Elitair ageren tegen de bom

De nieuwe activist tegen kernwapens heeft grijze haren, politieke ervaring op het hoogste niveau en een visie voor de hele lange termijn. Met idealisten heeft hij nooit veel opgehad. En links is hij ook al niet. Maar hij laat van zich horen. En er wordt naar hem geluisterd.

Henry Kissinger is er zo een. Niet dat de voormalige Nationale Veiligheidsadviseur en minister van Buitenlandse Zaken, de man achter de geheime bombardementen op Cambodja, tegenwoordig een pacifist is of met spandoeken de straat op gaat. Maar hij is wél een van de belangrijkste gezichten van een nieuwe anti-kernwapenbeweging, die de afgelopen twee jaar geleidelijk (en betrekkelijk geruisloos) heel wat aan politieke invloed heeft gewonnen.

Afgelopen weekeinde was de 85-jarige Kissinger in München, waar hij een gezelschap toesprak van staatshoofden en regeringsleiders, ministers van Buitenlandse Zaken en Defensie en hoge militairen. Niet het soort volk dat warme gevoelens krijgt bij bevlogen preken over mooie maar onhaalbare toekomstperspectieven.

Maar toen Kissinger twintig minuten gesproken had over de noodzaak om het aantal kernwapens in de wereld systematisch te verminderen, en uiteindelijk helemaal te elimineren, kreeg hij niet alleen een stevig applaus. Er werd ook nog lang over doorgepraat.

Een paar jaar geleden zou waarschijnlijk niemand in dit gezelschap een pleitbezorger van een wereld zonder kernwapens erg serieus hebben genomen. Maar dat begon te veranderen in januari 2007, toen Kissinger, samen met drie andere elder statesmen, voor de conservatieve Wall Street Journal een pleidooi schreef voor de afschaffing van alle kernwapens. „De wereld staat aan de rand van een nieuw, gevaarlijk nucleair tijdperk”, waarschuwden de vier. Dat maakte wat los, er ontstond een kleine trend van beschaafd ageren tegen de bom.

Een jaar later volgde een tweede stuk van het viertal – behalve de Republikeinen Kissinger en oud-minister van Buitenlandse Zaken George Shultz, deden ook de Democraten Bill Perry (oud-minister van Defensie) en Sam Nunn (oud-senator) mee. Afgelopen zomer sloten de ‘UK-Four’ zich bij hen aan, vier Britse oud-ministers die met een knipoog naar Dr. Strangelove een artikel in The Times schreven onder de kop: 'Start worrying and learn to ditch the bomb'.

Begin dit jaar haakten vier eminente oud-politici uit Duitsland (aangevoerd door de 90-jarige Helmut Schmidt) bij de nieuwe ban-de-bom-beweging aan in de International Herald Tribune. Eerder al was ook Maxime Verhagen uit de kast gekomen als aanhanger van ‘Alle kernwapens de wereld uit’.

Het inzicht dat Kissinger drijft is niet nieuw, erkent hij. „Het fundamentele dilemma van het nucleaire tijdperk kennen we al sinds Hiroshima”, zei hij in München. „Ieder gebruik van kernwapens veroorzaakt hoe dan ook een hoeveelheid slachtoffers en verwoesting die niet in verhouding staat tot de politieke doelen die ervan te verwachten zijn.”

De vraag is waarom dat inzicht nu, nu pas, doordringt bij de politieke elites. Het langzaam gegroeide besef dat het einde van de Koude Oorlog zorgwekkende consequenties heeft voor het risico van kernwapens, speelt daarbij een belangrijke rol. De val van de Muur en het einde van de Sovjet-Unie hadden een paradoxaal gevolg, aldus Kissinger: „De dreiging van een kernoorlog tussen de twee nucleaire supermachten was zo goed als verdwenen. Maar de mogelijkheden om aan een kernwapen te komen waren door de wereldwijde verspreiding van technologie enorm toegenomen.”

Extra urgent is dat probleem in een wereld die steeds meer rekening moet houden met internationaal terrorisme, mislukte staten, grensoverschrijdende criminaliteit en de ontwrichtende gevolgen van ineenstortende economieën. Een wereld bovendien waarin steeds meer landen belangstelling hebben voor kernenergie, wat een eerste stap kan zijn naar de ontwikkeling van de bom.

Als het gevaar van verspreiding van kernwapens toeneemt, stelt Kissinger, neemt ook het gevaar van een nucleaire confrontatie toe. Snelle actie is dus geboden.

Zonder te geloven dat vandaag of morgen kan worden besloten tot de afschaffing van kernwapens, vinden Kissinger en de zijnen het belangrijk om het streven naar een kernwapenvrije wereld als uiteindelijk doel van buitenlands beleid hardop uit te spreken. De Verenigde Staten en Rusland, die over 90 procent van alle kernwapens beschikken, zouden het goede voorbeeld moeten geven door afspraken te maken over vermindering van hun arsenalen.

Amerika heeft een nieuwe president die positief staat tegenover de ideeën van Kissinger. In zijn inaugurale rede zei Obama: „Met oude vrienden en voormalige vijanden zullen we onvermoeibaar werken aan het verminderen van de nucleaire dreiging.” Als hij de eerste stap zet op „the road to zero”, zal hij vast veel kritiek krijgen. Maar hij kan zich ook verzekerd weten van prominente steun in binnen- en buitenland.

Juurd Eijsvoogel is redacteur van NRC Handelsblad

Reageren kan via nrc.nl/eijsvoogel. Daar zijn ook de rede van Kissinger en genoemde stukken te vinden.