Een Zweedse Bob Dylan in Groningen

Opeens stond hij daar, ingeklemd tussen gordijn en tapijt in een studentencentrum in Groningen. Zijn vingers plukten fanatiek aan de snaren van zijn akoestische gitaar, zijn stem kraakte door de microfoon. En met die stem schilderde hij vergezichten. The tallest man on earth noemde de folkzanger zichzelf. Vorige maand trad hij op op popfestival Eurosonic in Groningen. Maar te midden van tientallen andere bands was de grootste man op aarde niet meer dan een voetnoot in het blokkenschema.

Desondanks vulde hij die avond met het grootste gemak het podium – al was hij slechts drie turven hoog. Zijn fingerpicking was dwingend, zijn verschijning was charmant. Met droeve ogen, brede boksersneus en potlooddun snorretje leek hij het kleine broertje van Sean Penn.

Maar het waren vooral de verhalen die indruk maakten. Niet dat ik hem steeds goed verstond; zijn krakende stemgeluid en zijn southern accent maakten dat soms onmogelijk. Maar The tallest man riep beelden op die de luisteraars in staat stelden hun eigen verhaal te bedenken. En zo kon het gebeuren dat ik binnen enkele minuten niet meer in een kil studentencentrum in Groningen stond, maar op een hoge witte klif, waar de zee tegen de rotsen sloeg en de wind om mijn hoofd gierde. In de verte, gebogen tegen de storm, kwam een kleine man aangelopen. Zijn in skinny jeans gestoken benen wankelden onder de lading hout in zijn armen.

In het bijzijn van The tallest man on earth bleek het leven plots heel eenvoudig; jij zorgt voor mij, ik zorg voor jou en de rest van de wereld kan onze rug op. En hoeveel bands ik die avond ook nog moest zien, tot aan het laatste gitaarakkoord bleef ik op die witte klif staan.

Eenmaal terug uit Groningen zocht ik The tallest man on earth op internet op. Hij bleek Kristian Matsson te heten en kwam uit Zweden – dat accent was dus nep. In de zomer van 2008 had hij zijn debuutalbum uitgebracht, Shallow Grave, in de herfst die daarop volgde had hij met folkzanger Bon Iver door de Verenigde Staten getoerd.

Op internet bleek ook waarom ik de man had gemist. In ieder schrijven werd hij vergeleken met Bob Dylan. Met ‘Dylanesque’ zangers heb ik weinig op. Maar in het geval van The tallest man on earth ging de vergelijking wel degelijk op, niet alleen vanwege het nasale stemgeluid en de grappige, licht absurdistische metaforen, maar ook vanwege het gemak, nee, bijna vanwege de onbeholpenheid waarmee hij zijn muziek ten gehore bracht.

Op Shallow Grave bleek het tempo doorgaans hoog te liggen, en de liedjes gaan er over de liefde – Kristian Matsson heeft geen tijd om de wereld te verbeteren. De productie is lo fi, hetgeen doorgaans betekent dat de artiest zijn muziek goedkoop op een zolderkamer heeft opgenomen.

Moeilijk te krijgen is het in eigen beheer uitgegeven Shallow Grave wel; ik had het laatste exemplaar uit de Plato-filialen. Maar volgende maand treedt hij op tijdens SXSW, ’s werelds grootste muziekbeurs in Austin, Texas. Misschien wordt hij dan wel ‘ontdekt’.