Eerste en laatste stap van een debuut

Vorig jaar had het jaar kunnen worden van Carel Donck en De nachtmoeder of Kim Moelands Ademloos. Of van Isa Maron en haar erotische thriller Passiespel (‘Een jonge vrouw laat zich vangen in de wereld van duistere seks. Hoe ver zal ze gaan’). Maar het is het niet geworden.

Het Debutenboek, met een overzicht van de literaire eerstelingen van vorig jaar, heeft iets treurigs: van de 75 opgenomen debuten is een tiental besproken in de krant en een handvol goed verkocht – niet noodzakelijkerwijs dezelfde boeken. Van de rest krijgt een enkeling een doorstart via een van de debutantenprijzen, maar voor de meesten zal 2008 het eerste en het laatste literaire jaar zijn.

Het zal de bedoeling niet zijn, maar juist dat maakt het door boekpromotiebedrijf Uphill Battle met zorg geproduceerde boekje wel sympathiek. „Wij constateren dat het voor debutanten lastig is om de weg naar de lezer te vinden”, zegt Jan Louwers van Uphill Battle. Dat klopt – al is dat in vrijwel alle gevallen terecht, weet je als je weleens een literair debuut openslaat. Die conclusie wordt niet betwist door een aantal fragmenten dat (tegen betaling) in het boek is opgenomen: ‘Mademoiselle, de paddestoel is niet een obby. Is een geloof’. Waar ze wel nieuwsgierig maken, blijken ze afkomstig uit Echte slechte mensen van Lernert Engelberts, dat al op de longlist van de Librisprijs staat.

Het meest curieuze proza in het boek is van de meest ervaren auteur: Jan Terlouw. Die spiegelt de debutanten in een voorwoord de gevolgen van hun literaire geboorte voor, waar wel erg weinig artistieke ambitie uit spreekt: ‘Misschien geven ze een echtpaar het laatste zetje om te besluiten te gaan scheiden. Of dat juist niet te doen.’

Het Debutenboek moet jaarlijks gaan verschijnen, maar of dat lukt hangt van de verkoop af. Want het Debutenboek is zelf ook een debuut, met dito overlevingskansen.