Gelokt naar Maleisië en geen weg terug

090213_blog_nepalezen_groep.jpgTja: daar sta je dan opeens in een verborgen Nepalees restaurantje in een Maleisische havenwijk, en mag je 60 Nepalese haven- en fabrieksarbeiders toespreken.

Dat overkwam me gisteren, toen ik bezig was met een verhaal over de problemen van arbeidsmigranten in Maleisië. Eenderde van de banen in Maleisië wordt gedaan door een immigrant. Filippijnse dienstmeisjes, Bengaalse fabrieksarbeiders of Indonesiërs die op de palmolieplantages werken. En Nepalezen dus, die hier hun geluk zoeken.

Die arbeidsmigranten worden soms op een schandelijke manier uitgebuit. Bedrijven betalen hun lonen niet uit, regelen onmenselijke accommodatie en houden meestal de paspoorten van hun werknemers vast zodat ze geen kant op kunnen. Veel mannen willen alleen nog maar terug naar huis. Ik heb de afgelopen twee dagen vele voorbeelden hiervan met eigen ogen kunnen zien, maar daarover dus meer in het artikel dat binnenkort moet verschijnen.

Via FNV Mondiaal, de internationale afdeling van de Nederlandse vakcentrale, was ik terechtgekomen bij de Maleisische afdeling van BWI, een vakbond voor de bouw- en houtindustrie. Zij brachten mij weer in contact met twee Nepalezen die proberen de Nepalese arbeidsmigranten te organiseren.

Zij brachten mij en een Maleisische vriend naar een Nepalees restaurant in de haven van Kleng. Bij de deur stond alleen een bord dat er kantoorruimte te huur was, maar toen we op de eerste verdieping kwamen, bleek daar een restaurantje vol met Nepalese mannen. Zo at ik voor het eerst gedroogd buffelvlees.

Bij de voorlichtingsavond over arbeidsrechten die daarna begon, bleken mijn vriend en ik eregast, ondanks dat onze komst helemaal niet was aangekondigd. Eerst werden we uitgebreid welkom geheten, en kregen we volgens hindoeïstisch gebruik bloemen. Daarna wilde iedereen horen hoe ik drie mannen interviewde. Schrijnende verhalen: van mannen die naar Maleisië zijn gelokt om als havenarbeider (hierboven een groepsfoto) te werken voor een salaris van 1.000 ringgit (ongeveer 200 euro) per maand, maar nu in de eerste 12 dagen van februari nog maar 140 ringgit hebben verdiend, omdat er zo weinig schepen komen.

090213_blog_nepalezen_vinger.jpgEen andere man (hiernaast op de foto) was zijn pink verloren doordat er een container op was gevallen. Omdat hij de rest van zijn hand ook nauwelijks meer kan bewegen, kan hij niet meer werken, en krijgt hij ook geen cent betaald. Hij kan pas terug naar Nepal als zijn contract afloopt. Nu houden zijn vrienden hem in leven.

Later brachten jongens die in de haven werken ons naar hun slaapverblijf. Acht mannen in een kleine kamer: geen matrassen, geen bedden. Ze wassen hun kleren en zichzelf in een waterbak vóór het huis, waar ze ook drinkwater vandaan halen (zie foto).090212_blog_nepalezen_water.jpg

En toen vroegen die mannen mij na afloop dus om een toespraakje te houden. Tja, wat zeg je dan? Ik voelde me overdonderd door hun openheid en gastvrijheid, en baalde dat ik niets voor ze kan doen. Behalve dus een stukje schrijven, in de hoop dat meer openheid over hun verborgen problemen op termijn zorgt dat hun situatie verbetert. Dat heb ik dus gezegd, maar het voelde wel als een schamele boodschap.