Guus Geluk

In Londen denken ze dat Guus Hiddink het elftal van Chelsea wel even aan de praat zal krijgen. Dat hij in een half jaar iets moois kan aanrichten naast zijn baan als bondscoach van Rusland. Spelers en trainers zijn positief. Met mister Hiddink zal het beter gaan, zeggen ze. Normaal gesproken zou ik daar sceptisch op hebben gereageerd: het is absurd zoveel te verwachten van een tijdelijke parttimer. Ook een coach met een cv van heb ik jou daar kan geen wonderen verrichten met een megaselectie vol dure ego’s. Clubs als Chelsea zijn groot en ingewikkeld, het duurt een tijdje voor je het allemaal doorhebt.

Maar in dit geval denk ik: het zou zomaar kunnen. Wie weet gaat Chelsea inderdaad beter voetballen. Dat denk ik vanwege Joop Alberda. Ooit stonden Alberda en ik te kijken naar een training van het Russische elftal. Op verzoek van Hiddink probeerde hij veranderingen door te voeren bij de Russische bond. Dat lukte niet erg, dus Alberda had alle tijd voor mij. Leunend tegen een hek op een vervallen sportcomplex in Sint Petersburg deed hij wat hij graag doet: theoretiseren. Als volleybalcoach had hij goud gewonnen op de Spelen van 1996, als bobo was hij vier jaar later debet geweest aan de Nederlandse medailleregen in Sydney. Naar zo’n man ga je luisteren. Op de vraag naar het waarom van de vele successen van Guus Geluk noemde Alberda als oorzaak nummer één: Hiddink houdt zijn opties zo lang mogelijk open. Waar andere coaches uitgaan van vaste denkbeelden, van ‘tunnels’, daar handelt Hiddink naar de mogelijkheden. En aangezien die elk moment kunnen veranderen, legt hij zich niet graag vast.

Ik mocht dat van Alberda geen opportunisme noemen. Dat vond hij een waardeoordeel dat de analyse verstoorde. Hiddink pelt geen ego’s af, zei, hij kneedt ze en bespeelt ze. De spelers zijn belangrijker dan het systeem. We tuurden naar Hiddink die verderop wat stoeide met zijn sterspeler Andrej Arsjavin. „Hij wordt nooit onrustig van tegenslagen”, zei Alberda. „Daar vinden we morgen wel wat op, zegt hij dan.” Een tegenslag kan de planning niet overhoop halen; de planning is ondergeschikt, vloeibaar. „Laatst schreef ik iets op. Hij zegt: doe maar niet, daar krijgen we alleen maar last van.”

Wie niets opschrijft, hoeft niets uit te leggen. Niemand die het doorheeft als de koers verandert, wel zo rustig. En zo gaat Hiddink aan de slag in Londen: met een lege tas. Ongehinderd door uitgesproken ideeën over het Ideale Voetbal. Hij gaat die jongens kneden, amicaal of streng, dat hangt er vanaf. In elk geval zonder tunnelvisies: die zouden zijn kansen op geluk maar verkleinen.