De inschikkelijke paus werd 'de hond van Hitler'

Gerard Noel: Pius XII. The Hound of Hitler. Continuum, 220 blz. € 30,-

Het was een ‘daad van genade’. Zo wordt de opheffing van de excommunicatie van bisschop Richard Williamson genoemd, waarmee paus Benedictus XVI de afgelopen weken een vloedgolf van kritiek over zichzelf en de rooms-katholieke kerk heeft afgeroepen. Williamson ontkent de Holocaust en de gaskamers van de nazi‘s en erkent de authenticiteit van de beruchte ‘Protocollen van de Wijzen van Zion’.

Williamson behoort tot de aartsconservatieve en naar antisemitisme neigende priesterbroederschap Pius X van de Franse bisschop Lefebvre die zich na het Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965) van de kerk afscheidde. De broederschap heeft zich tot zeer recent nooit gedistantieerd van Wiliamson en zijn ‘krankzinnige ideeën’ (Katholiek Nieuwsblad).

Benedictus kwam slechts tot zijn besluit, aldus de Vaticaanse uitleg, om ‘een oprecht verlangen naar herstel van de eenheid te honoreren’. De eenheid van de kerk prevaleert kennelijk over andere ‘belangen’ zoals ‘dat de Holocaust niet kan worden ontkend’, aldus de ‘protestantse christen’ en Duitse bondskanselier Angela Merkel, die dit onlangs het Vaticaan en de Duitse paus voorhield. Anders gezegd: de Jodenvervolging door de nazi‘s tijdens de Tweede Wereldoorlog mag niet worden verdonkeremaand in naam van de eenheid van de kerk – ook omdat de rol van Joseph Ratzingers voorganger paus Pius XII (1939-1958) tijdens de ‘grootste misdaad van de eeuw’ (Merkel) nog altijd fel omstreden is.

De Vlaamse auteur Dirk Verhofstadt stelde in zijn recente boek Pius XII en de vernietiging van de Joden‘ (Boeken, 7.11.2008) dat voor Pius XII het belang van de rooms- katholieke kerk boven alles stond, en dat hij ‘daarvoor bereid was de prijs – de uitroeiing van de Joden – te betalen’. Het Vaticaan wees die beschuldiging al demonstratief af in 1967, het jaar waarin het proces van de heilig- en zaligverklaring van Pius XII begon, dat inmiddels ver gevorderd is.

Tussen het verbitterde vóór en tegen Pius XII staat Gerard Noel met zijn studie Pius XII. Noel is als weinigen gekwalificeerd voor een queeste ‘naar Eugenio Pacelli de man en Pius de paus. Hij was hoofdredacteur van The Catholic Herald, vertaler van het eerste deel van de Vaticaanse documenten over de Tweede Wereldoorlog, auteur van vele boeken zoals The Renaissance Popes, (Boeken, 9.11.2007) en vice-voorzitter van de Raad voor Christenen en Joden. Behalve uit de bekende literatuur put Noel diep uit talloze weinig bekende en vaak persoonlijke bronnen, wat zijn boek bijzonder maakt.

Zijn portret van Pacelli de man is ontluisterend – ascetisch, hard werkend, intelligent, maar ook een neurotische hypochonder, ‘a man afraid’, een ‘spirituele megalomaan’, die op z’n 38ste het ouderlijk huis verliet en spoedig een surrogaat moeder annex muze vond in een Beierse non, zuster Pasqualina, die hem de eerstvolgende veertig jaar zou bijstaan, en als ‘virgo potens‘ de machtigste vrouw in het Vaticaan werd.

In zijn laatste levensjaren, na een – zelden elders vermelde – geslaagde, cellulaire behandeling werd Pius geplaagd door hallucinaties en nachtmerries, die gepaard gingen met ‘bloedstollende kreten’, en gevoelens van haat jegens Hitler die volgens Pius door de duivel bezeten was.

In zijn beleid, eerst als ambassadeur in Duitsland, later als staatssecretaris van het Vaticaan en tenslotte als paus werkte Pacelli aan zijn Grand Travail: de uitbreiding van de katholieke kerk naar het orthodox-christelijk geworden, voormalige Oost-Romeinse rijk, met als een einddoel de suprematie van de enige, katholieke kerk, en de paus als absoluut heerser. Daarbij maakte hij vele fouten, meent Noel.

De eerste was het concordaat met het orthodoxe Servië in 1914, volgens de auteur een van de oorzaken van de Eerste Wereldoorlog. De tweede was het concordaat met Duitsland in 1933 waar Hitler cynisch gebruik van maakte – miljoenen katholieken moesten voortaan de nazi‘s gehoorzamen.

Waarom zweeg Paus Pius XII toen de grootste misdaad uit de menselijke geschiedenis, de vernietiging van de Joden, plaats had? Dat is wellicht de verkeerde vraag, meent Noel in zijn afsluitende ‘apologie’; beter is de vraag waarom Pacelli zweeg over ‘werkelijk elke gruweldaad’ in de jaren dertig en veertig, zoals ook de genocide op (orthodoxe) Serviërs door (katholieke) Kroaten die aan de vernietiging van de Joden vooraf ging. Altijd stelde hij het belang van de kerk voorop, meent ook Noel, zoals, kan men daaraan toevoegen ook Benedictus, populair gezegd, doet in het geval van Williamson en genade voor recht liet gelden.

Pacelli geloofde dat een of andere omgang met het fascisme, hoe onsmakelijk ook, mogelijk was, maar Hitler overspeelde hem volledig, aldus Noel – Pius de paus werd Hitlers hond.