of een verdachte berouw toont?

„Ja. Als een verdachte spijt heeft, dan kan ik er vanuit gaan dat een aantal strafdoeleinden al is bereikt. De kans op recidive is dan minder en het heeft een goed effect op de preventieve uitstraling van de zaak. Spijt heeft dus invloed op de strafeis.”

Witteboordencriminelen kunnen vaak betere advocaten betalen. Ervaart u dat als een hindernis?

„Als professional vind ik de professionele tegenstand veel leuker en uitdagender. Deze verdachten hebben niet alleen betere advocaten tot hun beschikking, maar vaak ook meer dan één. Ook vanuit het oogpunt van het OM vind ik dat eigenlijk heel fijn. Ik kan er namelijk vanuit gaan dat zij in ieder geval een goede rechtsbijstand hebben. Met een dorpsadvocaat tegenover je moet je als aanklager nog veel meer twee kanten op denken. Dit maakt het risico op een onterechte veroordeling veel kleiner. Dat geeft een heel comfortabel gevoel. Als er iets is waar ik slecht van zou slapen, dan is dat van iemand die door mijn toedoen onterecht is veroordeeld.”

Vier jaar geleden kondigde het OM aan ernst te willen maken met de vervolging van financiële fraude binnen het bedrijfsleven. Hoe staat het daar nu mee?

„Bij het Functioneel Parket werken inmiddels ongeveer dertig officieren van justitie aan fraudezaken, met medewerkers samen een team van meer dan honderd mensen. Het zijn mensen van heel divers pluimage. Er zijn er bij met een strafrechtachtergrond, maar ook mensen die bij banken vandaan komen en belastingadviseurs. Daarmee heeft het OM een hoeveelheid specialisten in huis gehaald die recente kennis hebben van de praktijk.”

Betekent de versterking van het fraudeteam ook een actievere vervolging van beursfraude?

„Het is een belangrijke stap maar je moet er geen wonderen van verwachten. In overleg met beurstoezichthouder AFM en de financiële opsporingsdienst bepaalt het OM of een overtreding van de wet moet worden aangepakt met een bestuurlijke boete of een strafrechtelijke vervolging. Ik denk niet dat er nu per saldo meer zaken zullen overgaan van het bestuursrecht naar het strafrecht. Wel zullen we onze portie beter kunnen verwerken.

„We zullen zeker niet schromen strafrechtelijk in te grijpen als de noodzaak zich voordoet. Strafzaken tegen fraudeurs hebben een belangrijk preventief effect, zonder nou meteen te zeggen dat dat het enige doel is van de procedures. Dat er een preventieve werking vanuit gaat hebben we met voorwetenschap gezien. Door de Aholdzaak is oplichting van de accountant extra onder de aandacht gebracht. Dat staat nu bij iedereen op het netvlies. Je hebt niet zo heel veel zaken nodig voor het kweken van dat soort bewustzijn.”

Is het effect van dit soort zaken dat de wetgeving wordt verscherpt of alleen dat mensen voorzichtiger worden?

„Het mes snijdt aan twee kanten. De zaken rond voorwetenschap hebben geleid tot een reactie van de toezichthouder en de regelgever. Maar ook de maatschappij heeft zich aangepast. Mensen maken een risicoafweging, net als zij wanneer zij eventjes hun auto parkeren zonder te betalen. Zolang het risico op een parkeerbon klein is, zullen zij het erop wagen. Zo werkt dat ook in de wereld van het grote geld. Als er nooit iemand om maalt, dan zullen sommigen zich niets van de regels aantrekken. Maar als je ziet hoe diep je kunt zakken als je in overtreding gaat, kijken mensen wel beter uit.”