Hoe ontstaan pretoogjes?

Renske Kingma uit Wageningen vindt het leuk als een man pretoogjes heeft. Ze vraagt zich af hoe dit precies werkt. „Gebeurt er echt iets in het oog? En waarom heeft de één wel pretoogjes en de ander niet?”

Je hebt drie dingen nodig voor pretoogjes: een kleine ‘lidspleet’ (de ruimte tussen het bovenste en onderste ooglid), een wijde pupil en ophoping van traanvocht.

Tjeerd de Faber, kinderoogarts van het Oogziekenhuis Rotterdam legt uit: zodra je pret hebt, trek je je oogleden naar elkaar toe. Hierdoor wordt de lidspleet kleiner. „Normaal is de tussenruimte rond de tien millimeter. Bij pret verkleint het tot zo’n zeven millimeter”, zegt De Faber. Volgens hem kan iedereen met een beetje moeite de lidspleet verkleinen tot zeven millimeter. „Echter, bij de meesten lijkt het dan alsof ze de ogen samenknijpen om beter te kunnen zien. Hun ogen hebben niet de uitstraling van pretoogjes.”

De pupilgrootte wisselt van seconde tot seconde. Als iemand zich fijn voelt, wordt de pupil wijder, en dat wordt als aantrekkelijk ervaren. „Als je aan mannen foto’s van vrouwen laat zien, worden vrouwen met grote pupillen aantrekkelijker gevonden”, zegt Jan van Hooff, emeritus hoogleraar in de gedragsbiologie. Vrouwen gebruikten in de 19de eeuw zelfs het plantaardige middel atropine om hun pupillen groter te maken, zo vult De Faber aan.

Dan de derde factor: door het samenknijpen van de oogleden ontstaat er, zo legt De Faber uit, een ophoping van traanvocht. „En dat geeft de twinkeling.” Daarnaast is het volgens hem de truc dat je alleen met je ogen lacht, terwijl de lachspieren rondom je mond niet werken.

Volgens Van Hooff is nog iets anders van belang: kraaienpootjes, rimpeltjes in de bovenste ooghoeken. Deze ontstaan door het naar elkaar toe trekken van de oogleden en het omhoogtrekken van de wang. „Ook daar herkennen wij pretoogjes aan”, zegt Van Hooff.

En hoe komt het dat de één wel twinkelende ogen heeft en de ander niet? Volgens De Faber heeft dat te maken met de bouw van het gezicht. Zo kunnen mensen met uitpuilende ogen geen pretogen krijgen doordat de lidspleet niet klein genoeg wordt. Een andere oorzaak is oogleden die vanuit de neushoek naar boven lopen, zogenoemde ‘Pocahontas-ogen’: er vindt dan geen ophoping van het traanvocht in het midden van het oog plaats. Dit is ook het geval bij ‘Sylvester Stallone-ogen’ waarbij de oogleden naar beneden aflopen.

steven verseput