Dijsselbloems proef

Het is een mallotig woord: Dijsselbloem-proof. Nee, het duidt niet op weerbaarheid tegen het Tweede Kamerlid Dijsselbloem (PvdA). Het is een stempel van goedkeuring. Het betekent dat een onderwijsvernieuwing beantwoordt aan de criteria die een parlementaire enquêtecommissie onder Dijsselbloems voorzitterschap heeft vastgesteld. Die criteria bepleiten inzicht in de behoefte aan de voorgenomen vernieuwing en in de verwachte effecten ervan. En ze dragen de vernieuwers op zich te verzekeren van een reële tijdsspanne, van voldoende financiële middelen en van draagvlak.

Sinds 2004 wordt in het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) gewerkt aan grootscheepse vernieuwing. Het doel is competentiegericht onderwijs, met een nadruk op zelfstandig en praktijkgericht werken van de leerlingen, en aansluiting met het regionale bedrijfsleven. Er kwamen snel klachten. Van docenten die bezwaar maakten tegen de gedetailleerde eisen in de dikke ‘kwalificatiedossiers’. Van studentenorganisaties. In 2007 constateerde de Onderwijsinspectie dat ongeveer een derde van het mbo-onderwijs „nog lang niet” klaar was voor invoering van de vernieuwing. En nu is in een onderzoek in opdracht van de Tweede Kamer vastgesteld dat de mbo-vernieuwing niet ‘Dijsselbloem-proof’ is.

Er werd direct geschipperd met die kwalificatie. Dijsselbloem zelf stelt nu voor de exameneisen door te lichten en laat het erbij. In de Tweede Kamer neigt een meerderheid ernaar om de mbo-opleidingen uitstel toe te staan voor de voorgenomen datum van het verplicht doorvoeren van de vernieuwingen, in augustus 2010.

Het mbo-examen voorziet in toegang tot arbeid op de doorsnee werkvloer: van kapsalon tot kantoortuin of receptie van de tandartspraktijk. Op dit moment volgt de helft van de 513.000 mbo-leerlingen lessen aan instituten die de vernieuwingen hebben doorgevoerd. Zij zullen binnen afzienbare tijd de arbeidsmarkt betreden. Het is de vraag of hun onderwijs afgemeten aan het rapport-Dijsselbloem deugdelijk is.

Maar, wordt er tegenworpen, toen de mbo-vernieuwing in 2005 van start ging, bestonden dat rapport en die criteria nog niet. Dat is waar. Maar het rapport stelde feiten vast over het mislukken van recente onderwijsvernieuwingen. Die kennis is niet terug te draaien en speelt een rol bij het oordeel over een lopende onderwijsvernieuwing.

Uit die kennis blijkt dat het mbo een weg bewandelt die zou kunnen leiden naar een Land van Ongelukken. Wordt er voorbijgegaan aan de conclusies van de enquêtecommissie, dan zijn haar criteria automatisch gedegradeerd tot een reeksje voorwaarden en het rapport tot een document in een la.

De wereld verandert, zij stelt onverwachte eisen en dat houdt nooit op. Het onderwijs verandert mee, dat moet, anders leidt het op voor de lucht. Terugdraaien van de vernieuwingen is geen optie, maar het aanpakken ervan wel. Het uitstel van een streefdatum is een begin. Bijsturen en aanpassen van de inhoud zullen een constante moeten zijn. Bijstellen van vergissingen is geen schande.