De soavrije seksmachine, graag

Tjibbe Veldkamp: Tiffany Dop. Lemniscaat, 120 blz. 12+, € 12,95

In de Nederlandstalige kinderliteratuur heerst een kleine babyboom, compleet met tienermoeders. In Tien dagen in een gestolen auto van Anna Woltz (besproken in Boeken, 27.06.08) is de baby nog een onwelkome reisgenoot tijdens een woest avontuur. De hoofdpersoon van Brei met mij (2008) van Evelien de Vlieger wijdt zich daarentegen zo aan haar net geboren halfzusje dat ze haast een moeder wordt. En in Een nieuw leven van Annemarie Bon ontworstelt een tienermeisje zich met een onbedoelde baby aan de wurggreep van een orthodox antroposofisch milieu.

Nu is er Tiffany Dop van Tjibbe Veldkamp, met een 13-jarig meisje dat dolgraag een baby wil. Het is een verrassend vrouwelijk gegeven voor Veldkamp, die graag ‘jongensboeken’ schrijft – ook voor kleine kinderen. Zijn laatste prentenboek Agent en Boef (2008) is bijvoorbeeld een lange humoristische achtervolging. Veldkamp heeft het verhaal van het meisje met de kinderwens dan ook gegoten in een rauw boek vol geweld en actie.

Tiffany Dop heeft als epitheton ‘bats veur de kop’, omdat haar handjes nogal los zitten. Vechten heeft ze geleerd van haar twee broers, die hun tijd verdoen met roken, gokken, treiteren en mensen in elkaar slaan. Tiffany’s moeder besteelt haar eigen kinderen en verdient verder geld door seks met mannen. Het is geen alledaagse arena voor een Nederlands kinderboek, dat zich doorgaans afspeelt in een beschaafd middenklassemilieu.

Het boek is dus alleen al de moeite waard, doordat een inkijkje wordt geboden in de onderkant van de samenleving. Veldkamp doet dit bovendien overtuigend, zonder te vervallen in clichés. Een goede vondst is bijvoorbeeld de uitdrukking ‘goa vot’, die de moeder te pas en te onpas bezigt. De term betekent steeds wat anders, van ‘ga weg’ en ‘nou moe’ tot ‘zie je niet dat ik aan het eten ben’ en ‘wilt u later misschien terugbellen’. De twee woorden karakteriseren niet alleen de typische taalarmoede van het white trash, maar ook de volledige onverschilligheid van de moeder voor haar omgeving.

Tiffany wil ontsnappen aan haar lot door te proberen een baby te krijgen. Want, zo zegt ze zelf: ‘Ik wil zijn wie ik ben met een kindje’. Ze gaat op zoek naar een verwekker, geholpen en gehinderd door een student met wie ze een onbenoembare band smeedt. De zoektocht is bepaald hilarisch door de onbeholpen manier waarop ze probeert mannen te strikken, maar ook aandoenlijk als Tiffany een dreumes helpt met het bouwen van een toren van blokken.

Veldkamp bewees in het geslaagde SMS (Boeken, 19.01.07) al hoe je met een onwaarschijnlijk gegeven – in dat geval het bericht van een dode – toch een geloofwaardig boek kunt maken. In Tiffany Dop doet hij dit door zijn eigen hoofdpersoon consequent op de voet te volgen in haar kinderlijke logica. Het leidt tot droogkomische observaties over de eentonigheid van porno en een onhandig telefoongesprek met een zaaddonor: ‘Spreek ik met de soavrije seksmachine?’ Deze humor maakt het pijnlijke leven van de kleine Tiffany net te verdragen.