Buikhuisen heeft toch gelijk

Hoewel hij zich in het verleden fel heeft verzet tegen de ideeën van criminoloog Buikhuisen, juicht Hugo Brandt Corstius diens nieuwste hersenonderzoek juist toe.

Toen Obama geboren werd, zat ik in Amerika in de gevangenis. Daar mocht je elke dag een half uur wandelen op de binnenplaats. Ik zag dat al mijn medegevangenen zwart waren. „Hoe kan dat nou?”, vroeg ik. De cipier antwoordde: „In dit land zijn alle misdadigers negers, en zelfs gelooft men dat alle negers in dit land misdadigers zijn. U bent vast geen Amerikaan.”

Obama is nu 47 jaar en ondanks zijn kleur president. In de Amerikaanse gevangenissen zitten nog steeds veel meer zwarten dan witten, terwijl er toch veel meer witte dan zwarte Amerikanen zijn. Dat komt, zeg men nu, omdat zwarten armer zijn dan witten en dus sneller misdaden plegen.

Dertig jaar geleden stelde de psycholoog Buikhuisen voor om naar lichamelijke kenmerken te zoeken van criminelen. Ik hoorde ervan door een reactie in een juridisch blaadje waarin boos gesuggereerd werd dat Buikhuisen in de hersens van mensen wou gaan snijden om de afwijkingen die tot misdadigheid voeren te ontdekken. Buikhuisen, die op de nominatie stond om professor in de criminologie te worden, ontkende dat hij dat van plan was.

Er volgden jaren van steeds weer nieuwe ideeën van Buikhuisen om potentiële misdadigers te ontmaskeren. Hun zweet meten, hun adrenaline meten, tweelingen bekijken. Hij ging zelfs zo ver om het lood in de benzine te verdenken van invloed op onze gewetens. Inmiddels is het lood uit de benzine verdwenen, maar misdadigheid bestaat nog steeds.

Buikhuisen verdween en alle juristen, psychologen en medici haalden opgelucht adem. Als columnist van een vrij Nederlands weekblad moest ik op zoek naar andere onderwerpen om mij vrolijk over te maken.

Een paar jaar geleden promoveerde er iemand aan de VU die onderzocht had hoeveel vet voedsel Britse jongens die zich misdroegen, gegeten hadden. NOVA stuurde mij het proefschrift toe en vroeg mijn commentaar op die studie die aan Buikhuisen deed denken. In de Parijse universiteit hadden boze studenten net lelijk huisgehouden en daarom stonden er wachters bij de ingangen om de criminelen in de dop tegen te houden. Zij wilden het televisieploegje van NOVA niet binnenlaten, dus we gingen in een parkje naast de Sorbonne. Mijn oordeel was: niet erg overtuigend onderzoek, maar met minder idiote pretentie dan Buikhuisen.

Pas later hoorde ik dat Buikhuisen weer in Nederland was en met frisse ideeën kwam over het ontdekken van misdadigers. Maar nu ging het wel degelijk om hersenonderzoek. Mijn oordeel over die aanpak is anders dan u verwacht: Ik juich het toe! Waarom?

Omdat een misdadiger in zijn hersens zijn misdadige plannen beraamt en hij de sporen van dat denken niet kan verwijderen. Het is dus een uitstekend idee om bij iedere burger eens per jaar een hersenonderzoek te doen en op die manier potentiële misdadigers te vinden vóór ze hun plannen kunnen uitvoeren. Het is jammer dat schrijvers van misdaadromans en makers van spannende films ook slachtoffers worden van zulke breininspecties, maar in een land waar de misdaad is verdwenen, zijn die fantasten niet meer nodig.

Kunnen we echt in de hersenen van andere mensen kijken? Professor Swaab onderzocht de hersenen van een stuk of zes aan aids overleden homoseksuelen en zag dat een klein onderdeeltje van hun hersenpan ietsje dikker (of dunner, dat ben ik vergeten) was dan bij andere mensen. Swaab zei toen: ik heb de lichamelijke afwijking der homoseksualiteit gevonden! Later ontdekte een Amerikaanse geleerde dat in de hersens van aidspatiënten een ander fragmentje dunner (of dikker, in ieder geval het tegenovergestelde van bij de Amsterdamse lijken) was.

We weten inmiddels dat aids niet een homoseksuele ziekte is. En wij vinden homo-zijn geen misdaad, zoals dat in Nederland eeuwenlang gold en in veel delen van de wereld nog altijd.

Hoeveel eeuwen zal het duren voor we in de hersens van levende mensen hun misdadige plannen kunnen zien? Ik durf te voorspellen dat Buikhuisen en ik dan al overleden zijn, zodat ze bij ons niet kunnen kijken. Ik voorspel dat in die verre toekomst moordenaars en dieven, vlak nadat hun hersenen onderzocht zijn, onmiddellijk een ongeplande moord en een onvoorbereide diefstal gaan plegen. Ook lijkt het mij waarschijnlijk dat slimme hersengeleerden in die verre toekomst meer geld kunnen verdienen door bij mensen die grote misdaden willen begaan, de hersenkronkelingen te verduisteren.

Het zoeken naar genen die je misdadig maken lijkt mij een minder geslaagd idee dan het zoeken naar hersenkronkels. Dieren zijn toch nooit misdadig? Hun genen lijken erg op de onze. Maar onze hersenen zijn natuurlijk superieur. Wij mensen zijn de uitvinders van de misdaad.

Hugo Brandt Corstius is oud-columnist van Vrij Nederland.