De gevolgen van opgedoken hutkoffers en brieven

Nadine Gordimer: Beethoven was 1/16 zwart. Vert. Servaas Goddijn. De Geus, 189 blz. € 19,90

Zaken inzichtelijk maken, zo omschreef de Zuid-Afrikaanse schrijfster en Nobelprijswinnares Nadine Gordimer twee jaar geleden de kern van haar schrijverschap. Vaak deed ze dat door grote onderwerpen aan de orde te stellen en die te confronteren met de eigen plaats die elk individu inneemt in de geschiedenis. Gordimer wil onderzoeken hoe je moet omgaan met het verleden, welke waarschuwing voor de toekomst daarin is te vinden en wat de relatie is tussen lot en toeval.

Ook in haar laatste verhalenbundel Beethoven was 1/16 zwart gaat het voor een belangrijk deel om de omgang met dat verleden, maar anders dan bijvoorbeeld in haar laatste roman Word wakker, draait het hier niet om de grote thema’s (milieu, nucleaire dreiging, aids), maar om de kleine geschiedenissen. En dat pakt erg goed uit. In deze bundel staan mooie verhalen waarin vaak letterlijk gegraven wordt in het verleden (hutkoffers en oude brieven zijn niet van de lucht) en waarin de consequenties van dat graven ter sprake komen. Zo ontdekt een dochter wie haar biologische vader is, wordt er in dromen naar betekenis gezocht wanneer iemand afwezig blijft en mooi gebeurt dat in het persoonlijk getinte verhaal ‘Allesverloren’.

Hierin gaat een weduwe – Gordimer verloor in 2007 haar echtgenoot, en droeg de bundel aan hem op – op zoek naar een succesvolle fotograaf met wie haar man ooit een relatie had. Nieuwsgierig en angstig wil de weduwe meer weten, maar toch ook niet te veel. De confrontatie mondt uit in een mooi, maar pijnlijk gesprek. ‘Geheime bergplaatsen van oude papieren zijn graven die je niet moet openmaken’, staat er in een ander verhaal. Het voortdurende besef iets kwijt te zijn zonder dat goed onder woorden te kunnen brengen, speelt in alle verhalen een rol. Vergankelijkheid staat dus centraal, maar dat wil niet zeggen dat de verhalen zwaar zijn. Het titelverhaal is treffend, scherp en humoristisch. Het opent sterk: ‘Beethoven was voor eenzestiende zwart verkondigde de presentator van een radioprogramma voor klassieke muziek […] Beweert de presentator dit als rehabilitatie van Beethoven? De stem en het ritme verraden de presentator als ontegenzeggelijk blank. Is eenzestiende een onuitgesproken wens van hemzelf? Ooit waren er zwarten die blank wilden zijn. Nu zijn er blanken die zwart willen zijn. Het is hetzelfde mysterie.’

Na deze woorden volgt het verhaal van de academicus Frederick Morris die ooit activist was, maar er niet helemaal bij hoorde. In het ‘nieuwe’, democratische Zuid-Afrika is er weinig waarop hij zich kan laten voorstaan. Maar tot zijn grote verrukking ontdekt hij dat ook hij zwarte voorouders had, over wie hij beslist meer wil weten. De verteller merkt dan op: ‘Twijfelachtig. Wat wil je eigenlijk claimen? De norm voor bevoorrecht zijn verandert bij elk regime. Is het dan geen streven naar bevoorrechting. Nou? Een stap omhoog naar de heersende klasse, welke die ook mag zijn. Eenzestiende.’ Het is raak getroffen, zelfs als het niet om bevoorrechting gaat, dan is er toch op zijn minst de wens om goedgekeurd te worden door het nieuwe Zuid-Afrika – hij bezoekt de Big Hole in Kimberley om daar te ontdekken wie hij is of was.

In dit verhaal wordt de veranderende wereld nog kritisch en van een afstand bekeken. Terwijl je in het luchtigste verhaal van de bundel, ‘Meetlint’, wordt meegezogen in de ervaringen van een lintworm die zich lange tijd veilig had genesteld in de darmen van een man, maar opeens via een giftig drankje in het riool terechtkomt. Een geheel nieuwe ervaring voor deze worm, ‘maar ik pas me aan deze immensiteit aan’. En dat verlangt Gordimer van al haar personages, man, vrouw, lintworm of kakkerlak.