Het succes van een droogkloot

In Michel Fabers boeken spelen traditiegetrouw vrouwen de hoofdrol. In zijn nieuwe, geestige roman rondom een spierballoze intellectueel wijkt hij daarvan af.

Michel Faber: Het vuur evangelie. Vert. H. Damstra en N. Miedema.De Bezige Bij, 206 blz. € 14,90

‘Ik ben geen lid van de macho-club.’ Aldus typeerde de in Schotland woonachtige Michel Faber zichzelf ooit in een interview in deze krant. Hij blonk in zijn eerdere boeken uit in sterke vrouwelijke personages. The Crimson Petal and the White (Lelieblank, scharlaken rood) was een dikke, meesterlijke roman over het wel en wee van het Victoriaanse hoertje Sugar; de science fictionachtige roman Under the Skin intrigeerde door de eigengereide liftster Isserly die met haar boezem mannelijke lifters lokt; in de thrillerachtige novelles The Hundred and Ninity Nine Steps en The Courage Consort speelden psychisch labiele vrouwen de hoofdrol.

In zijn nieuwe roman waagt Faber zich aan een mannelijk hoofdpersonage. Theo Griepenkerl is een bleke Canadese wetenschapper. Bepaald geen macho: de spierballoze intellectueel raakt vooral opgewonden van waardevolle papyrusrollen. Hij heeft ze aangetroffen in een kapotgeschoten vruchtbaarheidsbeeld in een Irakees museum waar hij op werkbezoek was. Daar was hij er getuige van hoe de conservator omkwam bij een schietpartij.

Met de negen rollen in zijn koffer probeert hij de Irakese grens te passeren en dat lukt hem. ‘Het leek wel een partij porno waar hij noodgedwongen nog niks mee had kunnen doen.’ Als hij thuiskomt, kan hij de koffer meteen meenemen naar een nieuwe flat: zijn vriendin Meredith heeft hem in de steek gelaten voor een wild life fotograaf.

Op de papyrusrollen staat een tekst in het Aramees. Het is een getuigenverslag van een zekere Malchus die de kruisiging van Jezus heeft meegemaakt. De teksten papyrusrollen zijn opgenomen in het boek, en vormen stijf proza, zoals Theo terecht opmerkt: ‘wat een droogkloot’. Toch is de vondst vanuit religieus en historisch oogpunt zeer belangwekkend en Theo trekt langs enkele uitgeverijen en één daarvan hapt toe. Zijn achternaam veranderen ze in Grippin, omdat die lekkerder in de mond ligt. Het vuur evangelie schetst vervolgens het lot van een onbekende schrijver die een magistraal kassucces beleeft. Lezers debatteren wereldwijd over de implicaties voor het christendom. Theo verschijnt in grote talkshows, hij verdient miljoenen en krijgt het mooiste en leukste meisje, dat bij zijn uitgever voor de publiciteit zorgt, in bed.

Geestig zijn de passages waarin de schrijver zijn eigen boek googelt op internet en daar de schrijversrecensies aantreft. ‘Ik heb dit boek nog niet gelezen, maar ik kan zo lang niet wachten, dus bespreek ik het maar meteen.’ Er volgen wat wilde ontwikkelingen: een vrouwelijke lezer bedreigt hem met een pistool en hij wordt gekidnapt door twee religieuze fundamentalisten.

Het vuur evangelie verschijnt in een reeks waarin auteurs een mythe herschrijven. Margaret Atwood, Donna Tartt, Ali Smith en Jeanette Winterson en anderen gingen Faber voor. Ik zou mij hier kunnen verdiepen in de mythe van Prometheus en de parallellen met het verhaal uit de papyrusrollen, maar tot een dergelijke diepte-interpretatie nodigt het boek niet uit; daarvoor is het te licht. Het neemt vooral de bestsellerindustrie met naar religie verwijzende boeken als die van Dan Brown op de hak.

Het vuur evangelie is dus een aardig tussendoortje. Voor bijtende satire is het te braaf en, om met Theo te spreken, wat te droogkloterig. Theo is daarnaast een wat slaapverwekkende figuur wiens beweegredenen niet erg tot leven komen en zijn ‘niet-machodom’ is daarvoor geen excuus. De vrouwelijke bijfiguren, zoals Theo’s ex Meredith en de publiciteitsmedewerkster van de uitgever worden met een paar vlugge pennenstreken vele malen raker getypeerd. Mogelijk vergen mannelijke personages nog wat oefening van Michel Faber. Voorlopig moeten we wachten op een boek met dezelfde ambitieuze inzet als Lelieblank, Scharlaken rood.